`Dit jaar kunnen we afschrijven'

Hoewel de collectie van het Rijksmuseum Twenthe in Enschede na de vuurwerkexplosie bewaard is gebleven, is het gebouw behoorlijk beschadigd. Restauratie en herinrichting kost maanden. Het zomerseizoen is in elk geval verloren.

In het plafond van de expositieruimte zit een gat van twee bij twee meter. Het gewapend beton hangt erbij. In de parketvloer eronder, vlak voor de plek waar een groot schilderij hing, zit een enorme deuk. Hier is, als een bom, een stuk beton ingeslagen. ,,Het is een wonder dat er niet meer gebeurd is'', zegt directeur D. Cannegieter van het Rijksmuseum Twenthe in Enschede.

Het museum staat aan de Lasondersingel, hemelsbreed op 300 meter van de vuurwerkopslagplaats die zaterdag 13 mei de lucht in ging. En het wonderlijke, zegt Cannegieter: de collectie is vrijwel geheel in tact gebleven. Er is een vitrinekast met Delfs Blauw aardewerk gesneuveld, maar dat is nog te restaureren. ,,Verder hebben we alles heel uit het pand kunnen halen.''

Cannegieter is directeur sinds 1987 en is verantwoordelijk voor de aanschaf van een groot deel van de collectie, met name de hedendaagse kunst (van onder andere Wolvecamp, Corneille, Visch, Müller, Buisman). De wanden zitten vol haken en haakjes waar al die schilderijen hingen. De directeur kijkt er naar en zucht. Grote plannen voor de bouw van een dependance op een naastgelegen industrieterrein, zijn voorlopig van de baan, net zoals de tentoonstelling `Meisjes in Kimono' over George Hendrik Breitner en de Japanse schilderkunst omstreeks 1900. ,,We kunnen in feite helemaal opnieuw beginnen.''

Medewerkers van het museum troffen pal na de ramp een pand waar de brokken beton - van soms tientallen kilo's - door het dak waren gekomen. Op verschillende plaatsen in de expositieruimte zaten er gaten in het plafond. Overal lag glas, de complete glaswand van een galerij was aan stukken geblazen, één van de buitenmuren raakte ontzet. Alle pannen waren van het dak, veel ruiten stuk. En ook de nieuwbouw van het museumcafé, in 1996 gebouwd op de binnenplaats, bleef niet ongeschonden: een glazen zijwand sneuvelde, het dak lijkt ontzet. Gistermiddag maakte een bouwkundig team van de Rijksgebouwendienst een vlugge ronde door het museum om ter plekke te concluderen dat `er heel wat te doen valt'. ,,Die conclusie lijkt me wel correct'', zo zegt Cannegieter.

Zelf was ze die bewuste zaterdagmiddag op weg naar Frankrijk voor een weekje vakantie. Op de tolweg ging in de namiddag de telefoon: dat er een ontploffing was geweest en dat ze direct naar huis moest komen. Dat was op zich een geluk bij een ongeluk, want Cannegieter woont in een appartement boven het museum. ,,Als ik daar had gezeten ten tijde van de ramp, had ik nu niet hier gezeten.'' Ze maakte rechtsomkeert en scheurde terug naar Nederland. In de eerste chaotische uren na de ramp wisten de medewerkers in allerijl de schilderijen, beelden en overige museumstukken op te slaan in het eigen depot of in te pakken om ze te vervoeren. Dat ging zondag door.

Die zondag kon Cannegieter zelf met angst en beven het pand in. Dat was het ergste, zegt ze, de onzekerheid over wat ze zou aantreffen. ,,Ik zag de rokende puinhopen op CNN. En ze hadden wel gezegd dat het meeviel, maar toch.'' Tot haar geluk viel het naar omstandigheden inderdaad mee. Haar eerste zorg, vanaf het begin: ,,zo snel mogelijk alles in veiligheid stellen. Er deden allerlei geruchten de ronde over plunderaars.'' Zo'n 300 schilderijen konden ze inpakken en wegbrengen naar het Rijksmuseum Kröller-Müller, dat een deel van het depot ter beschikking had gesteld.

Een eerste vluchtige blik op alle stukken hebben haar duidelijk gemaakt dat er ,,op het oog geen grote beschadigingen zijn''. En ook het gebouw, dat dateert uit 1929, kan hersteld worden. Maar het wordt wel een kwestie van een lange adem. Zelf denkt Cannegieter dat ze minimaal tot na de zomervakantie gesloten moet blijven om de boel weer op orde te brengen. ,,Het zomerseizoen zijn we kwijt. Dit jaar kunnen we daarmee in feite afschrijven. En dat is toch wel een ramp, ja.''

Hoe de zaak financieel afgewikkeld moet worden, weet Cannegieter niet. De exploitatie van het museum bedraagt zo'n 3,5 miljoen gulden per jaar, op jaarbasis komen er tussen de 30.000 en 40.000 bezoekers. ,,Ik ga er van uit dat we door het rijk gecompenseerd worden. We zullen niet failliet gaan, lijkt me.'' Gejaagd geeft ze een korte rondleiding door het museum. Wijst op gaten in de muren, laat zware deuren zien die door de kracht van de explosie helemaal naar binnen werden gedrukt. Zoiets moet je niet te vaak meemaken, zegt ze. ,,Ik besef ook nog altijd niet ten volle wat er gebeurd is.''

    • André Ritsema