Bij de krans

Een kwartier na de kranslegging op de Dam kleine keizer, grote krans betreedt minister Jozias van Aartsen met een deftig gezelschap Japanse heren het belendende hotel Krasnapolsky. De minister heeft het van hem bekende voorname air aangenomen, waarbij het bovenlichaam licht achterover helt alsof er een kostbare last op de borstkas rust die alleen voor vernietiging behoed kan worden door in volmaakte balans te blijven.

Na de nodige strijkages verdwijnen de heren in de afgesloten Autumn Room voor het gebruiken van de lunch. Obers in jacquet schieten toe met glaasjes jus d'orange en dampende schalen.

Op een van de bankjes in de gang die naar het Japanse restaurant in Krasnapolsky leidt, gaan twee jonge mannen zitten. Een van hen is onmiskenbaar van Japanse afkomst, maar aan zijn spraak is dat niet te horen. De ander toetst zijn gsm in en zegt: ,,Kom je Japans lunchen? Die keizer was hier in de buurt...Hiro...hoe heet-ie...'' Hij kijkt zijn metgezel aan. Die beduidt dat het hem ook niet te binnen wil schieten. ,,Kom je?'' vraagt de man in zijn gsm. ,,En wil je vegetarisch of gewoon een noedelsoepje?''

Vijf kwartier later komt de minister weer met zijn gevolg naar buiten. De heren nemen omstandig afscheid van elkaar. De Japanners verdwijnen het hotel in, Van Aartsen loopt met zijn ambtenaren naar de uitgang. Hij maakt nu een ontspannen indruk, de handen losjes in de zakken. Eindelijk van dat Japanse gekwetter bevrijd, een minister is ook maar een mens. Hij praat nog wat na in de hal, waarna hij in een wachtende auto duikt. Het is half drie, hij is juist op tijd weg om de demonstratie van de Indische Nederlanders, iets verderop, niet te hoeven zien.

Hij had rustig kunnen blijven, want er gebeurt niets. Alles is onder controle. Veel demonstranten zijn oud, moe en slecht ter been. Ze vinden het nu vooral jammer dat hun bloemen niet bij de krans van de keizer gelegd mogen worden. De bloemen moeten vóór de veiligheidshekken blijven. Alleen één zielig roosje bereikt tussen de spijlen door het plaveisel voor het monument, waar de krans bewaakt wordt door twee star voor zich uitkijkende militairen. Tussen roosje en militairen bewegen zich tientallen opgewonden duiven aan symboliek en rituelen deze middag geen gebrek.

Een demonstrante wendt zich snikkend tot een politieman. ,,Waarom mogen we onze bloemen niet wat dichterbij leggen?' vraagt ze. ,,Waarom moeten we ook nu weer weggedrukt worden?'' ,,Dan moet u bij mijn collega zijn'', zegt de agent. Hij wijst naar een goudbetreste functionaris. Deze buigt zich troostend naar haar over.

Even later klimt een aantal agenten over de hekken. Ze laten zich de bloemen door de demonstranten aanreiken en leggen ze enkele meters hoger neer nog altijd op respectabele afstand van de keizerlijke krans. De betogers berusten.

Terzijde staan twee hoge politiefunctionarissen toe te zien. Een van hen heeft een rood, knobbelig gezicht. Hij zegt: ,,Anders blijft de wrevel.''

    • Frits Abrahams