Basisschool krijgt te veel leerlingen met problemen

Basisscholen krijgen te veel kinderen met leerproblemen die ze niet kunnen opvangen. De overheid wil zoveel mogelijk probleemkinderen op `gewone' basisscholen houden, maar volgens onderzoekers van het toetsinstituut Cito is een aanzienlijk aantal beter af in het speciaal onderwijs.

Het Cito vergeleek de rekenprestaties van leerlingen op scholen voor lom (leer- en opvoedingsproblemen) en mlk (moeilijk lerende kinderen) onderwijs met die van kinderen in het reguliere basisonderwijs. De lom- en mlk-kinderen blijken zover achter te lopen bij hun leeftijdgenootjes, dat plaatsing op een gewone school geen zin heeft, aldus de onderzoekers.

Het gemiddelde niveau van lom-leerlingen op 13-jarige leeftijd is vergelijkbaar met dat van 10-jarige basisschoolleerlingen. ,,Het speciaal onderwijs blijft voor deze leerlingen onmisbaar'', zegt onderzoeker F. van der Schoot.

De lom- en mlk-scholen groeien de laatste jaren niet meer. In het kader van het `Weer-Samen-Naar-School'-beleid (WSNS) van het ministerie van Onderwijs is het percentage kinderen dat scholen mogen doorverwijzen aan een maximum gebonden. Kinderen ontwikkelen zich beter op een `gewone' school, zo is de gedachte achter WSNS. Bovendien kost een kind op het speciaal onderwijs veel meer dan een kind op een reguliere basisschool.

Het Cito is voor voortzetting van WSNS, maar waarschuwt voor ,,doorschieten''. Zolang scholen onnodig vertrek van leerlingen naar het speciaal onderwijs voorkomen door tijdig bijles te geven, is dat heel goed, vindt Van der Schoot. ,,Maar inmiddels hebben leerkrachten leerlingen in de klas die zij eigenlijk niet kunnen helpen.'' Om hoeveel leerlingen het gaat weet Van der Schoot niet. ,,Maar dat ze er zijn is zeker.''

Gisteren bleek uit een onderzoek van het Freudenthal Instituut, een centrum voor reken- en wiskundeonderwijs, dat basisscholen al hun handen vol hebben aan zwakkere leerlingen zonder specifieke problemen. Deze komen in de problemen omdat ze onvoldoende leren tellen. Volgens rekenkenner A. Treffers leren veel peuters bij het traplopen al tellen, maar is dat in ,,achterstandsmilieus'' vaak niet het geval. Terwijl rekenboekjes er van uitgaan dat kinderen in groep drie al wel behoorlijk kunnen tellen.

Het instituut onderzocht de rekenprestaties op acht slecht scorende, voornamelijk zwarte scholen. Alle zwakke rekenaars uit het onderzoek hebben grote moeite met tellen, zo blijkt. Zij weten niet dat 64 dichter bij 100 ligt dan 0, of dat 12 tussen 11 en 13 ligt.