Zes kandidaten voor eerste Van Gogh Award

Zes beeldend kunstenaars uit zes verschillende landen zijn genomineerd voor The Vincent van Gogh-Bi-annual Award for Contemporary Art, de kunstprijs ter grootte van 50.000 euro, ca. 110.000 gulden. De kunstenaars zijn Eija-Liisa Ahtila (1959) uit Finland, Miroslaw Balka (1958) uit Polen, Oladélé Ajiboyé Bamgboyé (1963) uit Nigeria, maar werkzaam in Londen, Carsten Höller (1960), uit Duitsland, Pedro Cabrita Reis (1956) uit Portugal en Luc Tuymans (1958) uit België. Zij werden gekozen door de Belgische conservator Barbara Vanderlinden en door de Spanjaard Vicente Todoli, directeur van het Museu Serralves in Porto.

In het Bonnefanten Museum in Maastricht, dat de organisatie rond tweejaarlijkse prijs op zich heeft genomen, worden werken van de zes genomineerden van 10 juni tot en met 24 september tentoongesteld. The Vincent van Gogh Award werd geinitieerd door de Broere Charitable Foundation. Deze stichting heeft weliswaar als doel medisch onderzoek te stimuleren, maar de twee broers Jacobus en Bastiaan Broere stelden ter nagedachtenis aan de Antwerpse galeriehoudster en vriendin Monique Zajfen, ook een internationale kunstprijs in. Begin september zal jury-voorzitter Sir Nicolas Serota, directeur van de Tate Gallery in Londen, de winnaar bekend maken.