Vrouwen in de WAO

Hoe meer ik me er in verdiep hoe intrigerender ik het vind, die grote toestroom van vrouwen in de WAO. Allerlei stukjes van de puzzel zijn intussen scherper in beeld gebracht, maar de blik wordt steeds op een ander stukje geworpen zonder dat de werking van het geheel nu veel helderder wordt. Soms wordt vooral gekeken naar de vrouwen zelf en wordt hun snel verlopende inhaalslag naar het werk als oorzaak gezien: de hoge WAO-instroom als teken van een nog haperende overgangsfase. Dan zijn het de keuringsartsen die voorzichtiger zouden zijn met vrouwen en met twee maten meten. Dan weer de werkomstandigheden: veel vrouwen werken in het onderwijs en de gezondheidszorg, en daar is de werkdruk hoog en ook het aantal burnoutgevallen. Maar hoe het precies op elkaar inwerkt en wat de rol is van andere partijen blijft tot nu toe onduidelijk. Want ook de houding van collega's lijkt me van invloed. En zeggen vrouwen niet eerder tegen elkaar dat ze vooral eerst eens goed moeten uitzieken voor ze terugkomen?

Iedereen kent WAO-verhalen en iedereen kent weer andere. Zo is er het verhaal van de perfectionistische vrouwen die het werk niet los kunnen laten, die – zoals dat heet – met het werk getrouwd zijn. Het is het verhaal van de dienstbaarheid, nu niet aan de echtgenoot maar aan de baas, of aan het werk. Geen grenzen stellen hoort daar bij: prettig voor anderen, hard voor zichzelf, soms fnuikend voor de eigen gezondheid. Daar tegenover het verhaal van de vrouwen die overbelast raken omdat er ook kinderen te verzorgen zijn en de man een zware baan heeft waarin niet veel te schuiven valt. In beide gevallen heeft het iets met vrouwen te maken, in beide gevallen iets met zorgen; op een verschillende manier, maar met dezelfde uitkomst: ze lopen vast en herstel blijkt niet eenvoudig. Soms komt een afkeuring erg goed uit en hebben alle partijen hier belang bij.

Hiertussen zijn vele tonen en varianten. En enkele gemeenschappelijke draden, zoals de grotere gevoeligheid die vrouwen zouden hebben voor symptomen, van het lichaam maar ook van het werk: als de sfeer niet goed is, de verhoudingen verstoord zijn. En vrouwen trekken zich dat over het algemeen sterker persoonlijk aan. Moeilijk loslaten heet dat, en hier zou wel eens een belangrijk verschil kunnen liggen tussen mannen en vrouwen: in de manier waarop ze met anderen verbonden zijn. Vrouwen blijven zich meer verbonden voelen met thuis als ze op het werk zijn, mannen zetten makkelijker `de knop om'. En waar mannen veiligheid eerder zoeken in macht en controle en meer gericht zijn op scoren en rivaliseren – iedereen kent natuurlijk de uitzonderingen – zoeken vrouwen veiligheid meer in de goedkeuring van anderen.

Op dit punt loopt de discussie vaak vast. Moet – in het streven naar gelijkheid – wel rekening worden gehouden met dit soort verschillen? Want is het niet van twee wallen eten, om dezelfde positie te willen krijgen en toch anders behandeld te willen worden. Maar waarom zou gelijkheid in kansen ook een gelijkheid in houding moeten betekenen? En waarom zou dat dan neer moeten komen op een aanpassing aan de houdingen van mannen? Een oud probleem dat zich telkens opnieuw voordoet in de verhouding tussen gevestigden en nieuwkomers; het gaat hierbij om wie de macht heeft om de standaarden te stellen van werk en gedrag.

Een tweede vraag is of mensen gevoeliger moeten worden voor symptomen, of zich daar juist eerder met harde hand overheen moeten zetten. Het kan mij niet gevoelig genoeg zijn – het negeren van symptomen van ziekte, overspanning en verziekte werkverhoudingen leidt immers vaak van kwaad tot erger – maar dit zou op iets anders moeten uitlopen dan de ziektewet. Het advies om eerst maar eens lang en goed uit te rusten maakt mensen zelden beter (dit geldt natuurlijk niet voor lichamelijk letsel). En eenmaal deze weg ingeslagen valt het moeilijk er weer uit te komen. Isolement en onzekerheid nemen toe en soms rest er weinig meer dan het onderhouden van de eigen makkes en pijnen.

Het is dus zaak om deze valkuil van de regressie te voorkomen en veel eerder in te grijpen. Hoe dat moet hangt af van het probleem, de schoen kan op vele manieren wringen. In elk geval kan het voor vrouwen gaan wringen als het werk nog grotendeels op mannenleest geschoeid is.

    • Christien Brinkgreve