Vrees voor ontvoering Cruijff in '74

In de aanloop naar het wereldkampioenschap voetbal van 1974 in West-Duitsland was de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) bang voor een eventuele ontvoering van Johan Cruijff of een van zijn familieleden door Arabische terroristen. De bond schreef dat in januari 1974 in een brief aan de Duitse Voetbalbond (DFB).

De West-Duitse politie voerde vervolgens een groot aantal maatregelen in om de veiligheid van Oranje te garanderen. Arabische personeelsleden in het hotel waar de Nederlandse ploeg verbleef werden uit voorzorg ontslagen. Dat staat in documenten die zijn opgeslagen in het KNVB-archief, dat volgende week maandag officieel wordt overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief (ARA).

Na de Palestijnse moordaanslag op elf Israelische atleten tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München werd twee jaar later op het WK een groot aantal maatregelen getroffen om terreur te voorkomen. De voetballers uit Chili, waar Pinochet in 1973 de macht had overgenomen, en Nederland kregen de meeste aandacht. Oranje werd beveiligd wegens de pro-Israelische houding van Nederland. ,,Zoals je weet zijn wij niet zulke goede vrienden met de Arabieren'', schreef KNVB'er Henk Burgwal op 30 januari 1974 in een vertrouwelijke brief aan zijn collega Hermann Neuberger van de DFB: ,,Om een voorbeeld te geven: een ontvoering van één van de kinderen van Cruijff zou mogelijk zijn.''

Drie maanden later werd een speciaal team samengesteld dat Oranje moest beschermen. Aan het hoofd stond de 62-jarige Dr. Otto Rückert, een gepensioneerd politiecommissaris en jarenlang voorzitter van de strafcommissie van de DFB. Politieman Hans-Jörg Nitze werd belast met de taak de Nederlandse ploeg in burger te bewaken. ,,Het zou kunnen voorkomen'', schreef de KNVB in een intern rondschrijven op 20 april 1974, ,,dat hij bepaalde activiteiten van het Nederlands Elftal zou kunnen verbieden of adviseren het een en ander niet te doen''.

Supervisor Rinus Michels ontving op 25 april de opdracht zo snel mogelijk bekend te maken welk hotel zou worden betrokken en hoe het reisschema zou zijn. Elke wijziging van het draaiboek moest meteen worden gemeld. De KNVB motiveerde deze maatregelen als volgt: ,,De Duitse gastheren – bij herhaling sprekende over de ramp in het olympisch dorp – wensen geen enkel risico meer te nemen.''

Het Waldhotel in Hiltrup, waar Oranje was gehuisvest, veranderde in een heuse vesting. Het gebouw was onder meer beveiligd met een prikkeldraadversperring. Alle spelers werden op de bovenste etages ondergebracht, zo ver mogelijk van eventuele binnendringers. Zonder toestemming mocht niemand in contact komen met de internationals, de spelersvrouwen niet uitgezonderd.

Ook werden alle inkomende telefoongesprekken opgenomen en afgeluisterd. Een speciale portier met een duidelijk herkenbare `Ausweis' hield toezicht. De spelers werden trouwens ook verplicht om herkenbaar te zijn met een `Ausweis'. Toen bleek dat in het Waldhotel twee Arabieren werkten, reageerden de Duitse veiligheidsdiensten onverbiddelijk: ,,De politie heeft opdracht gegeven deze mensen te laten verdwijnen.''

Het gevaarlijkste moment was de reis van het hotel naar het stadion of trainingsveld. De spelersbus werd bestuurd door een zorgvuldig geselecteerde chauffeur die in het dagelijks leven werkte voor het West-Duitse leger, de Bundeswehr. De bus kwam stipt enkele minuten vóór vertrek aan en werd na gebruik geparkeerd in een hermetisch afgesloten politiegarage.

,,Uitzonderingen hier op kunnen niet worden getolereerd'', aldus de KNVB. Oranje kwam het WK van 1974 ongeschonden door. Sportief gezien liep het fout: Nederland verloor de finale met 2-1 van West-Duitsland. Over de getroffen veiligheidsmaatregelen was de KNVB tevreden, zoals blijkt uit een lovend evaluatierapport. ,,Er zijn drie bommeldingen binnengekomen'', meldt het rapport. Maar die werden niet serieus genomen: ,,De spelers zijn hier niet van op de hoogte gesteld.''

    • Jurryt van de Vooren