Verstild acteur

De dood van sir John Gielgud, op 96-jarige leeftijd, doet zich voor als het logische vervolg op de rollen die hij in zijn laatste jaren speelde: steeds lichter, ijler, als iemand die zich steeds verder verwijderde van het aardse gewoel en daarop neerkeek met een superieure mengeling van spot en droefenis. De blosjes op zijn wangen duidden nog op levenslust, en zijn ogen keken nog altijd scherp om zich heen, maar in het ruisen van zijn stem klonk de berusting door van iemand die na een lang leven het einde ziet naderen. Hij was een groot acteur die, naarmate hij ouder werd, de kern vond in de allerkleinste stembuiging en het allerkleinste gebaar.

John Gielgud, die gisterochtend stierf, werd op 14 april 1904 geboren als zoon van een welvarende beurshandelaar van Poolse afkomst en een moeder die een telg was uit een vermaard Engels toneelspelersgeslacht. Al op jeugdige leeftijd wilde hij acteur worden, zei hij later, zonder te weten waarom. Zijn ouders zagen liever dat hij naar Oxford ging om architectuur te studeren. Als compromis hield hij zich enige tijd bezig met theatervormgeving, maar daarna was hij niet meer te stuiten. Na de toneelschool, waarvoor hij moeiteloos een studiebeurs had gekregen, debuteerde hij in 1921 als edelfigurant in Henry V. Binnen enkele jaren was hij een ster op het Londense toneel.

Met graagte hing de jonge Gielgud in die eerste tijd de romantische jongeling uit. Volgens zijn rivaal en leeftijdgenoot Laurence Olivier, die in elke rol juist het aardse zocht, was Gielgud destijds een over-verfijnde sierspeler die de monologen van Hamlet niet sprak maar zong. Zelf beaamde Gielgud later, dat zijn optreden toen inderdaad veel te precieus was. Pas in zijn eerste Tsjechov-rollen, zei hij, groeide hij uit tot een toneelspeler – daarvóór was hij hoofdzakelijk doende om indruk te maken: ,,Ik sprak nogal fraai, maar iets tè fraai, en ik werd verliefd op mijn eigen stem.''

Meer dan Olivier, die al snel door Hollywood werd ontdekt, bleef Gielgud trouw aan het Londense theater. Hij speelde ongekend veel rollen, niet alleen Shakespeare, Shaw en Wilde, maar later ook de jongere schrijvers. De pose uit het begin maakte plaats voor de nuancering. ,,Hij vindt iets in de rol dat hem past, en trekt dan de rest van het personage naar zich toe,'' schreef Olivier in zijn bundeltje On acting. De gerenommeerde criticus Kenneth Tynan beschreef de twee toneelreuzen in 1966 als de estheet Gielgud tegenover het beest Olivier. Misschien is dat ook de reden waarom Olivier uiteindelijk als lord door het leven ging, terwijl Gielgud niet verder kwam dan sir – hij was van de twee verreweg de bescheidenste.

Een ander verschil was, dat John Gielgud zelden aan geld dacht. Het besef dat hij voor zijn oude dag moest zorgen, kwam pas toen hij de pensioengerechtigde leeftijd al voorbij was. Volmondig gaf hij toe dat hij enkele filmaanbiedingen had aangenomen om het honorarium. Daartoe behoorde bijvoorbeeld de butler-rol in de succeskomedie Arthur (1981), die hem een Oscar voor de beste bijrol opleverde. Hij gaf daarin dan ook een staaltje van geraffineerd komedie-spelen ten beste; zijn gedistingeerde voorkomen en zijn subtiele tekstbehandeling maakten dat het banale shit hem met des te meer effect ontviel. Ook in talloze andere films en tv-series was Gielgud een groot man; hij groeide in de jaren tachtig uit tot een ideaal acteur voor de camera. Zijn in het klassieke toneel bijgeslepen talenten wist hij wonderwel te benutten voor de veel introvertere filmtechniek en de intimiteit van een radiomicrofoon.

Tot het laatst behield Gielgud naar zijn zeggen een kinderlijk plezier in het acteren. Bovendien bleef hij nieuwsgierig naar nieuwe regisseurs met nieuwe ideeën. Zo speelde hij in 1990, op zijn 86ste, het veeleisende middelpunt in Prospero's Books van Peter Greenaway – een verhalenverteller in zijn eigen fantasiewereld die de taal van Shakespeare tijdloos maakte. En begin dit jaar, na de dood van de vriend met wie hij 40 jaar samen was geweest, maakte hij nog opnamen voor Catastrophe van Samuel Beckett, voor een Beckett-retrospectief dat in productie is bij Channel Four. Alle uiterlijkheden schudde Gielgud allengs van zich af. Zijn spel werd een wonder van verstilling; ogenschijnlijk deed hij bijna niets meer, maar hij suggereerde alles.

    • Henk van Gelder