Variëteit bij Mariss Jansons

Drie concerten geeft het Pittsburgh Symphony Orchestra deze week in het Amsterdamse Concertgebouw, allemaal met een stuk van Strawinsky op het programma. Dat het Pittsburgh Symphony Orchestra gisteravond zijn Amsterdamse debuut maakte in de serie `Wereldberoemde orkesten' komt door de aanwezigheid van chef-dirigent Mariss Jansons. Want alleen al in de Verenigde Staten zijn er zó zes orkesten op te noemen die `wereldberoemder' zijn: die uit New York, Chicago, Boston, Cleveland, Philadelphia en Los Angeles.

Pittsburgh kan overigens wel pronken met een verleden van enig belang: Otto Klemperer en Fritz Reiner werkten er. In die traditie staat nu Mariss Jansons, een van de huidige topdirigenten. Maar niet elk orkest is, zoals de muziekwijsheid wil, zo goed als zijn dirigent. Het Birmingham Symphony Orchestra was dat niet tijdens het bewind van Rattle, evenmin als het Filharmonisch Orkest van Oslo, waar Jansons binnenkort vertrekt omdat de akoestiek van de zaal niet wordt verbeterd.

Het gisteravond uitgevoerde programma was zeer gevarieerd en had met Haydns Symfonie nr 100 `Militaire', drie tussenspelen uit Strauss Intermezzo, Ravels Rapsodie espagnole en Strawinsky's Suite `De vuurvogel' een uitsluitend diverterend karakter. Haydn werd leuk opgeluisterd met een mini-fanfare die af- en opmarcheerde met rinkelboom, een trommelaar met zijn instrument voor de buik en musici met triangel en bekkens. Maar hoe elegant en onderhoudend ook, een nieuw en persoonlijk stilistisch antwoord op de authentieke uitvoeringspraktijk had Jansons helaas niet.

Het orkest kon op tal van wijzen laten horen wat het waard was. Artistiek is zo'n springerig programma zonder emotioneel zwaartepunt niet evenredig aan de variëteit aan technische en stilistische vereisten. De conclusie is: Pittsburgh heeft zeker een competent spelend orkest, maar heel erg bijzonder is het niet. De toegiften, de een héél zacht, de ander héél hard, brachten in die conclusie geen verandering. Strauss miste wat raffinement en Wienerische Schmalz in de strijkers. Ravel, goed ingezet met gespannen kabbeling, ontbeerde wat vrijuit waaierende wuftheid.

Strawinsky klonk veruit het overtuigendst en paste misschien het best bij deze combinatie van een Amerikaans orkest en een bijna-Russische dirigent. De Let Jansons, ook chef-dirigent van het St. Petersburg Filharmonisch Orkest, ziet Strawinsky immers vooral als een `westers' componist. Dat doet uitzien naar het concert van donderdag, met Strawinsky's Le sacre du printemps.

Concert: Pittsburgh Symphony Orchestra o.l.v. Mariss Jansons. Gehoord: 22/5 Concertgebouw Amsterdam. Vervolg: 25, 26/5.

    • Kasper Jansen