Stork haalt order Lockheed binnen

De Nederlandse Stork Aerospace Group heeft een order van de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed Martin binnengehaald voor de ontwikkeling en mogelijke bouw van onderdelen van de zogenoemde Joint Strike Fighter (JSF). De orderwaarde kan oplopen tot ruim 2 miljard gulden, bij verkoop van meer dan 4.000 van deze gevechtsvliegtuigen. Dit hebben Lockheed Martin en Stork vanmorgen in Den Haag bekendgemaakt.

Het nieuwe toestel geldt als belangrijkste kandidaat voor opvolging van de F-16 van de Koninklijke Luchtmacht. Lockheed Martin strijdt met Boeing om de bouw van 3.000 JSF's voor de Amerikaanse luchtmacht en marine. Verwacht wordt dat de Amerikaanse regering haar keuze komend najaar maakt en de twee concurrenten daarna alsnog verplicht tot samenwerking in het JSF-project, mede om te voorkomen dat in het zicht van de verkiezingen bij een van beide massale ontslagen vallen.

Nieuw is volgens Lockheed Martins vice-president Harold W. Blot dat de order los staat van de vraag of Nederland besluit mee te doen aan de ontwikkeling van de JSF en of het dit toestel aanschaft. Voor Stork is gekozen wegens het technologisch niveau en de lage prijs die dochters Fokker Aerostructures, Fokker Special Products en Fokker Elmo berekenen voor JSF-onderdelenpakketten, aldus Blot.

,,Die kwaliteit en prijs zijn voor ons ook van belang om de JSF-order van de Amerikaanse regering te krijgen, het contract met Stork is een signaal voor Nederland maar ook voor de Amerikaanse regering, namelijk dat we met Europese deelneming een Atlantisch jachtvliegtuig willen bouwen'', aldus Blot.

In het JSF-project moet Nederland voor maart 2001 beslissen of het, tegen betaling van bijna een miljard gulden, wil deelnemen aan de ontwikkeling en productie (EMD) van uiteindelijk zo'n 4.000 à 5.000 toestellen, bij een stukprijs van 28 miljoen dollar in prijzen van 1994. (Uiteindelijk zal dat in prijzen 2007, wanneer de produktie moet beginnen, het drievoudige kunnen zijn, Nederland trekt voor de eventuele bestelling van ruim 100 toestellen zo'n tien miljard gulden uit).

Volgens staatssecretaris Van Hoof (Defensie) kan en wil Defensie echter geen 900 miljoen gulden opbrengen om aan die EMD-fase mee te doen. Dat geld moet, vindt hij, van het geïnteresseerde bedrijfsleven of Economische Zaken komen, dat trouwens al zo'n 200 miljoen gulden aan subsidies heeft uitgetrokken om Nederlandse bedrijven te helpen technologisch op het vereiste niveau te komen voor deelneming in het JSF-project (70 tot 80 miljoen voor Stork, de rest voor TNO en andere bedrijven).

Defensie wil daarom, ondanks het enthousiasme van de luchtmacht voor de JSF, officieel nog geen voorkeur voor de F-16-vervanging uitspreken. Alle opties, inclusief de Franse Dassault-Rafale, de Brits-Duits-Italiaans-Spaanse Tyfoon (eerder EFA geheten) en de Zweedse Grippen ,,zijn nog open''. Zelfs de door PvdA en D66 sinds kort geopperde eventuele modernisering van de F-16 in 2010, na ruim 30 jaar dienst, is niet geheel uitgesloten, schreef Van Hoof februari jongstleden de Tweede Kamer in een zogenoemd Situatierapport.

Van belang voor de keuze van de F-16-vervanger zijn ook de afspraken in de Europese Unie over versterkte defensie-samenwerking. Blot en Pierce zeggen zich daarvan bewust te zijn, maar wijzen erop dat de Europese concurrenten allemaal ouder, zwaarder en duurder zijn dan de JSF en zowel technologisch als operationeel ,,een generatie achterlopen'' op het Amerikaanse ontwerp.

Storks Fokker-dochters hebben voor Lockheed Martins ontwerp-JSF al bekabeling (glasvezel), toegangsdeuren en staartvlakken geleverd. Zij hebben de nieuwe order, voor het hele project, onder meer te danken aan eigen thermoplastische vondsten, zoals materiaal dat warm vervormbaar is, legt Stork-directeur K. Vis uit. ,,Het is mooi dat Lockheed Martin zegt dat onze modellen qua niveau en prijs zó goed zijn dat ze zich daaraan nu committeren. Maar dat is nog niet genoeg. Want uiteindelijk willen we zo'n 5 procent van het totale orderbedrag binnenhalen.''