RVI: Fireworks vervoerde te vaak vuurwerk

De directeuren van het Enschedese vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks hebben zich op verschillende punten niet gehouden aan de vergunningen. Er is meer en vaker vuurwerk getransporteerd dan was toegestaan, zo blijkt uit een rapportage van de Rijksverkeersinspectie (RVI) in Den Haag.

Volgens een bijlage bij de vergunning van 1997 mocht Fireworks, toen nog eigendom van H. Smallenbroek, niet meer dan twintig keer per jaar een vrachtauto geladen met vuurwerk op het eigen terrein hebben staan. Het laden zou volgens de vergunning maximaal 24 uur van tevoren mogen beginnen en niet meer dan 400 kilo vuurwerk per keer mogen betreffen. Uit de overzichten van de RVI blijkt dat Fireworks dit jaar 38 keer vuurwerk heeft vervoerd voor een evenement ergens in Nederland. Vorig jaar was dat 107 keer.

Vorige week was ook op andere punten al twijfel gerezen over de wijze waarop S.E. Fireworks omsprong met de milieuvergunning van de gemeente. Uit divers beeldmateriaal blijkt dat de zeecontainers die dienden als opslagruimte geen speciale beveiliging hadden. Volgens de vergunning van 1997 moesten er houten (veiligheids-)deuren in zijn aangebracht en was een onderlinge afstand van één meter voorgeschreven. De gebruikelijke (zware) afsluitingen moesten om `drukontlasting' mogelijk te maken, worden vervangen door kettingsloten.

De uitbreidings- of veranderingsvergunning van vorig jaar bevat op deze onderdelen geen nieuwe voorschriften. Van de daarna bijgeplaatste zeecontainers staan er enkele vrijwel tegen elkaar aan; er is nauwelijks tussenruimte. Uiterlijk zijn er ook geen veranderingen te zien aan deze bewaarplaatsen. Diverse getuigen die handel dreven met Fireworks en op het terrein zijn geweest, hebben verklaard dat de containers volgeladen waren, hetgeen zou betekenen dat er meer dan de maximaal toegestane 3.500 kilo in lag.

Advocaten van slachtoffers van de vuurwerkramp in Enschede willen bij de rechtbank een nieuw onafhankelijk onderzoek naar de toedracht van de ramp afdwingen. Ze vinden het onderzoek door de voormalige Nationale Ombudsman mr. dr. M. Oosting niet onafhankelijk genoeg, omdat het geschiedt in opdracht van de overheid. Ze vinden het onderzoek bovendien niet transparant genoeg.

,,Waarheidsbevinding kan pas echt plaatsvinden als mensen onder ede kunnen worden verhoord en als het onderzoek niet plaatsvindt in achterkamertjes, waar een meneer buiten de publiciteit om wat vragen stelt', aldus mr. M.J. de Witte van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade (ASP).

De rechter-commissaris heeft de inbewaringstelling van directeur W. Pater (49) van S.E. Fireworks gelast. Dat betekent dat hij nog zeker tien dagen vastzit voor nader verhoor. Pater en mede-directeur R. Bakker (37) worden verdacht van het overtreden van de milieuvergunning. Paters advocaat G. Meijers zegt dat er vooralsnog ,,geen enkel bewijs' is voor overtredingen. Volgens Meijers wordt Pater tijdens de verhoren veeleer als getuige en slachtoffer bejegend dan als verdachte. Pater zou voor de explosie nog hebben geprobeerd omwonenden te waarschuwen en een zwaargewonde journalist te redden.

Kort voor de ramp zijn de verhoudingen binnen Fireworks, een vennootschap onder firma (VOF), ingrijpend gewijzigd. Vennoot R. Bakker en zijn vrouw stapten er eind maart van dit jaar uit en brachten vervolgens de nieuw opgerichte B.V. Moonlight Events als vennoot in. Tegelijk verloren medevennoten W. Pater en diens vriendin M. Schippers alle bestuurlijke bevoegdheden.

Enschede

In het bericht RVI: Fireworks vervoerde te vaak vuurwerk (in de krant van dinsdag 23 mei, pagina 3) meldt advocaat G. Meijers dat er vooralsnog ,,geen enkel bewijs'' is voor overtredingen van zijn cliënt W. Pater, directeur van S.E. Fireworks. Dat is onvolledig. Meijers meent dat er geen bewijs is voor overtredingen van zijn cliënt die konden leiden tot de explosies op 13 mei bij S.E. Fireworks.

    • Harm van den Berg