Première

Zijn eerste gang naar het Concertgebouw. Beethoven en Bartók. Heel iets anders dan de Backstreet Boys. We zitten eerste rij balkon, en zijn voor de gelegenheid gekamde hoofd komt net boven de balustrade uit. De orkestleden die druppelsgewijs op het podium verschijnen, worden met argusogen bekeken. Als ze allemaal zitten, trekt hij een boekje uit zijn zak: `500 ijzersterke moppen'. ,,Voor als ik me verveel'', fluistert hij en legt het op de rand van de balustrade. Meteen barst de ouverture los. Muzikaal genot en de vrees dat de Concertgebouw-gangers vijfhonderd ijzersterke moppen op hun hoofd krijgen, strijden om de voorrang. Maar alles gaat goed.

Hij volgt de bewegingen van de violen, het geflits van het koper en ziet vol verbazing hoe opeens een soort piano uit de grond komt. Op weg naar de auto geeft hij mij een hand. ,,Het was prachtig'', zegt hij met zucht, ,,het klonk... het klonk hard en zacht tegelijk.''