Ontvoering Cruijff in '74 gevreesd

De Nederlandse voetbalbond (KNVB) vreesde voor en tijdens het wereldkampioenschap voetbal van 1974 in West-Duitsland voor een ontvoering van aanvoerder Johan Cruijff door Arabische terroristen. Dat blijkt uit documenten in het KNVB-archief, dat komende maandag wordt overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief.

Angst voor mogelijke aanslagen op Oranje en op Cruijff in het bijzonder leidde voor en tijdens het toernooi tot extreme veiligheidsmaatregelen. Aanleiding daarvoor waren de pro-Israelische houding van de Nederlandse regering in die jaren en de aanslag van Palestijnse terroristen tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München, waarbij elf Israelische atleten werden gedood.

Ruim voor het begin van het WK werd in Duitsland een speciaal team geformeerd om de Nederlandse ploeg te beschermen. Om het spelershotel van Oranje in Hiltrup werd een prikkeldraadversperring gelegd, de Nederlandse spelersbus werd bestuurd door een West-Duitse militair en trainingen werden altijd bijgewoond door agenten die met machinegeweren waren uitgerust. Alle inkomende telefoongesprekken in het Waldhotel in Hiltrup werden afgeluisterd. Twee Arabische personeelsleden van het hotel werden uit voorzorg ontslagen. Ook de naaste familie van Cruijff werd door de KNVB beschouwd als mogelijk doelwit van terroristen. Zijn echtgenote Danny en zijn kinderen verbleven tijdens het WK aanvankelijk in Barcelona.

CRUIJFF pagina 11