Nieuwe kansen voor China en Taiwan

Oorlog in de Straat van Taiwan is door toedoen van de nieuwe Taiwanese president Chen Shui-bian onwaarschijnlijker geworden, meent Willem van Kemenade.

Vergelijk twee glorieuze momenten in twee zeer verschillende Chinese politieke culturen die maximale internationale aandacht hebben gekregen: de Chinese hoofdstad Peking aan de vooravond van het 50-jarig bestaan van de communistische Volksrepubliek op 30 oktober vorig jaar en de Taiwanese hoofdstad Taipei afgelopen zaterdag.

In Peking was er een grote militaire parade met zwaar wapentuig, vele duizenden mannen en vrouwen tellende dichte troepenformaties in ganzenpas met grimmig gefixeerde blikken, geïndoctrineerd met een rauw, potentieel dreigend oernationalisme. Een ongekozen 73-jarige president, voor die gelegenheid weer eens gekleed in een donkergrijs Mao-pak, die, staand op een jeep, bulderde: ,,Kameraden, jullie hebben het zwaar.'

In Taipei was er een sobere, waardige plechtigheid, waar de tweede door het volk gekozen president de eed op de grondwet aflegde. In zijn inaugurele rede ging de 49-jarige Chen Shui-bian, ex-dissident en ex-politieke gevangene, heel ver om de onder zijn voorganger Lee Teng-hui gevaarlijk verslechterde betrekkingen met het vasteland niet verder op de proef te stellen: geen onafhankelijkheidsverklaring, geen referendum over zelfbeschikking, geen grondwetsherziening die Lee's controversiële `twee-(Chinese)-staten-theorie' zou verankeren.

Maar Chen weigerde ondanks China's waarschuwingen en dreigementen het `één-China-principe' te aanvaarden als voorwaarde vooraf voor hervatting van de dialoog. Dus ook geen hereniging, althans niet in de overzienbare toekomst en zeker niet op China's voorwaarden. Wel drukte hij zijn vertrouwen uit ,,in de wijsheid en creativiteit van de mensen aan beide zijden van de Straat van Taiwan' zich in de toekomst over de kwestie van `één China' te buigen' Chen vroeg een `geen' van China en wel: geen oorlog!

Het siert China dat het niet onmiddellijk weer met oorlog dreigde, maar Peking was ook niet tevreden en noemde Chen `onoprecht'.

Chen was nou juist wel oprecht. Hij probeert Peking duidelijk te maken dat China en Taiwan onder de gegeven omstandigheden niet herenigbaar zijn. China is een kolossaal ontwikkelingsland onder een anachronistisch communistisch regime dat onwillig is de evolutie van feodale naar moderne politiek de ruimte te geven. De economie is weliswaar hyperdynamisch, maar vooralsnog chaotisch en tijdens de halfvoltooide, turbulente transformatie van de plan- naar de markteconomie staan, naar gevreesd wordt, crises van onbekende omvang te wachten. Taiwan is een overwegend geavanceerde samenleving geworden met een nog niet volgroeide, maar stabiele democratie en een hightech kenniseconomie. Het inkomen per hoofd van de bevolking is in Taiwan bijna het twintigvoudige van dat in China.

Als China Taiwan associatie in een regionaal economisch samenwerkingsverband van twee soevereine staten zou voorstellen, zou dat te overwegen zijn, maar alles wat China van Taiwan eist, komt neer op gedwongen onderwerping via onderhandelingen of, als die op niets uitlopen, militaire verovering.

Sinds de verkiezingsoverwinning van Chen Shui-bian op 18 maart is het eindeloos herhaalde Chinese cliché geweest dat als Chen de `één-China-formule' maar aanvaardt, alle overige zaken bespreekbaar zijn. Maar de nul-optie is `één land – twee systemen', de formule waarmee Hongkong in 1997 met China herenigd werd. Al sinds midden jaren tachtig is er een belofte van wijlen Deng Xiaoping dat Taiwan iets extra's boven Hongkong krijgt: behoud van de eigen strijdkrachten.

Maar hoe er ook aan gesleuteld wordt, de Hongkong-formule van `een land – twee systemen' met een centraal oppergezag in Peking en een lokaal gezag in Taipei kan in Taiwan niet meer worden toegepast, tenzij de moeizaam totstandgekomen democratie daar ontmanteld wordt. Vanaf het begin van de Brits-Chinese onderhandelingen over de toekomst van Hongkong in 1982 heeft China er alles aan gedaan om de bevolking van Hongkong volledig buitenspel te zetten. De Britten hebben geprobeerd er een trilateraal proces (China, Engeland en de bevolking van Hongkong) van te maken, maar China verwierp dit categorisch. In Hongkong waren toen nog nooit verkiezingen geweest en er bestonden geen gekozen vertegenwoordigers van de Hongkong-Chinezen die een stem konden eisen. De Britse teruggave van Hongkong betekende voor Peking dan ook niets anders dan het vervangen van de koloniale regering door een bij elkaar geassembleerde pro-Chinese regering van Hongkong-Chinezen.

De formule `een land – twee systemen' heeft in 1983-1984 vorm gekregen en was oorspronkelijk voor Taiwan bedoeld, maar toepassing in Hongkong zou bij nader inzien als voorbeeld voor Taiwan moeten dienen. Taiwan had toen nog de éénpartijdictatuur van de Kwomintang met aan het hoofd de zoon van Chiang Kai-shek, Ching-kuo, wiens vurige wens het was om eens met zijn vader in hun geboorteplaats op het vasteland begraven te worden. De tijden van nostalgie en emotionele verbondenheid met het vasteland zijn nu voorbij. De oude op het vasteland geboren Kwomintang-elite is dood of in ruste en hun kinderen en kleinkinderen noemen zich `nieuwe Taiwanezen', voor wie China een buurland geworden is en niet langer hun vaderland. Na de dood van Chiang Ching-kuo in 1988 is de partij onder Lee Teng-hui overwegend `getaiwaniseerd' en tot drie maal toe gespleten. Het verlies van de staatsmacht en het aantreden van de Democratisch Progressieve Partij kwam als de Apocalyps voor de Kwomintang, die sinds 1928 eerst in China en later in Taiwan onafgebroken aan de macht is geweest.

Er zijn twee splinterpartijen, beide afsplitsingen van de Kwomintang pro-hereniging, maar onder de voorwaarde dat de Communistische Partij de deuren opent voor politiek pluralisme. De kandidaat van de Nieuwe Partij bij de recente presidentsverkiezingen Li Ao, die voor onmiddellijke aanvaarding van `één land – twee systemen' was, kreeg iets meer dan eentiende promille van de stemmen. Gemiddeld is 70 procent van de bevolking tegen hereniging en voor handhaving van de status-quo: de facto onafhankelijkheid – zonder internationale erkenning. Aanvaarding van het `één China-principe' door president Chen zou dan ook negatie van het mandaat dat hij net van de kiezers gekregen heeft betekenen. Het lijkt erop dat China dit begrijpt en dat begrip ook naar buiten wil tonen en dat is goed nieuws.

Voor een vreedzame regeling van de kwestie-Taiwan op langere termijn is `nieuw denken' vereist. In de huidige binnenlandse verhoudingen in China, waarin hoogbejaarde generaals, veteranen van de burgeroorlog tegen de Kwomintang, orthodoxe communisten en nationale chauvinisten (nog) grote invloed hebben, is dit problematisch. De kandidaten voor de opvolging van de huidige leiders in 2003 staan niet bekend als liberale hervormers en wellicht zal pas in 2008 de tijd voor een echte koerswijziging in China aanbreken.

Het optimistische scenario is dat China het economische voorstel van president Chen aanvaardt: opening van rechtstreekse lucht- en scheepvaartverbindingen en handel, iets waar de Kwomintang-regering om veiligheidsredenen niet aan wilde. Als beide zijden zich daar de komende jaren op concentreren zou dat zoveel nieuwe economische kansen en positief momentum op andere gebieden kunnen genereren, dat alles bespreekbaar wordt.

Als de schreeuwerige hindernis van het Amerikaanse Congres deze week nog genomen wordt – permanente goedkeuring van China's status als normale handelspartner – dan zullen China en Taiwan binnen enkele maanden, wellicht broederlijk naast elkaar in de Wereld Handels Organisatie (WTO) zitten, de eerste belangrijke internationale organisatie waar Taiwan – met instemming van China – in mag, en dat zal de zaken verder vergemakkelijken.

Oorlog in de Straat van Taiwan is met de slim gedoseerde zoet-zuur mix van president Chen Shui-bian onwaarschijnlijker geworden.

Willem van Kemenade is China-deskundige.

China-Taiwan

De foto bij het artikel Nieuwe kansen voor China en Taiwan (in de krant van dinsdag 23 mei, pagina 6) had een onjuist onderschrift. Het portret achter de nieuwe president van Taiwan, Chen Shui-bian en zijn vice-president toonde niet Chiang Kai-shek, maar Sun Yat-sen, leider van de eerste Chinese revolutie, die in 1911 een einde maakte aan het keizerrijk.

    • Willem van Kemenade