KRENTENKOEKJES

Wie eens iets extra's wil doen voor het zondagse ontbijt of voor een wat uitgebreidere middagthee, die kan deze krentenkoekjes bakken. Serveer ze warm en geef er roomboter bij.

Bereiding: Vermeng bloem, bakpoeder, gemberpoeder en suiker in een beslagkom en werk er met een deegkruimer de blokjes boter door tot een fijnkruimig mengsel is verkregen. Het kruimen kan ook gedaan worden met een ouderwetse vork met lange tanden. Snijd de reepjes geconfijte sinaasappelschil in gruisfijne stukjes. Klop het ei los samen met 1 eetlepel melk. Werk het eiermengsel, sinaasappelschil en krenten door het deegkruim en voeg het deeg bijeen tot een samenhangende bal.

Vorm het deeg tot een lange cilinder en snijd er met een scherp mes plakjes van 1 cm dik vanaf. Leg ze op een met boter ingevette en met bloem bestoven bakplaat en bak de krentenkoekjes in een voorverwarmde oven (220° C) gedurende 15 minuten, of tot ze lichtgerezen, goudgeel en gaar zijn. Steek de koekjes met een bakmes van de plaat, laat ze iets bekoelen op een rooster en serveer ze als ze lauwwarm zijn.

N.B.:

In het recept voor `Fricassée de veau aux asperges' van 20 mei is helaas een regel tekst weggevallen. De fricassée moet pas op het laatst, nadat de saus is gebonden met het mengsel van eierdooiers en citroensap, verder op smaak worden gebracht met zout en versgemalen peper. Doordat het toegevoegde aspergekookvocht reeds zout bevat, wordt er niet in de beginfase van de bereiding zout toegevoegd.