Keuze Rushdie is daad van verzet

Welk boek konden de Nederlandse boekverkopers aan de straatstenen niet kwijt? Juist, De laatste zucht van de Moor, de eerste roman die Salman Rushdie publiceerde nadat de Iraanse overheid in 1989 een doodvonnis over hem uitsprak omdat hij met zijn boek De duivelsverzen moslims beledigd zou hebben. Hij schreef het tijdens zijn onderduik.

De Nederlandse vertaling van De laatste zucht van de Moor, `een grote roman die zich in stilistische brille en thematische complexiteit kan meten met Rushdies beste werk', aldus de recensent van deze krant, is een half jaar geleden in de ramsj gedaan: van f 49,50 nu voor slechts f 14,95. Niet echt een uitgeefsucces dat je van een bestsellerauteur mag verwachten.

Toch is de voornaamste kritiek op de keuze voor de Brits-Indiase auteur Salman Rushdie als schrijver van het Nederlandse Boekenweekgeschenk in 2001, behalve het feit dat hij Brits-Indiaas is en Engels schrijft, vooral dat hij een bestsellerauteur is. De organisator van de Boekenweek, die ook de auteur van het Boekenweekgeschenk kiest, de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) kon zijn naam beter veranderen in CPB – `met de B voor Bestseller' schreef Joyce Roodnat op 21 april in deze krant. Een dag later noemde Elsbeth Etty de keuze voor Rushdie `een stuitende aanval op het Nederlandse literaire boek en de Nederlandse taal. [...] Deze keuze past in de uniforme wereld van de hype, autoraces, hamburgers van McDonald'.

Sjoerd de Jong spande de kroon. De `CPNB levert de Boekenweek uit aan het literaire flitskapitaal' beweerde hij op 3 mei, ook in deze krant. `Met de keus voor Rushdie heeft de CPNB zich namelijk `geprofileerd' als een organisatie die niet in de eerste plaats de Nederlandse letteren een warm hart toedraagt, maar die een exponent wil zijn van de internationale bestsellercultuur.' Volgde een betoog vol woorden als `literaire monocultuur', `mondiale handelswaar', `Hollywood-mentaliteit' en `applauscultuur', die kortom de dood in de pot zou zijn voor de Nederlandse literatuur. Koren op de molen van Nederlandse literatoren als Herman Stevens, die dan ook direct steun betuigde aan De Jong, en de schuld van die bestsellerverdwazing gaf aan de literaire critici en journalisten (NRC Handelsblad, 11 mei).

Je afkeer betuigen van de `bestsellercultuur' is zo langzamerhand een nationale sport van Nederlandse intellectuelen. Dat bestsellers mondiaal slechts 3 procent van de totale boekverkoop uitmaken, dat de diversiteit in literaire productie en consumptie de afgelopen eeuwen alleen maar is toegenomen: het zijn feiten (ontleend aan In praise of commercial culture, Tyler Cower, Harvard University Press, 1998) die niet besteed zijn aan Hollands cultuurpessimisten. Ze krijgen een waas voor ogen zodra ze het b-woord zien.

Dat zal ook de reden zijn dat Sjoerd de Jong in zijn aanval op de CPNB en de keuze voor de `bestsellerauteur', Salman Rushdie in één adem noemde met bestsellerauteurs als Stephen King en Tom Clancy. Dat lijkt mij een ernstige misvatting. De horror-thrillers van King en de techno-thrillers van Clancy zijn van een volledig andere orde dan de complexe literaire romans van Salman Rushdie. Dat Rushdie de status van een `literaire wereldster' kreeg, komt doordat hij een martelaar van het vrije woord geworden is door de fatwa van de fundamentalistische ayatollahs. Hij is het internationale voorbeeld bij uitstek geworden van een literair auteur die vanwege zijn fictie door godsdienstfanaten naar het leven gestaan wordt. Dat heeft hem wereldfaam bezorgd, niet de torenhoge oplages van geile en spannende (verfilmde) boeken.

Natuurlijk is De duivelsverzen internationaal een goed verkocht boek geworden omdat men nieuwsgierig was naar wat voor godslasterlijks daar nu in stond – en de meeste kopers zullen het boek na dertig bladzijden vermoeid op het nachtkastje gelegd hebben, om snel terug te keren naar de nieuwe King of Clancy waarin ze aan het lezen waren.

Daarom is het ook zo'n goed idee van de CPNB om Rushdie een Boekenweekgeschenk te laten schrijven: ik durf te wedden dat duizenden Nederlandse lezers die alle berichten over Rushdie met belangstelling gevolgd hebben, niet veel, of waarschijnlijk helemaal nooit iets van hem gelezen hebben. Nu krijgen ze op een presenteerblaadje iets van hem aangereikt, waardoor ze kennis kunnen maken met de literatuur die hij maakt. Het is een prima introductie tot een interessant en complex literair auteur.

Dat een commerciële organisatie van Nederlandse boekverkopers en uitgevers als de CPNB dat tot haar culturele taak rekent, is te prijzen. Dat ze, nu de gelegenheid zich voordoet dat `wereldster' Rushdie daaraan mee wil werken, die kans grijpt, is een prachtig cadeautje aan de Nederlandse lezer – die per slot van rekening al heel veel vertaalde boeken koopt: 70 procent van de in Nederland verkochte literaire boeken zijn vertaalde boeken.

Bovendien past het ook in de lange commerciële en culturele traditie van de Nederlandse uitgevers om boeken van in het buitenland vervolgde en verboden auteurs te drukken en te verspreiden. Het tegenargument dat de CPNB dan maar vlak na de fatwa, het doodvonnis, dat ruime aanbod had moeten doen, is larie: het getuigt van onbegrip van de ernst van de situatie waarin Rushdie zat. Eén vertaler van Rushdie is al vermoord, in 1991, een andere werd verwond. En deze maand is tegen een Duitse uitgever van De duivelsverzen in Iran opnieuw een doodvonnis uitgesproken. Dat de CPNB Rushdie het Boekenweekgeschenk laat schrijven is een daad van verzet, geen knieval voor de commercie.

Paul Steenhuis is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Paul Steenhuis