Ethiopië contra Eritrea

Ethiopië en Eritrea zijn in een militaire wedloop gewikkeld sinds het begin van de grensoorlog tussen de twee landen in mei 1998.

Het aantal Ethiopische militairen is de afgelopen twee jaar bijna verzesvoudigd: van 60.000 tot 350.000 man. Tegelijkertijd groeide het Eritrese leger van 50.000 tot 250.000 soldaten, meer dan tien procent van de volwassen bevolking. In de grootste conventionele oorlog van het moment staan circa 600.000 militairen tegenover elkaar.

Het gezaghebbende International Institute for Strategic Studies in Londen schat dat de twee landen sinds het begin van het conflict ieder gemiddeld een miljoen dollar per dag aan de oorlog spendeerden. In totaal zouden de twee landen die tot de armste ter wereld behoren, al meer dan drie miljard gulden aan de strijd hebben besteed. Hun belangrijkste wapenleveranciers zijn: Rusland, Bulgarije, Italië, China en Frankrijk.

De twee landen gaven alleen al in december 1998 bijna 700 miljoen gulden uit aan militaire apparatuur. Ethiopië kocht zeven Russische gevechtsvliegtuigen van het type Soechoi 27. Eritrea verwierf acht Russische MiG-29 vliegtuigen. Beide landen schaften tientallen helikopters aan, Ethiopië in Rusland, Eritrea in Italië.

Uit Bulgarije betrok Ethiopië honderd T-5 tanks en uit China grote hoeveelheden munitie. Bulgarije leverde ook raketten aan Eritrea voor de BM21 raketlanceerinstallaties, de zogeheten `stalinorgels'. Frankrijk verkocht geavanceerde communicatieapparatuur aan Ethiopië.