De techno-crash

ER VALLEN KLAPPEN op de aandelenmarkten. De hoogvliegers van de afgelopen tijd, de technologiefondsen, maken een duikvlucht. Wég zijn alle optimistische voorspellingen dat in de informatie- en communicatiesector de lucht de limiet is en dat de beursgang van telecombedrijven of van beginnende dotcommers louter tot koerswinsten kan leiden. Niet dus. Op de Amsterdamse beurs is kabelbedrijf UPC gekelderd in beurswaarde en kan deze de overname van televisiebedrijf SBS daardoor niet financieren. KPN is ten opzichte van zijn hoogste jaarkoers bijna gehalveerd. In Finland is Nokia gisteren meer dan tien procent van zijn koers kwijtgeraakt en de Nasdaq, de Amerikaanse markt voor hightech fondsen, heeft in twee maanden eenderde van zijn waarde verloren.

Komen de beleggers één voor één bij zinnen en is dit het begin van het einde van de hype in de financiële markten met alles wat met de nieuwe economie van telecom en internet te maken heeft? Eerder is er sprake van een gezonde correctie op overspannen verwachtingen.

De directe aanleiding voor de koersval van de technofondsen is tweeledig. Ten eerste beginnen de renteverhogingen in de Verenigde Staten eindelijk indruk te maken. De vastbeslotenheid van de Federal Reserve Board, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, om de economie af te remmen, wint aan geloofwaardigheid. Ook al is er geen sprake van uit de hand lopende inflatie, de Amerikaanse economie groeit veel harder dan op den duur houdbaar is. Zie de oplopende tekorten op de handels- en betalingsbalans. De Fed stuurt aan op een `zachte landing' en de verwachting is dat er nog meer renteverhogingen zullen volgen.

TEN TWEEDE IS vorige week een spraakmakend dotcom-bedrijf met veel spektakel onderuitgegaan. Het bankroet van Boo.com, een Britse verkoper van trendy sportkleding via het internet, opgericht door twee Zweedse yuppen, toonde aan dat internet toch niet de magische geldmachine is waarvoor veel beleggers en beginnende ondernemers het hielden. Boo.com zal niet de enige zijn. Volgens sommige deskundigen zal tachtig procent van de nieuwe bedrijven die recent naar de beurs zijn gegaan, onderuitgaan.

Op een ander niveau speelt zich een discussie af over de vraag of de centrale banken zich moeten bemoeien met de hoogte van de koersen. Sinds de uitspraak van Fed-voorzitter Alan Greenspan over `irrationele uitbundigheid' van de aandelenmarkten worstelen centrale bankiers met de vraag of ze de koersen kunnen beïnvloeden. Over het algemeen is men van mening dat het monetaire beleid zich met inflatie, en niet met beurs- of wisselkoersen moet bemoeien. Deze consensus werd twee weken geleden op een studentensymposium in Amsterdam treffend onder woorden gebracht door professor Willem Buiter, lid van de adviesraad van de Bank of England. Centrale banken, betoogde hij, kunnen met het rente-instrument luchtbellen in aandelenmarkten niet doorprikken. ,,We kunnen slechts achterover leunen, afwachten tot de luchtbel barst en dan klaar staan om de rotzooi op te ruimen'', zei hij. Directeur Brouwer van De Nederlandsche bank onderschreef deze opvatting: ,,Met monetair beleid kun je de inflatie van aandelenkoersen niet doorprikken, want dan smoor je de gehele economie.''

MAAR CENTRALE bankiers zijn zich terdege bewust dat hoge aandelenkoersen een welvaartseffect hebben, hetgeen burgers aanzet tot extra bestedingen. Hogere consumptie jaagt de economie aan, leidend tot oververhitting zoals in de VS en daarop moeten centrale banken wél reageren. In Amerika heeft de jongste renteverhoging van de Fed met een half procentpunt indruk gemaakt. Renteverhogingen dempen de groei en daarmee de winstverwachtingen voor ondernemingen. Bedrijven kunnen hun aandelenkoers niet louter op hun aanloopverliezen en toekomstige verwachtingen blijven baseren. Er moet winst gemaakt worden. De nieuwe economie onttrekt zich toch niet aan deze wetmatigheden. De terugkeer naar deze grondbeginselen valt slechts toe te juichen. Intussen blijken de technologische veranderingen waarmee internet en telecom gepaard gaan de vitaliteit van de oude economie te versterken.