Cultuurnota 3

In het hoofdartikel van 17 mei werd de Raad voor Cultuur geprezen om zijn durf. Hij geeft immers `de gevestigde orde een douw'. Grote namen en reputatie zijn niet meer genoeg, aldus het commentaar, waarin de uitslag voor het orkestwezen verder niet werd genoemd. Dat is jammer, want juist daar overheerst de overwinning van de status-quo.

Ikzelf heb de uitslag van het advies van de Raad op dit gebied al eerder gekarakteriseerd als een ruk naar rechts. Het meest progressieve orkest van Nederland, het Noordhollands Philharmonisch Orkest, moet worden opgeheven om onder meer geld vrij te maken voor de andere Randstedelijke orkesten. De voornaamste reden voor de Raad om dit af te doen was het argument dat de taken van het NPO door deze orkesten kunnen worden overgenomen.

De vraag is echter: gaan ze dit ook daadwerkelijk doen? Het Nederlands Philharmonisch Orkest heeft al laten weten echt geen tijd te hebben om in kleinere steden op te treden.

Binnen al de vernieuwende taken die het NPO soms met groot succes, soms met vallen en opstaan tot de zijne heeft gemaakt, en waarvoor het – pikant detail – bij de vorige uitspraak van de Raad voor Cultuur nog de hemel in werd geprezen, zal een aanmerkelijke verschraling optreden: de vernieuwing van het orkestrepertoire, de ontplooiing van de Nederlandse componist, het daadwerkelijk orkestmuziek naar de mensen toe brengen die niet in de grote steden wonen, het ontwikkelen van hoogstaand muziektheater voor grote groepen kinderen.

Het is een bitter stemmende conclusie dat uitgerekend dit orkest moet verdwijnen in een tijd waarin de financiële meevallers ons om de oren vliegen.

    • Peter-Jan Wagemans
    • Artistiek Adviseur van het Npo