Violist Eschkenazy bij zijn ex-collegae

Een jaar geleden deed Vesko Eschkenazy, tot de eeuwwisseling nog concertmeester van het Nederlands Philharmonisch Orkest, een `droomproefspel' bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij werd uitverkoren, en trad op op 1 januari 2000 officieel in dienst als de opvolger van concertmeester Rudolf Koelman, die is teruggekeerd naar Zwitserland. Het afgelopen weekend presenteerde de uit Bulgarije afkomstige, dertig jaar oude Eschkenazy zich als solist in het Amsterdamse Concertgebouw met het Vioolconcert van Katsjatoerian, met zijn oude orkest onder leiding van Michael Boder.

Ambachtelijkheid, vitaliteit en slavische zangerigheid vormen het hechte fundament van Eschkenazy's vioolspel, dat niet alleen oerdegelijk maar ook oermuzikaal is. Dat de nieuwe concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest uit een familie van professionele musici komt, verraadt zich in elke noot van zijn beheerste viooltechniek en soepele fraseringen. Eschkenazy wéét wat hij doet, en doet wat hij kan, met het vanzelfsprekende gemak waarmee een vogel door de lucht vliegt. Blijmoedig en ontspannen, sierlijk en zwierig, niet gehinderd door fysieke of psychische blokkades.

Eschkenazy speelde de Armeense thema's uit het Vioolconcert van Katsjatoerian alsof hij zijn goede oude vrienden omhelsde, warm en oprecht, heel charmant en ongekunsteld. De enerverende passages met hun markante ritmiek klonken bij Eschkenazy vurig en aanstekelijk. In zijn streven naar een optimale dialoog met het enthousiast begeleidende Nederlands Philharmonisch Orkest, was Eschkenazy soms een beetje te bescheiden. Dan ontbrak die gloeiende intensiteit, waardoor uitzonderlijke solisten zich onderscheiden van hun collega's. Bij Eschkenazy wint de lyriek het vooralsnog van de felheid en de dramatiek, en dat is heel innemend maar niet altijd even overtuigend.

In de geestdriftige maar rommelige uitvoeringen van Dvoráks Concertouverture 'Othello' en de Symfonie nr. 9 'Uit de nieuwe Wereld' liet het Nederlands Philharmonisch Orkest zich door dirigent Michael Boder leiden als een span wilde paarden voor een deftige koets. Het ontbrak de musici niet aan goede wil, maar het ontbrak, vooral bij de blazers, wel aan het juiste gevoel voor intonatie, terwijl strijkers én blazers de discipline ontbeerden voor een samenspel op hoog niveau.

Concert: Ned. Philh. Orkest o.l.v. Michael Boder, m.m.v. Vladimir Eschkenazy (viool). Gehoord: 19/5 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 23 en 24/5 aldaar.

    • Wenneke Savenije