Van den Broek: VN te traag bij vredesmissies

De Verenigde Naties zijn niet in staat snel vredesmissies te sturen naar oorlogsgebieden. ,,Snelle besluitvorming laat te lang op zich wachten.''

Dat zei voormalig minister H. van den Broek (Buitenlandse Zaken) vanmorgen bij het begin van de parlementaire hoorzitting over uitzendingen van Nederlandse militairen.

Van den Broek wees daarbij op de besluitvorming in de Veiligheidsraad waarbij elk van de vijf permanente leden een veto kan uitspreken. Maar volgens de voormalig minister van Buitenlandse Zaken moet soms tot actie worden overgegaa,n ook al is er geen overeenstemming. ,,In zo'n geval kies ik voor de menselijkheid'', zei Van den Broek vanmiddag tijdens zijn verhoor voor de commissie.

Van den Broek legde uit dat Nederland formeel geen invloed heeft op het mandaat van de Veiligheidsraad voor een vredesmissie, ook niet als Nederland zelf troepen levert. Maar via informele contacten kan er wel sprake zijn van `enige afstemming'.

,,En als het mandaat een land niet aanstaat heeft het altijd de mogelijkheid om de toegezegde troepen terug te trekken'', aldus Van den Broek.

De betrokkenheid van Nederland bij vredesmissies in Cambodja, Cyprus en de Sinaï is volgens de bewindsman niet gebaseerd geweest op een specifiek Nederlands belang. ,,Nederland heeft een morele plicht een bijdrage te leveren aan het handhaven van de internationale rechtsorde.''

Als eerste verscheen vanmorgen oud-topambtenaar P. van Walsum van Buitenlandse Zaken voor de onderzoekscommissie. Van Walsum, nu Nederlands vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties, was van 1989 tot 1993 directeur-generaal politieke zaken op het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Als voorzitter van de EG heeft Nederland in die periode een poging gedaan een oplossing te zoeken langs etnische lijnen voor het dreigend conflict in Joegoslavië. ,,Op dat moment hadden zich nog geen etnische zuiveringen voorgedaan en was het begrip nog niet besmet'', aldus Van Walsum. Het idee werd door de andere EU-lidstaten afgewezen en heeft daarna geen rol meer gespeeld.

Het argument dat een dergelijke opdeling een precedent zou vormen voor Rusland, overtuigde Nederland van de noodzaak deze lijn te verlaten.

DOSSIER: www.nrc.nl