Terug naar Amsterdam

In het derde deel van een serie over slachtoffers van de vuurwerkramp, een nadere kennismaking met Amalia Bendriss en Servet Tuluk.

Ze heeft haar kamer terug en dus is het tijd voor een nadere kennismaking met Amalia Bendriss. Min of meer tevreden keek ze afgelopen vrijdag- voor het eerst weer om zich heen in haar kamer aan de Pluvierstraat. De troep was opgeruimd, het glas weg. Het leven kon weer beginnen, zo leek het.

Maar de tassen waren gepakt, want ze ging nu eerst naar haar pleegmoeder in Amsterdam. En daar zit ze nu dan ook. Enschede is voor haar gevoel nog altijd onveilig. Er kan geen vliegtuig overkomen, geen donderklap klinken, of het hart bonst haar weer in de keel. ,,Dat zal waarschijnlijk nog wel een tijdje duren.'' Ze stond in de keuken toen de zware explosie het keukenraam eruit blies. Ze heeft nog altijd wonden in het gezicht. Het raam van haar kamer sneuvelde ook – de rest bleef heel.

De achttienjarige Bendriss heeft een leven achter de rug waar de meeste mensen niet aan toe komen. In Amsterdam geboren uit een Marokkaanse moeder en een Algerijnse vader, werd ze op haar vierde uit huis geplaatst. Door omstandigheden, zo zegt ze, konden haar ouders de opvoeding niet aan. Dat was het begin van een zwerfbestaan langs kindertehuizen en internaten. Met kruimeldiefstallen, weglooppartijen en arrestaties. Op haar zestiende ging ze onder begeleiding op kamers wonen in Enschede en begon met avondmavo.

De laatste jaren gaat het crescendo. Ze is bekeerd, en haalt daar haar kracht uit. Zelfs nu, in deze bizarre omstandigheden, is ze blij. ,,Ik kan altijd wel zingen. Ik voel me goed.'' De examens zijn voorlopig uitgesteld. Zelf denkt ze er over in Amsterdam te blijven. Daar zal ze de komende dagen eens over nadenken.

    • André Ritsema