Opdringerig

Verzet is zinloos, besefte ik vorige week ineens tot in al mijn vezels. Nu nog komen er ook bij mij enorm veel emoties los, iedere keer als ik een verslaggever hoor zeggen dat `de emoties loskwamen' of dat iets `heel emotioneel' was, maar al die ergernis, afkeer en walging leiden nergens toe. Ik moet het opgeven. Wat ik normale verslaggeving vind, is voorgoed iets van vroeger geworden, vrees ik.

Het is al zeker vijf jaar bezig: de omfloerste stemmen, het vragen naar de bekende weg, het inzoomen op – liefst zelfverwekte – tranen, en het wordt alleen maar erger. Wie nu opgroeit, denkt vast al dat het zo hoort.

Maar gevoelens zijn toch heel belangrijk? Wat is er eigenlijk tegen om daar alle ruimte aan te geven bij de berichtgeving over rampen en ellende in Nederland of elders?

Ik geloof dat mijn allergie voor de emo-tv voortkomt uit twee dingen. Het is net als met al die sentimentele Amerikaanse B-films waarvan ik er meer gezien heb dan me lief is. Ze dwingen me in een bepaalde richting, zijn bedoeld om mij de tranen in de ogen te brengen, en het ergste is: ik ben daar niet ongevoelig voor. Als ik niet uitkijk, knijpt ook mijn keel zich dicht bij de slotscène, waarin de happy family herenigd wordt of ongeluk blijkt te leiden tot nieuwe zingeving of onrecht na een lange strijd wordt omgezet in een nieuwe wet.

De B-filmformule maakt met welgekozen woorden en beelden misbruik van de menselijke natuur, en het is het opdringerige dat me het meest tegenstaat. Want ik kan echt en onecht gevoel daardoor niet goed meer in mezelf onderscheiden. De waterlanders die dreigen op te komen zijn een soort reflex, die zich trouwens heel eenvoudig laat onderdrukken.

Nu zijn het bij films en series scenarioschrijvers en acteurs die die standaardreacties teweegbrengen. Kijken hoeft ook helemaal niet. Maar in de echte wereld gaat het om echt leed, en dat journalisten zich daarbij tegenwoordig zo vaak gedragen als slechte acteurs vind ik werkelijk stuitend. Naast de opdringerigheid, die mij onvoldoende ruimte laat om na te gaan wat ik werkelijk vind en voel, is er dus de onoprechtheid. Ik hou er niet zo van om televisie een verderfelijke invloed toe te schrijven, maar hoe komen journalisten er anders toe een rol te spelen?

Ik geloof daarbij overigens niet in hun kwade bedoelingen. Volgens mij hebben ze de gemaaktheid van hun optreden meestal helemaal niet door. Toch is die voor iedereen na te gaan, ook voor henzelf.

Ze moeten ook maar eens doen waartoe ik ben overgegaan: het geluid uitzetten. Want alleen maar de kranten lezen voor het nieuws is onvoldoende. Sommige dingen moet je nou eenmaal zien. Zonder commentaar maken bijvoorbeeld die krankzinnige oorlogsbeelden uit Enschede zelfs meer indruk. Maar wie het geluid ook bij de interviews weglaat ziet het haarscherp. Gezichtsuitdrukkingen en gebaren laten er vaak geen enkele twijfel over bestaan dat wat er gezegd wordt niet voortkomt uit werkelijke betrokkenheid.

Het is een experiment dat iedereen wel eens toepast. In een gezelschap zie je in de verte dikwijls exact hoe iemand eraan toe is. Woorden en stembuigingen leiden niet af, en dat iemand zich ongemakkelijk voelt, zich aan staat te stellen, dolverheugd is, of over iets staat te draaien is dan onmiskenbaar.

Vorige week stond er een onderzoekje naar liegen in Nature beschreven. Daar kwamen interessante gegevens uit. Mensen met een hersenbeschadiging in hun linker hersenhelft die daardoor taalproblemen hadden, waren beter in het herkennen van leugenaars dan patiënten met een hersenbeschadiging aan de rechterkant en ook dan een controlegroepje studenten. De onderzoekers concluderen dat afasiepatiënten dus extra gevoelig zijn voor misleidend gedrag.

Men had ze laten kijken naar video's met personen die probeerden hun negatieve gevoelens te verhullen, afgewisseld met dezelfde vertellers die oprecht iets positiefs zeiden, in willekeurige volgorde. Maar één ding was niet geprobeerd. Wat gebeurt er nou wanneer je bij iedereen het geluid uitzet? Want in zekere zin is dat bij afasiepatiënten het geval: als je niet meer begrijpt wat er gezegd wordt, dan kijk je naar beeld zonder geluid. Ik maak me sterk dat de andere onderzochte groepen het dan significant beter zouden doen dan nu het geval was.