Onze prins

Omdat het antiquariaat de dood van prins Bernhard schielijk zag naderen, had men een oude biografie van hem pontificaal voor de deur uitgestald. Voor vijf gulden – een onweerstaanbare aanbieding. `Onze prins' heette het, met als ondertitel `In het publiek en binnenskamers'. Het was geschreven door dr. J. Waterink ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van de prins in 1951.

Wat het boek zo interessant maakt, is het hagiografische karakter ervan dat meer zegt over tijd en zeden dan menig officieel geschiedschrift. Zo'n boek zou nu ondenkbaar zijn, zelfs al zouden we Maartje van Weegen de eindredactie laten doen. De prins komt erin naar voren als een volmaakt mens. Misschien is hij dat ook wel, maar je krijgt onwillekeurig enige argwaan als de lofprijzingen zich zó gestaag vermenigvuldigen.

De prins is in de ogen van Waterink in ,,een prachtige evenwichtstoestand: sterke, zakelijk gerichte belangstelling, met grote warmte van gemoed.'' Hij is ongedwongen, open, beslist en humoristisch, hij denkt buitengewoon snel en hij barst van het plichtsbesef.

De prins is volgens de schrijver ook een uitzonderlijk trouw mens. ,,Deze karaktertrek openbaart zich ook hierin, dat de Prins, wanneer hij eens een keer een wat harde geestelijke klap gegeven heeft of een wat snelle sneer, betrekkelijk kort daarna de behoefte openbaart om de pijn, die hij zou hebben kunnen veroorzaken, weer weg te nemen. Dit geschiedt dan nooit in zulk een vorm, dat er ook maar enigszins sprake zou kunnen zijn van een soort terugkrabbelen of iets dergelijks. Neen, veeleer wil de Prins laten voelen, dat die ander, juist omdat hij hem waardevol is, van hem de nodige terechtwijzing kreeg; en dan wel een wat hardhandige terechtwijzing, omdat dit goed voor hem was en omdat de Prins van hem houdt en hem trouw is.''

Wie zou van zo'n loyaal iemand geen harde geestelijke klap willen krijgen?

De prins is in dit boek ook een vrome familieman die zijn vrije tijd bij voorkeur met vrouw en kinderen doorbrengt. Hier valt de schrijver echter met een harde bons door de mand. We weten inmiddels dat de prins een wat avontuurlijker invulling van zijn vrije tijd nastreefde. En met succes. Bovendien bevond zijn huwelijk zich juist in die periode in een grote crisis. De prins was er net met veel moeite in geslaagd gebedsgenezeres Greet Hofmans, vertrouwelinge van zijn vrouw, uit het paleis te krijgen.

Waterink gaat in zijn bewondering voor Bernhard-de-familieman zó ver dat de prins het er zelf benauwd van moet hebben gekregen. Zo schrijft Waterink: ,,Gaarne houden de Koningin en de Prins beiden in de zomer enige tijd over om in de namiddag te gaan zwemmen.'' Waterink drukt er in facsimile een corrigerend krabbeltje van de prins bij af: ,,Verleden jaar totaal 10 keer en in 1949 ook niet meer !!! Dus eigenlijk onjuist.''

De prins was kennelijk bezorgd dat de natie zou veronderstellen dat hij niets anders deed dan pootjebaden met zijn vrouw.

    • Frits Abrahams