Negen Marokkanen oefenen voor feestje

Er is niets tegen amateurkunst, integendeel. Zo is er niets tegen dat het ensemble Qua Roudania uit de stad Taroudannt in Zuid-Marokko zich oefent in het zingen van oude poëzie in een noordelijk genre dat `melhoun' wordt genoemd. En dat het om de moed erin te houden af en toe optreedt voor publiek, net als een Hollandse dorpsfanfare. Maar als zo'n gezelschap voor een tournee wordt uitgenodigd dan rust op de organisatoren de plicht het betalend publiek iets uit te leggen over wat het in huis heeft gehaald.

Dat de leider van het ensemble in zijn woonplaats als een groot dichter wordt beschouwd, zoals de programmafolder meldt, is mooi voor hem. Minder mooi is, zoals in het Tropeninstituut al heel snel blijkt, dat hij eigenlijk niet kan zingen. Hetzelfde geldt voor drie anderen mannen van het in djellaba's en mutsjes gehulde ensemble die eveneens de rol van voorzanger spelen. Dat de enige die er wel iets van kan, darbouka-speler Abdel Rhandour, ook slechts één beurt krijgt, is vreemd. Maar omdat de teksten oud en lang zijn, zou het best kunnen zijn dat niemand ze allemaal uit het hoofd heeft kunnen leren. De negen mannen op blote voeten die in lotuszit op het podium zitten, hebben waarschijnlijk overdag een baan en doen dat zingen er als hobby bij, net als het tokkelen, strijken en trommelen. Dat zou ook passen in de traditie want de melhoun komt voort uit de gilden van ambachtslieden; schrijnwerkers, schoenmakers en ketellappers.

Pas als de meeste instrumenten zwijgen en er naar hartelust kan worden geklapt, het laatste in samenspraak met het publiek, ontstaat er iets dat uitstijgt boven naarstig proberen: een uitbundig feestje voor de hele familie. Dat zulks gebeurt in het genre `L'griha' dat specifiek voor Taroudannt schijnt te zijn, kan geen toeval zijn. Men zou deze mannen moeten adviseren vaker dicht bij huis te blijven.

Concert: Ensemble Qua Roudania. Gehoord: 20/5 Tropeninstituut Amsterdam. Verder: 23/5 Vooruit Gent (B); 26/5 Chassé Breda; 27/5 Doelen Rotterdam; 28/5 Volksbuurtmuseum Den Haag.

    • Frans van Leeuwen