Met Job naar de top van de `EK preken'

Publiek en jury waren het zaterdag niet met elkaar eens wie in Naarden het best preekte.

De stemming zit er in bij de duizend kerkgangers, zaterdagmiddag voor de Grote Kerk in Naarden. Voor de tweede keer wordt daar de verkiezing van de preek van het jaar gehouden. Dagblad Trouw riep vorig jaar Nederlandse dominees op hun beste preek in te sturen. Uit de 184 inzendingen werden vijf finalisten gekozen, die het nu tegen elkaar op zullen nemen. De kerkganger zien niet op tegen een kerkdienst van drie uur. Integendeel. ,,Op naar het Europees kampioenschap preken.''

Drie jaar geleden, toen Trouw in navolging van The Times de wedstrijd voor het eerst organiseerde, brak er nog herrie uit in de krantkolommen. Een schande, vonden briefschrijvers het dat dominees zich wilden laten beoordelen door een aardse jury. Een wedstrijd is ,,ijdel'' schreef de een. ,,Het ambt onwaardig'', zei de ander. ,,Er is er maar Eén die bevoegd is tot oordelen.'' Ook `preektijger' Nico ter Linden, die zelf voordrachtslessen volgde bij Cox Habbema, vond dat de ,,ontmoeting met God niet te jureren viel.''

De kerk is bijna de laatste plaats waar nog in het openbaar een afgerond betoog wordt uitgesproken. Met een dorre uitleg van de bijbeltekst komt een dominee niet meer weg. Hij zal het publiek moeten boeien, hen troosten of vermanen als dat nodig is. En zo'n preek wordt niet elke zondag ingefluisterd door de allerhoogste, dat weet elke dominee. Preken is werken, dat zei de vierde-eeuwse kerkvader Augustinus al. Hij vond het gebruik van retorica daarom geoorloofd. Zelfs Jezus en Paulus gebruikten volgens hem argumentatie-technieken en stijlfiguren om het Woord te verkondigen.

Dit jaar bleven protesten uit. De kerkgangers in Naarden wagen zelfs een grapje: ,,Met Job naar de top.'' De predikanten hebben de opdracht een nieuwe preek te houden over hoofdstuk 31 uit het boek Job. Niet de vrolijkste bijbeltekst, en niet de makkelijkste. Heel kort gezegd gaat het in dat fragment over de goede mens die wordt getroffen door het kwaad. De duivel heeft Job alles ontnomen; zijn kinderen zijn dood, zijn werknemers ook, zijn huis is verwoest, zijn vrouw heeft hem verlaten. Job zelf is geslagen met zweren, die hij zittend op een mestvaalt met een potscherf krabt. Hij vraagt God als elke mens in nood `waarom ik?'

De finalisten – vier mannen en een vrouw, vier protestanten en een katholiek – beklimmen om de beurt het preekgestoelte om in maximaal 12 minuten hun preek voor te dragen. Sneller praten helpt niet. De voordracht weegt, net als in de retorica, mee in het oordeel van de jury. Jury-voorzitter en CDA-senator Tineke Lodders, hoogleraar communicatiewetenschappen Anne van der Meiden, schrijfster Désanne van Brederode en Jacobine Geel, de winnares van de vorige wedstrijd maken geen aantekeningen zoals de meeste kerkgangers. Ze luisteren.

Pater Rudolf van Dijk, karmeliet in de Nijmeegse Eliagemeenschap begint. Prima preek, schrijft een oudere toehoorder op het stembiljet. Hij krabbelt het cijfer 7. Mompelt: ,,Niet slecht voor een katholiek.'' Dan komt Dick Stap, ziekenhuispredikant in Terneuzen. Een preek die in klassieke homiletica (preekhandleidingen) niet zou misstaan. Hij haalt Kafka erbij, Susan Sontag, de mythe van Sisyphus en Albert Camus. Hij bouwt syllogismen, vergelijkt en weidt uit. Te moeilijk, schrijft nu dezelfde luisteraar.

Jean-Jacques Suurmond, predikant en Gestalttherapeut te Vlaardingen houdt een rechttoe-rechtaanpreek. Krijgt de lachers op zijn hand als hij de vrienden van Job vergelijkt met intellectuelen met samengeknepen billen. En dan komt de enige vrouw, Greteke de Vries uit Hengelo. Zij vergelijkt Job, de ten onrechte gevallen zonnekoning die alles kwijt is geraakt en niet gewend is te verliezen, met oud-minister BramPeper.

En die vergelijking valt niet goed, blijkt in de pauze als het publiek de stembiljetten in kan leveren. Twee oud-burgemeesters, uit Oegstgeest en Jacobswoude, hebben er geen goed woord voor over.

De jury kiest de `moeilijke' preek van Dick Stap tot allerbeste. Het publiek geeft hem juist de minste stemmen. Het kiest Gerrit Wessels, de hervormde dominee uit Varsseveld, die het geloof bijna had verlaten maar toch terugkeerde. Job, zegt hij, gaat over het conflict tussen de mens en zijn schepper. Wessels zoekt in zijn preek een antwoord op het waarom van het lijden. Hij legt uit, troost. Hij krijgt niet de envelop met inhoud, maar de publieksprijs. En in de religieuze retorica is dát de hoofdprijs.

    • Rinskje Koelewijn