Israel in het defensief

Israel zit op twee fronten – Libanon en de Palestijnen – in het defensief. Hezbollah stormt af op een zege op Israel.

Vroeger zeiden de Israeliërs dat de Arabieren uitsluitend de taal van geweld verstonden. Sedert de oorlog van 1973 en de Palestijnse intifadah hebben de Arabieren deze uitdrukking van Israel overgenomen. Nu stormt de Libanese fundamentalistisch-shi'itische beweging Hezbollah op een hard bevochten zege op Israel af. De balans tussen Israels hoog ontwikkelde militaire macht en het incasseringsvermogen van de Israelische maatschappij om doden te begraven is diepgaand veranderd.

Premier Ehud Barak en zijn generaals hebben zich de afgelopen weken ingespannen om de terugtocht van het leger uit Zuid-Libanon te ontkoppelen van de opmerkelijke militaire successen van Hezbollah. Het afgelopen weekeinde heeft onderminister van Defensie Efraim Sneh de ontruiming van Zuid-Libanon toegeschreven aan het onvermogen van de Israelische samenleving om het steeds maar stijgend aantal sneuvelende soldaten in Zuid-Libanon te dragen. Het is geen geheim dat het Israelische opperbevel om strategische reden tegen Baraks besluit was om daarom een einde te maken aan de Libanese tragedie. Nu het Zuid-Libanese Leger (SLA) van generaal Antoine Lahad nog voordat de volledige terugtocht van het leger een feit is onder druk van Hezbollah als zand uiteenvalt, stormen de critici op Barak af. Het lijdt geen twijfel dat ex-chefstaf Barak in de eerste plaats 7 juli 2000 als laatste datum voor een terugtrekking uit Zuid-Libanon noemde om druk op Syrië uit te oefenen een vredesverdrag te sluiten. Als extra drukmiddel op Damascus waarschuwde Israel dat de Syrische bezettingsmacht in Libanon een Israelisch militair doel wordt als Hezbollah Israel op Israelisch gebied blijft aanvallen.

Maar zelfs de recente bombardementen op Libanese elektriciteitscentrales hebben geen merkbare verandering in het Syrische standpunt gebracht. En het is de vraag of de vernietiging het afgelopen weekeinde van tien Palestijnse tanks van de organisatie van Ahmed Jibril door Israel nabij de Syrische grens de gewenste indruk in Damascus maakt.

Na deze waarschuwingsschoten meldde de Israelische televisie gisteravond dat Barak heeft besloten om de ontruiming van Zuid-Libanon met vijf weken te vervroegen naar 1 juni. Intussen neemt Hezbollah triomfantelijk stellingen over die door Israel aan zijn bondgenoten van het SLA waren overgedragen, nog voordat er sprake is van een besluit van de Veiligheidsraad om de VN-vredesmacht UNIFIL die in het gebied is gelegerd, te verdubbelen. Ter plaatse doen zich razendsnel ontwikkelingen voor die Barak en de VN voor een nieuwe realiteit plaatsen: er onstaat een vacuüm dat door Hezbollah wordt gevuld. Op de inwoners van Noord-Israel heeft dat een traumatiserend effect. Als Hezbollah de strijd voortzet na de ontruiming – maar dat is beslist geen wet van Meden en Perzen – komen 170.000 Israeliërs in de frontlinie te liggen. Veel bewoners van de stad Kiryat Shmona wijken al uit naar veiliger oorden.

Intussen staat de regeringscoalitie ook onder grote druk over de Palestijnse kwestie. Het `geheime' Israelisch-Palestijnse vredesoverleg in Stockholm is dit weekeinde opgeschort. Barak nam dit besluit uit protest tegen de betrokkenheid van gewapende Palestijnse politieagenten bij een aanhoudende intifadah-achtige golf van Palestijns protest waarbij tot nu toe zes Palestijnen zijn gedood en volgens Palestijnse bronnen tegen de 1.000 gewond. Het schieten van Palestijnse agenten op Israelische soldaten en de verwonding van een kindje van twee jaar in Jericho door een Palestijnse molotovcocktail leidde tot Baraks besluit voorlopig enkele Palestijnse dorpen niet aan het Palestijnse Gezag van Yasser Arafat over te dragen.

Met zoveel problemen op zijn nek besloot Barak ook een voor deze week gepland bezoek aan president Bill Clinton in het Witte Huis af te zeggen. ,,Omdat hij niks te zeggen heeft tegen Clinton'', zei een politieke commentator gisteravond. De Palestijnse impasse is echter van tijdelijke aard. Barak stuurde de chefstaf generaal Shaul Mofaz op een geheime missie naar Arafat om de Palestijnse leider op het hart te drukken de ,,Palestijnse straat te kalmeren''. Deze kwam in beweging door hongerstakingen van Palestijnse gevangenen en aanhoudende Israelische bouw in nederzettingen en confiscatie van Palestijns land voor wegen voor de kolonisten. Gisteren al nam Israel waar dat Arafat de `straat' niet alleen kan mobiliseren – ook voor ontlading van interne Palestijnse spanningen – maar ook tot betrekkelijke rust kan brengen.

Barak is ondanks binnenlands prestigeverlies over Zuid-Libanon en de Palestijnen vastbesloten op een vredesregeling met Arafat aan te sturen. De ontwikkelingen in Libanon en de confrontaties met de Palestijnen versluieren opmerkelijke veranderingen in Israelische standpunten. Volgens een kaart in een Israelische krant kan Arafat al negentig procent van de Westelijke Jordaan-oever het zijne noemen. Colette Avital, een parlementariër van Baraks Arbeidspartij, sprak zich eind vorige week zelfs uit voor Palestijnse soevereiniteit in een deel van Jeruzalem. Eerder werd gemeld dat in Stockholm werd gesproken over een grote mate van zelfbestuur in de Palestijnse wijken van Jeruzalem. Protest van het bureau van Barak werd niet gehoord.