Indiërs én Fijiërs dupe van coup

Fiji blijkt veel instabieler dan waarnemers dachten. Allochtone Indiërs én autochtone Fijiërs zullen de wrange vruchten plukken van de huidige couppoging.

Wat de uitkomst van de racistische couppoging in Fiji ook mag zijn, duidelijk is dat deze de politieke en economische ontwikkeling van dit potentiële paradijs in de Stille Oceaan met bijna een miljoen inwoners vele jaren zal terugdraaien. Na twee staatsgrepen in 1987 kostte het de eilandenstaat, 2000 kilometer noordelijk van Nieuw-Zeeland, tien jaar om de politieke schade te herstellen. Pas in 1997 werd Fiji na de schorsing door het Gemenebest weer tot die vriendenclub van ex-Britse gebiedsdelen toegelaten.

Het duurde even lang voor de economie van het land, waarin autochtone Fijiërs en de Indiase bevolkingsgroep elkaar jarenlang in evenwicht hielden, om weer op te krabbelen. De goed ontwikkelde toeristensector kwam er na de staatsgrepen achter dat de schitterende ongerepte koraalriffen alleen niet voldoende zijn om volle jumbo's met Australiërs, Nieuw Zeelanders en Amerikanen op het vliegveld van Nadi af te leveren. Toeristen houden niet van geweld.

In 1987 hadden de twee staatsgrepen gepleegd door kolonel Sitiveni (Steve) Rabuka hetzelfde doel als die van vorige week. Ze moesten een regering wippen waarin de Indiërs een cruciale politieke machtspositie hadden verworven. De bittere rassentegenstellingen in Fiji zijn een koloniale erfenis. Afstammelingen van Indiase suikerrietplantages die door de Britten in het eind van de negentiende eeuw naar Fiji werden gebracht, hadden vijftien jaar geleden niet alleen een numerieke meerderheid, maar deden het economisch ook veel beter dan de autochtone bevolking. Toen daar ook nog beslissende politieke macht bij kwam, voelden veel Fijiërs zich tweederangsburgers in eigen land.

De gevoeligheden concentreerden zich op de door Indiërs beheerste suikerrietteelt, die plaatsvindt op landbouwgrond die middels zeer langdurige contracten wordt gepacht van Fijiërs. Veel Fijiërs vrezen dat regeringen met Indiërs grondhervormingen zullen uitvoeren die hun zeggenschap verder zullen verzwakken. Rabuka wist in 1987 op basis van die vrees de steun van het door autochtone Fijiërs beheerste leger te krijgen.

De huidige coupleider George Speight lijkt die steun te ontberen, maar zijn rol is, belangrijk genoeg, niet nadrukkelijk veroordeeld door president Ratu Sir Kamisese Mara. De president heeft normaal gesproken vooral een symbolische rol, maar Mara heeft in de huidige crisis grote macht. Als Mara, een autochtone Fijiër die jarenlang premier was, Speight de hand boven het hoofd houdt, is de rol van de coupleider waarschijnlijk niet uitgespeeld. Speights voorbeeld Sitiveni Rabuka heeft dit weekend gezegd begrip te hebben voor het doel van de coupleider, maar zijn methode af te keuren. Die uitspraak versterkt Speights positie. De aangekondigde steundemonstratie van de radicale autochtone Taukei-beweging, morgen in de hoofdstad Suva, geeft ook aan dat de staatsgreeppoging onder de Fijiërs steun heeft en daarom het democratisch proces in het land langdurig kan ondermijnen.

Rabuka stapte vorig jaar als president op na een verkiezingsverlies. Na de door hem gepleegde staatsgrepen werd hij president na verkiezingen die volgden op een door hem geïnspireerde grondwetswijziging. Daarbij werd in het parlement de meerderheid voor autochtone Fijiërs gegarandeerd. Toen de regionaal machtige buren Australië en Nieuw Zeeland en het Gemenebest die grondwet niet accepteerden, stemde Rabuka pragmatisch in met een verdere grondwetswijziging die weer een einde maakte aan politieke machtsgaranties voor de Fijiërs.

Of de staatsgreep slaagt, is nog onduidelijk. Niettemin is het kwaad geschied. Net als na 1987 zullen veel goed opgeleide Indiërs uitwijken naar Australië, Nieuw-Zeeland en de VS. Zo'n exodus zal de beschadigde economie en het voorzieningniveau van het land verder aantasten. Daar zullen ook de autochtone Fijiërs onder lijden.