Hemelse modder

Als het programma met een andere herkenningstune was begonnen, had ik er misschien nooit naar geluisterd. Maar door de welluidende, ritmische aanhef van Bachs cantate Wachet auf ruft uns die Stimme (BWV 140), voor de 27ste zondag na Trinitatis, viel ik onmiddellijk voor de eerste uitzending van Hemelse Modder die ik hoorde. Elke dinsdagmiddag praat Klaas Vos in dat programma met mensen over onderwerpen die het grote nieuws zelden of nooit halen.

In een toelichting, die minstens even misleidend is als de inleidende muziek, schrijft de VPRO op haar website dat de voormalige dominee van de Nederlandse Hervormde Kerk de luisteraar langs de cruciale plekken van de Nederlandse kerkgeschiedenis voert. In de praktijk gaan de uitzendingen over alles behalve de vaderlandse kerkgeschiedenis. Vos brengt een bezoek aan een vogelhut bij de Oostvaardersplassen om een bijzondere vogel te bekijken, die zich helaas niet laat zien. Hij vervoegt zich bij bakkerij Hartog aan de Amsterdamse Wibautstraat, waar `hemels brood' wordt gebakken. Hij loopt na de benoeming van Gerrit Komrij tot Dichter des Vaderlands over een begraafplaats om het graf van een dichter te zoeken. Hij praat met de beheerder van het Hannemahuis in Harlingen over de resten van een jeneverstokerij die bij de restauratie onder het museum zijn aangetroffen. En veel Ajax: Evert Vermeer over honderd jaar Ajax, Bobby Haarms over zijn nieuwe functie van chef-gras in de Arena (,,Het is al beter dan vijf matten geleden''). Hoe ruim je het begrip kerkgeschiedenis ook interpreteert, de gekozen selectie aan onderwerpen past er bij lange na niet in.

Toch stoort dat niet, want Klaas Vos maakt een programma zoals weinigen maken. Zo heeft hij volstrekt geen neiging om zich te laten gelden. Hij pakt geïnterviewden niet aan, zet ze op geen enkele manier onder druk en vermijdt elke confrontatie. Daardoor ontstaat een atmosfeer waarin zijn gesprekspartners zich helemaal vrij voelen. De jurist De Jonge zingt in een gesprek over de jaarlijkse `Varsity' het lied van de Leidse studentenroeivereniging (,,De hand aan de riemen, gij zonen van Njord''), hoewel hij eerst heeft aangekondigd dat absoluut niet te zullen doen. Als de cardioloog Ritsema geen zin heeft om het lied van de Utrechtse studentenroeivereniging Triton te zingen, dan laat Vos dat zo. In de sfeer die zo ontstaat, geven geïnterviewden zich helemaal bloot. Zonder dat er één laatdunkend woord wordt gesproken, spat de studentikoze ballerigheid van de twee ex-Varsitykampioenen uit de luidspreker. Ze laten, zonder dat ze het zelf door hebben, zien wie ze zijn: twee gearriveerde zestigplussers die het helemaal gemaakt hebben in het leven.

Met radio kun je verbeelden, met geluiden kun je schilderen. Vos weet hoe dat moet. Je voelt de wind, je ziet de vogels, je hoort het grind als hij op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag de weg kwijt is. Een passerende medewerker van de begraafplaats legt hem uit dat hij de plattegrond verkeerd om houdt. En zo wandelt Vos al vertellend – hij bereidt zich grondig voor op zijn onderwerpen – naar zijn plaats van bestemming, het graf van de dichter Boutens.

Klaas Vos is een geseculariseerde hoogtezondominee, die op de bezoeken die hij brengt voluit `herder' is. Haast is de dood van het pastoraat, moet Klaas Vos als predikant al hebben beseft en luisteren naar iemands problemen is zeker de helft van de oplossing ervan. Hij heeft de tijd zoals een dorpspastoor de tijd had voor de koffie, de sigaar en de verhalen van zijn parochianen.

Verademend is vooral het volstrekt tempoloze van zijn programma. Tegenover de hijgerigheid en jachtigheid die actualiteiten en discussies op de radio kenmerken – want de luisteraar wordt verondersteld zich na drie minuten gesproken woord te gaan vervelen – schildert Vos in zijn eigen nisje fraaie miniatuurtjes. Of hij hem zou aanpakken weet ik niet, maar is hem de Zilveren Reissmicrofoon al eens toegekend?

Hemelse Modder, dinsdag, Radio 5, 14.30 uur.

    • Herman Amelink