Eenheid terug bij hockeyploeg na roerige periode

Minder dan vier maanden voor het begin van de Olympische Spelen in Sydney lijkt de Nederlandse hockeyploeg de zaken weer op orde te hebben. Dat werd tijd, na een jaar waarin de wereld- en olympisch kampioen vaker met zichzelf overhoop lag dan met de tegenstanders en het aureool van onaantastbaarheid in duigen viel.

Illustratief voor de wederopstanding was de overtuigende 4-1 zege op Australië, gisteren in het voorlaatste oefenduel voor het begin van het toernooi om de Champions Trophy in Amstelveen. Met bij vlagen oogstrelend aanvalsspel, als vanouds gebaseerd op snelheid en techniek, rekende Nederland af met de ploeg die vanaf zaterdag in het Wagener-stadion de titel verdedigt bij het jaarlijkse zeslandentoernooi. Morgen, op het terrein van Bloemendaal, treedt Australië andermaal op als sparringpartner en moet blijken of de herwonnen geestdrift geen oprisping was.

Volgens Maurits Hendriks is daar geen sprake van. ,,Onze progressie is geen momentopname'', beweerde de bondscoach, die gisteren weer een beroep kon doen op zijn aanvoerder Stephan Veen. De middenvelder liep negen weken geleden een hamstringblessure op en miste daardoor in zijn laatste seizoen de play-offs met zijn club HGC. In zijn 250ste interland, de duizendste uit de geschiedenis van de nationale mannenploeg, demonstreerde Veen gisteren andermaal zijn grote gaven, al mist hij nog duidelijk wedstrijdritme.

Dat gold opmerkelijk genoeg ook voor Australië. Al ruim vijf maanden is de ploeg van bondscoach Terry Walsh min of meer onafgebroken bijeen met het oog op de Olympische Spelen in eigen land, maar daar was gisteren in Amstelveen weinig van te merken. Als excuus noemde Walsh de jetlag en de absentie van twee routiniers.

Hendriks kan bij Nederland pas sinds twee weken over zijn voltallige selectie beschikken. Een spelersgroep waarvan de meeste internationals de play-offs nog in het hoofd en in de benen hebben zitten, maar die gisteren desondanks gretig en fris voor de dag trad. Net als zijn elftal heeft ook Hendriks een metamorfose ondergaan. Was hij nog niet zo lang geleden onwennig in zijn rol als opvolger van succescoach Roelant Oltmans, vijftien maanden na zijn promotie is de oud-assistent niet langer een karikatuur van zichzelf. Ontspannen en zelfverzekerd trad Hendriks gisteren zijn gehoor tegemoet. Dat was een verademing na een jaar waarin hij krampachtige pogingen deed om de geest van zijn voorganger te verdrijven.

Hendriks heeft leergeld betaald, zoals hij gisteren benadrukte. ,,Het heeft even geduurd, maar de chemie is terug'', constateerde hij zichtbaar tevreden. ,,We hebben de tijd genomen om elkaar aan te kijken en aan elkaar te wennen. Dat hoofdstuk hebben we nu afgesloten. Nu weet iedereen waar hij aan toe is, net zo goed als ik dat weet.'' Schuldbewust verklaarde Hendriks gisteren dat hij een aantal inschattingsfouten heeft gemaakt in de eerste maanden. Vooral in de communicatieve sfeer liet de samenwerking met de spelersgroep te wensen over. ,,De realiteit is dat ik als bondscoach wel heel ambititieus kan zijn, maar dat we de stappen toch samen moeten zetten als we iets willen bereiken.''

Cruciaal voor de toenadering tussen spelers en coach was de trainingsstage, in januari, in Egypte, zoals Veen erkende. ,,Daar hebben we de tijd benut om in alle rust en ontspanning de rijen te sluiten. We zijn nu meer een eenheid dan vorig jaar.'' In Egypte koos Hendriks definitief voor Teun de Nooijer als diepste spits – een omzetting die mede tot stand kwam op initiatief van de speler zelf. Daarmee viel Hendriks terug op een tactiek die hij eerder beproefde, maar niet het gewenste effect had. Bij gebrek aan controlerende middenvelders kwam het geregeld voor dat de middelste linie werd overlopen zodra De Nooijer balverlies leed.

Tegenstanders maakten dankbaar gebruik van die kwetsbare plek. Om dat gevaar uit te bannen, besloot Hendriks onlangs om Jeroen Delmee, gisteren uitgeroepen tot speler van het afgelopen seizoen, weg te halen uit het centrum van de defensie en een linie naar voren te schuiven. ,,Het middenveld is weer in balans'', zei Veen.

Van belang voor de herwonnen eenheid is ook de premie-overeenkomst (2.500 gulden voor een medaille bij het toernooi om de Champions Trophy) die de spelersraad onlangs met de bond sloot. Na een jaar waarin de internationals meer over prijzengeld dan over hockey spraken, heeft de sport weer prioriteit.