Burgerheren

Sommige mensen worden oud geboren. Dat geldt voor burgemeester Opstelten van Rotterdam die eruitziet en praat alsof hij zijn illustere vak vanaf zijn geboorte heeft uitgeoefend. Toen hij uit zijn moeder kwam, heeft hij niet gekrijst maar gekucht tegen de in het wit gehulde geboortecommissie: ,,Ahum, kunt u mij de schaar aanreiken zodat ik plechtig dit strengetje kan doorknippen... en dan verklaar ik hierbij mijn individuele bestaan voor geopend.''

Voordat hij naar Rotterdam ging, zei hij in een televisieportret dat hij zich tijdens zijn studie rechten voorbereidde op het burgemeesterschap. Toen moet hij er precies zo uitgezien hebben als nu, in de vanzelfsprekende zekerheid dat hij na zijn doctoraalexamen spoedig aan het hoofd van een stad zou staan. In Rotterdam valt zijn karakteristieke leeftijd eindelijk samen met zijn werkelijke leeftijd. Hij zat gisteren aan bij Buitenhof, het hoofd als dat van een opera-baszanger vast op de romp geplant, nauwelijks knikkend of bewegend, en als hij naar links of naar rechts keek, boog zijn hele schouderpartij mee, zodat zijn stem niet omhoog ging maar het sonore, lage Vonhoffgeluid bleef voortbrengen: ,,Het voetbal is een gegeven van de maatschappij, een onderdeel van je stad'', zei hij. Hoe kan ik dat betwisten?

Tot gisteren twijfelde ik of het nog verantwoord is zoveel vuurwerk af te steken na de dodelijke explosies in Enschede. Maar sinds Buitenhof weet ik het zeker. Opstelten heeft zich er namelijk over uitgesproken. ,,Ondanks het feit dat Enschede is gebeurd, is een leven zonder vuurwerk niet realistisch'', zei hij. Dat stelde mij gerust. Het vuurwerk is dus weer vrijgegeven in onze natie. Bij de opening van de Europese kampioenschappen zal de lucht bliksemen en knallen.

Als Opsteltens voorganger Bram Peper dit had gezegd, was ik als kijker misschien in opstand gekomen, had ik gedacht: dat zeg jij nou wel, maar bewijs het eens, maak het eens waar. Omdat Peper vanaf zijn jonge jaren tegen deze twijfels op heeft moeten tornen, is hij zich te groots gaan gedragen met de bekende afloop. Dat is jammer, want als hij zoals in de meeste democratieën een keer in de vier jaar in een verkiezingscampagne had moeten vechten voor de verlenging van zijn termijn, hadden we daar een slimme man van het volk gehad.

Nu hebben we majesteitelijke stadshoofden, de laatsten van Greshoffs ,,somb're burgerheren die 's avonds wandelen over het Velperplein, de dominee, de dokter, de notaris''. Gisteren zaten er vier bij elkaar in Buitenhof. Opstelten met Welschen van Eindhoven, Scholten van Arnhem en Patijn van Amsterdam. Zo'n gezelschap maakt een voornamere indruk dan vier ministers of Kamerleden. Opstelten is burgemeester van een grote arbeidersstad met een vliesdun bovenlaagje. Patijn is een bewegelijker aristocraat, want gewend aan een stad vol stampijmakers. Hij maakte soms een gekwelde indruk en ging in debat toen de presentator met ironie voorlas uit het politiehandboekje voor de Europese Kampioenschappen. ,,De politie bestaat niet uit veertigduizend Paul Wittemannen'', reageerde Patijn.

En zo stelden ze gevieren de regels van het EK vast, voor drankgebruik, voor het behandelen van reltrappers (,,mijn rechterbeen is geoefend om de boten met supporters terug te duwen, indien noodzakelijk'', zei Opstelten) en voor de gepaste dosis rouw bij een eventueel overlijden van Prins Bernhard (,,feestvreugde omlaag, één minuut stilte bij wedstrijden'', zei Patijn). Maar de nationale crisis is geweken want ,,Prins Bernhard leest de krant weer'', meldde het Journaal. Burgemeester Mans van Enschede leidde vrijdag een perfecte rouwceremonie, met de juiste hoeveelheid empathie, de goede teksten. Goed op televisie. Het hoort bij zijn vak. Volgens een peiling van Intomart staan de meeste Enschedeërs nog achter hem ondanks de ramp. Misschien blijft dat niet. Maar collega Welschen heeft een verkeerd afgelopen vliegramp doorstaan. Het toont aan dat de minzame vaderlijkheid van de burgemeester aan een grote behoefte voldoet.