Wisselen

Met enige regelmaat wordt onderzoek gedaan naar de vraag: leidt het actief beheren van een aandelenportefeuille nu wel of niet tot een beter beleggingsresultaat dan een beleid waarbij aandelen, eenmaal gekocht, niet meer uit een portefeuille verdwijnen (zogeheten buy & hold strategie)? En elke keer blijkt dat beleggers die vaak in hun portefeuille wisselen, dat wil zeggen: aandelen verkopen waarvan de vooruitzichten verslechteren om er stukken met betere perspectieven voor terug te kopen, het op de lange termijn niet beter doen dan beleggers die hun geld wel gespreid investeren, maar bijna nooit handelen. In feite is het resultaat van actieve beleggers gemiddeld zelfs iets slechter omdat de kosten van aan- en verkopen niet opwegen tegen eventuele extra rendementen.

Het is een teleurstellende conclusie voor al diegenen die zo driftig studie maken van individuele bedrijven (fundamentele analyse) in de hoop te kunnen profiteren van een detail dat andere beleggers over het hoofd zagen. Of die koersgrafieken nauwlettend volgen, op zoek naar patronen waaruit het toekomstig verloop te voorspellen valt (technische analyse). De aan- en verkoopbeslissingen die op basis van al dat gestudeer worden genomen, leiden dus per saldo tot niets. Het enige echt belangrijke aan het beleggen in aandelen is kennelijk dat je het dóet. Koersen blijken uiteindelijk gemiddeld toch steeds omhoog te gaan; alleen wie afzijdig blijft, mist de boot.

En toch zal ook degene die zich voorneemt volgens die `kopen en vasthouden'-strategie te beleggen, zeker voor dilemma's komen te staan. Want wat doe je met aandelen in je portefeuille die al jaren `niks doen' of erger: langzamerhand afbrokkelen? Ga je heel stoer voor jezelf bewijzen dat je zenuwen van roestvrij staal zijn, of volg je je instinct en wissel je die kneuzen-aandelen toch in voor iets dat beter oogt (met het risico dat de dalende trend kort daarna keert)?

Een moeilijke keuze. Een eenmaal gekozen strategie moet je niet zomaar verlaten, maar hier lijkt het wijs om niet tot het bittere einde rechtlijnig te zijn.

Een economie en daarmee de aandelenmarkt is een dynamisch iets. De mogelijkheid afsluiten om in bepaalde nieuwe bedrijfstakken in te stappen zou dom zijn. En je moet ook verouderde sectoren definitief durven verlaten.

Bedrijven hebben, net als mensen, een levenscyclus. Ze beginnen jong met een nieuw product in een nieuwe markt (denk aan de ICT-sectoren nu). De groeikansen zijn groot; vette winstmarges zijn er misschien nog niet, maar lonken wel in de verte.

In de fase daarna is de onderneming `volwassen'. Het product is gemeengoed geworden maar kan (dankzij beschermde technologie of marketing) nog niet door iedereen aangeboden worden. Het is een tijdlang een melkkoe (bijvoorbeeld makers van consumentenmerkartikelen). De onderneming maakt mooie, voorspelbare, maar niet spectaculaire winsten.

Tenslotte volgt de fase waarin de productietechnologie en de markten voor iedereen toegankelijk worden; door concurrentie gaan de winstmarges voortdurend omlaag (zie de transport- en burgerluchtvaartsectoren). Wanneer je als belegger vaststelt dat een bedrijf in die fase is beland, is het beter het aandeel te verkopen. Want de fase die erop volgt, is de stervensfase: het faillissement.