Verkeerde zuinigheid

Een alleenstaande mevrouw uit Emmeloord (45 jaar), met twee kinderen, werkt voor zichzelf. Een freelancer. Ze moet overal zelf voor zorgen. Wat in de praktijk betekent dat er belangrijke financiële zaken meer dan eens niet goed geregeld worden. Voorbeelden: een voorziening voor nabestaanden (bijvoorbeeld een ruime overlijdensrisicoverzekering), de opbouw van een pensioen en een dekking tegen het risico van arbeidsongeschiktheid.

Veel (beginnende) freelancers vinden die voorzieningen te ingewikkeld, zonde van het geld of vervelend om over na te denken. Daarom schuiven ze het op de lange baan. Zo bespaar je duizenden guldens per jaar, maar krijg je een te rooskleurig beeld van je financiën.

Je hoort het veel, maar het is verkeerde zuinigheid. Wanneer je niet genoeg verdient om de noodzakelijke maatregelen te nemen, reken je wellicht te weinig voor je diensten of goederen, laat je je afschepen. Een bekend euvel onder de kleine zelfstandigen: bang om zich uit de markt te prijzen. Bedrijven en instellingen die freelancers inschakelen, maken daar wel eens misbruik van. `Voor jou tien anderen.' Ook een vorm van verkeerde zuinigheid, want het werkt nadelig op de reputatie en continuïteit van zo'n kortzichtige onderneming.

De Emmeloordse overwoog onlangs een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) af te sluiten. Dat is geen eenvoudige zaak, je hebt ze in vele maten en soorten. Daarom moet je terug naar de basis: wat heb ik nodig. Je kan dus niet zonder een financieel plan waarin je doelen, wensen en risico's aan de orde komen. Immers: wie langdurig niet meer kan werken, valt sterk terug in inkomen en begint aan een nieuw financieel leven, naast de zorgen rond zijn gezondheid.

Alles wordt anders, wat niet altijd inhoudt dat je een AOV móet sluiten. Wie over een redelijk vermogen beschikt, kan daar van leven. Of een ander vangt de gevolgen op. Voor zelfstandigen komt er extra bij dat hun onderneming geen inkomen meer oplevert en misschien na verloop van tijd zijn klanten verliest.

Sinds 1 januari 1998 vallen zelfstandigen, beroepsbeoefenaren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten verplicht onder de WAZ, de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen. Die geeft na 52 weken AO recht op een uitkering. Onder meer afhankelijk van de ao-mate maximaal 70 procent van het minimumloon, bijna 22 duizend gulden bruto per jaar.

In geval van nood, en na een jaar ziekte, sta je dus niet met lege handen. Zo lijkt het. Maar wat is WAZ-arbeidsongeschikt? In het kort: `De verzekerde die door ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling niet in staat is om met gangbare arbeid hetzelfde te verdienen als gezonde personen met soortgelijke ervaring gewoonlijk verdienen.' Die dekking gaat niet uit van het beroep dat de verzekerde uitoefent, maar kan hem dwingen ander werk aan te nemen. Die benadering verkleint de kans op een uitkering.

Wie meer over de WAZ en andere wetten wil weten, kope de `De Kleine Gids voor de Sociale Zekerheid (2000.1)' voor 7,50 gulden in de boekhandel.

Terug naar Emmeloord. Mevrouw kreeg van haar verzekeringsman een offerte met ruwweg (ter illustratie) deze voorwaarden en bedragen. Een looptijd van 10 jaar, tot haar 55ste wanneer de kinderen op eigen benen staan. De dekking is gebaseerd op haar beroep en niet op de vervangende WAZ-arbeid. In het eerste jaar gaat de uitkering in na twee maanden wachttijd (eigen risico) en bedraagt 68 duizend gulden. Daarna begint de WAZ (hoop je) en daalt de uitkering tot 46 duizend gulden.

De jaarpremie voor die twee uitkeringen samen (exclusief WAZ-premie) bedraagt circa 4.000 gulden. De WAZ-beperking kan je opheffen voor een extra premie van 240 gulden per jaar. Zo komt de premie op 4.240 gulden per jaar. Die mag je aftrekken van je belastbare inkomen, net als de WAZ-premie. Tegen het 42 procent-tarief van de inkomstenbelasting, na 1 januari, betaal je dus 58 procent zelf. Circa 2.500 gulden. Dat is geen bedrag om geen aov af te sluiten. Hoewel die WAZ-premie van 8,8 procent minimaal circa 2.500 gulden en maximaal 7.400 bedraagt, afhankelijk van inkomen of winst. Dat is niet goedkoop gezien het risico, hoewel de uitkering tot 65 jaar doorloopt.

Daarbij komt dat je de aov-premie kan drukken door de wachttijd uit te breiden tot bijvoorbeeld zes maanden, of twaalf maanden. Daarvoor moet je wel over een flinke eigen reservepot beschikken op een spaarrekening. Wat voor freelancers altijd verstandig is, gezien de fluctuerende inkomsten.

Het gaat in dit voorbeeld om gelijkblijvende uitkeringen zonder indexatie voor de inflatie. Gezien de beperkte looptijd van tien jaar is dat geen bezwaar. De WAZ-uitkering hangt af van het minimumloon en loopt wel op met de inflatie.

Mevrouw heeft de AOV niet afgesloten, om de kosten. Ze wordt niet AO, beweert ze. Tja.