`Van een flink aantal vragen snapte ik geen hout'

De havo-leerlingen op het Edith Stein College in Den Haag deden gisteren eindexamen geschiedenis. Gesprek met leraar en leerling.

Na een kwartier brak het klamme zweet uit. Shuang-lin Chen (16) keek nog eens goed of de surveillanten niet per ongeluk het vwo-examen geschiedenis aan de havo-klas hadden uitgedeeld. Dat werd tenslotte op dezelfde tijd gehouden. Maar nee, ze zat achter het goede examen. ,,Van een flink aantal vragen snapte ik geen hout. Die heb ik open gelaten. Ik denk dat ik een zware onvoldoende heb.''

Ook Francien Franssen, de geschiedenisdocent van Shuang-lin aan het Edith Stein College in Den Haag, vond het pittig. Na het examen werd ze meteen omringd door paniekerige en teleurgestelde leerlingen: ,,We gaan een klacht indienen'', riepen die. Franssen: ,,Ik kon me die reactie wel voorstellen. Er waren te veel vragen, ze waren te gedetailleerd en te ingewikkeld. Bovendien werden er veel argumenteer- en redeneervragen gesteld en nauwelijks zuiver kennisvragen. Natuurlijk moet je de antwoorden kunnen beredeneren, maar als je bij een paar vragen kunt spuien wat je hebt geleerd, stelt dat leerlingen op hun gemak.''

Op het Edith Stein College is het studiehuis, de onderwijsvernieuwing in de hoogste klassen van havo en vwo, al twee jaar geleden ingevoerd. Shuang-lin is een studiehuis-leerling. Maar voor het eindexamen geschiedenis had dat geen gevolgen: dat is voor alle leerlingen gelijk. Of ze nu havo `oude stijl' of het studiehuis hebben gevolgd.

De examenstof bestond uit twee onderwerpen: `Nederland tussen 1880 en 1919' en `Duitsland en Europa, 1945-2000'. ,,De vragen over Nederland vond ik het allermoeilijkst'', zegt Shuang-lin. ,,Er was bijvoorbeeld een vraag over de Nederlandse Vrouwenbond tot Verhooging van het Zedelijk Bewustzijn. Vroegen ze de hoofddoelstelling van die bond.''

Franssen: ,,Dat is natuurlijk de verhoging van het zedelijk bewust zijn.''

Shuang-lin: ,,Zie je wel, die heb ik fout. Ik heb geschreven dat ze zich inzetten voor meer betaalde arbeid voor vrouwen.''

Franssen: ,,Dat is ook een doelstelling, maar niet de hóófddoelstelling. Best verwarrend. Van de tien vragen over Nederland gingen er twee over de zedelijkheid. Dat vind ik veel, want eigenlijk is het een detail. Jammer dat de examenmakers zich niet wat meer op de rode lijn in de examenstof hebben gericht en vragen over de emancipatiebewegingen hebben gesteld.''

Shuang-lin: ,,Ja, en over het moderne gezin. Ik heb me suf geleerd over het moderne gezin. Waarom hebben ze niet gevraagd hoe liberale dochters dachten over de leerplicht?''

Vreselijk lastig vond Shuang-lin de opdracht om een ,,samenhangend historisch artikel'' te schrijven. Ze moest zich daarvoor verplaatsen in de Friese landarbeider Jarich Nooitgedacht die werd geboren in 1869. Vanuit hem moesten ze een opstel schrijven over de betekenis van Domela Nieuwenhuis, de grondlegger van de arbeidersbeweging in Nederland.

Franssen: ,,Ze werden eigenlijk een beetje op het verkeerde been gezet. We hebben het veel over arbeiders gehad, maar niet over lándarbeiders. De landbouwcrisis rond 1880 is alleen zijdelings aan de orde geweest.''

Shuang-lin: ,,Ik heb maar wat opgeschreven. Volgens mij werkten landarbeiders veel uren en verdienden ze weinig geld.''

Franssen: ,,Het was erger. Door die crisis waren veel landarbeiders werkloos. Dat beïnvloedde hun kijk op Nieuwenhuis.''

Shuang-lin: ,,Ooh.''

Franssen: ,,Het onderwerp is ongelukkig gekozen. Dat is jammer want leerlingen kunnen met deze vraag vijftien punten verdienen.''

Shuang-lin, sip: ,,En ik heb het niet eens meer in het net overgeschreven, daarvoor had ik geen tijd.''

Franssen, troostend: ,,Dat geeft niet.''

    • Sheila Kamerman