Tweede Kamer graaft in `Srebrenica'

Maandag begint de Tweede Kamer met hoorzittingen over de inzet van Nederlandse militairen in humanitaire en vredesoperaties. Het zal vooral gaan over Srebrenica. ,,Wij willen zó graag vrede brengen'', zegt voorzitter van de onderzoekscommissie, Bert Bakker (D66).

Wat ze moeten doen tegen `zinloos geweld' op straat weten Nederlandse politici niet, maar op wereldniveau hebben ze onmiddellijk een oplossing. Die opmerking, van Rob de Wijk van het Instituut Clingendael, geeft veel Kamerleden een ongemakkelijk gevoel.

D66-Kamerlid Bert Bakker moet erom lachen. Hij zegt: ,,Ik herken er wel wat in. Dat vingertje naar de rest van de wereld. Moralistische trekjes zijn ons niet vreemd. En wij willen zó graag vrede brengen.'' Bakker is voorzitter van de commissie die de besluitvorming onderzoekt over Nederlandse vredesmissies. Maandag begint de commissie met de openbare verhoren.

Militairen mopperen er al jaren over. Dutchbat, de Nederlandse VN-eenheid die de `veilige' enclave Srebrenica in Bosnië had moeten beschermen, kreeg alle ellende, alle verwijten over zich heen. Serviërs veroverden het gebied in de zomer van 1995, duizenden moslims werden gedood. Maar het waren politici die Dutchbat hadden gestuurd – te licht bewapend, en met een onmogelijke opdracht. Nu wordt eindelijk ook de rol van politici onderzocht.

Blij was de krijgsmacht ook met de toespraak van premier Kok, tien dagen geleden bij de opening van het veteraneninstituut in Doorn. Hij zei dat het drama Srebrenica niet mocht worden `afgeschoven op militairen'. ,,De verantwoordelijkheid voor een politiek besluit tot deelname, en de voorwaarden waaronder, ligt bij de regering en volksvertegenwoordiging.''

Meer dan zeventigduizend militairen uit tientallen landen nemen nu deel aan zo'n twintig humanitaire en vredesoperaties in verschillende delen van de wereld. Ze doen aan `conflictpreventie', peace-keeping (de vrede bewaren) en peace-enforcing (vrede afdwingen).

Nederland wil er graag aan meedoen. In de Defensienota van vorig jaar staat het nog eens: hoofdtaken van Defensie zijn niet alleen het beschermen van Nederland en de Navo-lidstaten, maar ook ondersteuning van de internationale rechtsorde en het vergroten van de stabiliteit in de wereld. Op dit moment zijn 4.217 Nederlandse militairen betrokken bij humanitaire en vredesoperaties. Dat is bijna acht procent van het militair personeel van de krijgsmacht.

De top van de krijgsmacht, politici en ambtenaren worden de komende weken gehoord door de `Tijdelijke Commissie Besluitvorming Uitzendingen', de commissie-Bakker. Uitgenodigd zijn onder meer: de generaals Van der Vlis, Couzy, Schouten, de ministers van defensie Ter Beek, Voorhoeve en De Grave, de ministers van Buitenlandse Zaken Van den Broek, Kooijmans, Van Mierlo en Van Aartsen, de premiers Lubbers en Kok, en de Kamerleden Valk (PvdA), Blaauw (VVD), De Hoop Scheffer (CDA), Hoekema (D66), Vos (GroenLinks) en Van Middelkoop (GPV).

De commissie, die bestaat uit zeven Kamerleden, las ter voorbereiding vierhonderd strekkende meter documenten van Buitenlandse Zaken en Defensie en hoorde achter gesloten deuren al zo'n zestig getuigen: militairen, politici, ambtenaren en wetenschappers.

De geschiedenis van de commissie-Bakker gaat terug naar augustus 1998. Er waren nieuwe onthullingen over Dutchbat in Srebrenica en de Tweede Kamer richtte een werkgroep op die zou bedenken hoe kon worden voorzien in ,,een optimale informatieverstrekking aan de Tweede Kamer over de afhandeling van Srebrenica''. De oppositiepartijen CDA, GroenLinks en SP waren voor een parlementaire enquête, maar de regeringspartijen PvdA, VVD en D66 wilden eerst de bevindingen afwachten van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Dat instituut had in het najaar van 1996 het verzoek gekregen de val van de enclave te onderzoeken. De Tweede Kamer wilde een internationaal onderzoek, maar daar bestond volgens Van Mierlo geen steun voor in buitenland.

In de enclave, die door de VN was uitgeroepen tot `veilig gebied', werden moslimmannen door de Serviërs gescheiden van hun vrouwen en kinderen, onder de ogen van Dutchbat. Tot nu toe zijn er 2.200 lichamen geborgen, 7.300 mensen worden nog vermist.

Midden volgend jaar publiceert het NIOD de onderzoeksresultaten, en als politici doen wat ze nu zeggen, zal er uiteindelijk toch ook een parlementaire enquête komen. Bij zo'n onderzoek kunnen betrokkenen, anders dan bij het NIOD en de commissie-Bakker, onder ede worden gehoord.

Het voorbereidend werk van zo'n enquête-commissie is dan al gedaan: het NIOD-onderzoek en de bevindingen van de commissie-Bakker. Eerder al werden rapporten van de commissie-Van Kemenade en van de VN gepubliceerd. Commissaris van de Koningin Van Kemenade onderzocht in 1998, in opdracht minister Frank de Grave (Defensie) of het ministerie loyaal had meegewerkt aan het verzamelen en het geven van informatie. Ofwel: was er een Defensie-doofpot? Van Kemenade was al binnen twee maanden klaar met zijn onderzoek, en nee, er was volgens zijn commissie geen informatie achtergehouden. Maar, zei hij: ,,Er kleven, achteraf gezien, wel vele tekortkomingen en onzorgvuldigheden aan het informatieproces, die mede moeten worden gezien in het licht van de toenmalige omstandigheden''

De Grave reageerde opgelucht op de eindconclusie (`geen doofpot'). Hij was ook ingenomen met een rapport van de Verenigde Naties. Het Nederlandse lichtbewapende VN-bataljon van honderdvijftig man kon op 11 juli 1995 weinig doen tegen de Servische overmacht, concludeerde de VN. De tweeduizend Serviërs waren bewapend met tanks en artillerie. Bovendien werden herhaalde Nederlandse verzoeken om luchtsteun genegeerd door VN-commando's. Of de verzoeken drongen niet eens door tot het VN-commandocentrum. Dutchbat was volgens het rapport wél tekortgeschoten in de communicatie met de VN over de misdaden die er in juli in en rondom Srebrenica werden gepleegd.

Volgens NIOD-directeur J. Blom is het voor zijn onderzoek goed dat het ,,openhartige rapport'' van de VN al beschikbaar is. Maar het is, zegt hij, vooral gericht op de eigen organisatie en besteedt nauwelijks aandacht aan lokale gebeurtenissen en de Nederlandse context. Aan dat laatste element verwacht de commissie-Bakker nu een belangrijke bijdrage te leveren.

De commissie zal niet alleen de besluitvorming over Srebrenica onderzoeken. Ook uitzendingen naar Cambodja, Cyprus, de Golf (`Desert Storm'), Haïti en Angola komen aan de orde. Het rapport moet op 4 september klaar zijn. Een klein jaar later komt het NIOD-rapport. Of er daarna nog behoefte is aan een parlementaire enquête? ,,Daar wil ik nu als commissievoorzitter niet op vooruitlopen'', zegt Bakker. ,,Er ligt tegen die tijd ontzettend veel materiaal, maar wellicht is het oordeel van de Kamer dat alleen een enquête een definitieve streep kan zetten onder het drama-Srebrenica.''