Tikkende regen overstemt menigte

Tienduizenden mensen liepen in Enschede gisteravond mee in de Tocht van Medeleven. De meesten misten de toespraken. Intussen breidt de bloemenzee zich uit.

. Midden op de rotonde gaat een mobieltje. Een man trekt z'n jas open en begint onder zijn paraplu in de telefoon te praten. Om hem heen verstoorde blikken, mensen die achterom kijken. Wie praat daar nou? Maar niemand die hem terechtwijst. Na een tijdje beëindigt hij het gesprek. ,,Je moet me hier ook niet bellen.''

Hier, dat was temidden van tienduizenden mensen, die gisteravond door Enschede liepen. Tienduizenden – de politie sprak achteraf van ,,meer dan honderdduizend'' – zwijgende, rustige mensen, die in lange rijen optrokken naar het Volkspark. Burgemeester Mans had donderdag al besloten tot wat hij de Tocht van Medeleven had genoemd. Een goede manier, zo zei hij, om de slachtoffers van de vuurwerkramp in de buurt Roombeek te herdenken.

En dat komen ze doen – in grote aantallen. Onder hen de kroonprins, de minister-president en de twee vice-premiers. Willem-Alexander met een zwarte paraplu in de hand, met een strak gezicht, de blik in de verte. Hij spreekt geen woord. Om zes uur werd het hoge bezoek afgezet bij het Muziekcentrum, waar op dat moment langzamerhand een menigte aan het groeien was. Van alle kanten doemden ze op, tot het Muziekplein en het Molenplein vol stonden.

En dat levert problemen op. Want de massa – er was rekening gehouden met dertigduizend mensen – verstopt al snel de wandelroute. In de Molenstraat staat het vaker stil dan dat het beweegt. Maar niemand zegt een woord. Af en toe wordt er wat gefluisterd tegen een partner, af en toe klinkt de stem van een peuter. Er klinken voetstappen en het getik van regen op paraplu's. Ook de mensen langs de kant, die de stoet voorbij zien komen, roeren zich niet.

Volgens het draaiboek zullen de mensen tegen half acht, een uur na het vertrek, in het Volkspark zijn. Het hoge bezoek is er inderdaad, maar daarachter is het op de route nog zwart van de mensen. Eerst spreekt burgemeester Mans, vervolgens wordt er een gedicht van Willem Wilmink voorgelezen en tenslotte spreekt premier Kok; alles omlijst met stemmige muziek, gespeeld door het Orkest van het Oosten. Het officiële gedeelte is om acht uur afgelopen, om negen uur komen er nog altijd mensen het park binnenlopen. Om daar teleurgesteld vast te stellen dat er niets meer te doen is.

Mans roemt in zijn toespraak de saamhorigheid van de inwoners van Enschede. Dat de nabestaanden daar kracht uit kunnen putten. ,,En laten we die saamhorigheid vasthouden, ook de komende maanden. Want we moeten allemaal nog door een mijnenveld van problemen.'' Kok spreekt lovend over de wijze waarop hulpverleners en vrijwilligers zich na de ramp van hun taak hadden gekweten. ,,Enschede kan nu en straks op ons blijven rekenen.''

Op de hoek van de Deurningerstraat en de Raiffeisenstraat ontstaat langzamerhand een bloemenzee. De boeketten liggen tien lagen dik. Er wordt gehuild, getroost. Om half negen zijn het twee stromen tegen elkaar in: de mensen die al terugkeren, de mensen die nog naar het park moeten. In de binnenstad gaan de café's weer open. Voor de pinautomaat staat een lange rij jongeren.

    • André Ritsema