Publiceren per grafzerk

HET GETAL pi, de verhouding tussen de omtrek en de middellijn van een cirkel, is met romantiek beladen. Mathematicus èn crank zijn erdoor gefascineerd. Niemand die in de miljarden decimalen (3,1415926...) die inmiddels zijn uitgerekend enig systeem heeft weten aan te wijzen. Ook de gebroeders Chudnovsky niet, die thuis in hun New Yorkse flat het weerbarstige getal met een zelfgebouwde supercomputer te lijf gingen.

Niet minder bezeten was Ludolph van Ceulen (1540-1610). Deze schermmeester en wiskundige was een van de eerste hoogleraren aan de genieschool in Leiden. Deze school werd in 1600 in opdracht van Prins Maurits door de curatoren van de Leidse hogeschool opgericht om zo ingenieurs op te leiden die ingezet konden worden in de oorlog tegen de Spanjaarden.

Van Ceulen ging pi te lijf volgens een methode die Archimedes in de derde eeuw voor Christus ook al hanteerde: voorzie een cirkel van een omgeschreven en een ingeschreven regelmatige veelhoek – hoe meer hoeken hoe beter – waarna recht-toe-recht-aan driehoeksberekeningen twee uitkomsten opleverden waartussen pi moest zijn ingeklemd. Jaren van zijn leven heeft van Ceulen besteed om zijn decimaaltjes bij elkaar te ploeteren.

Toen Van Ceulen op 31 december 1610 overleed, had hij er 34. Het opmerkelijke is dat hij dit resultaat nooit langs de gewone kanalen heeft gepubliceerd (wel kwam hij met benaderingen met minder decimalen) maar dat de uitkomst – uniek in de geschiedenis van de wetenschap – via Van Ceulens grafsteen wereldkundig is gemaakt. In het Nederlands: Van Ceulen kende geen Latijn en Grieks en ook had prins Maurits bevolen dat aan de genieschool `in goeder duytsche taele' werd gedoceerd.

Nu is er een probleem met die grafsteen: hij is zoek. In de internationale literatuur geldt deze verdwijning als een blamage voor Nederland. Bekend is dat Ludolph van Ceulen op 2 januari 1611 in de Pieterskerk te Leiden is begraven in het graf `Middelkerk nr. 106'. Waarschijnlijk is de zerk bij een verbouwing van de kerk verwijderd. In 1864 verschijnt van de hand van een zekere Mr. Kneppelhout van Sterkenburg een inventaris van de gedenktekenen in de Pieterskerk, in welke foliant de auteur onder nummer 320 meldt dat de grafsteen van Van Ceulen er niet meer is. Wel is er, zo deelt Kneppelhout mee, een Latijnse vertaling van de oorspronkelijk Nederlandse tekst, in 1712 gepubliceerd in het boek Délices de Leide.

Over het grafschrift van Ludolph van Ceulen publiceert het trio R. Oomes, J. Tersteeg en J. Top een artikel in het komende juninummer van het kwartaalblad Nieuw Archief voor Wiskunde. Dit tijdschrift van het Wiskundig Genootschap, dat zich richt op iedereen die zich beroepsmatig met wiskunde bezig houdt, is bezig een metamorfose te ondergaan. Het stoffige, saai ogende vaktijdschrift maakt plaats voor een vlotter vormgegeven `magazine' dat veel meer aandacht heeft voor actualiteit. Via doorgaans in het Nederlands geschreven artikelen richt het zich op een breed wiskundig geïnteresseerd publiek in plaats van een beperkte groep specialisten.

Het artikel in het juninummer over Van Ceulen weerspiegelt de nieuwe aanpak. Oomes, Tersteeg en Top kwamen er tijdens de voorbereidingen van de plannen om dit jaar te herdenken dan Van Ceulen 400 jaar geleden in Leiden tot hoogleraar werd benoemd, achter dat er ook een afschrift van het originele (Nederlandstalige) grafschrift bestond, door de Engelse reiziger en parlementariër Sir Philip Skippon in 1663 persoonlijk in Leiden gemaakt. Veertig jaar na Skippons dood verscheen het in druk in deel VI van de boeken van Awnsham en John Churchill. Wat zou er mooier zijn, zo vroegen Oomes, Tersteeg en Top zich af, dan te pogen om uitgaande van beide beschikbare bronnen de oorspronkelijke tekst op Van Ceulens grafschrift te reconstrueren? Op basis daarvan is een nieuwe gedenksteen gemaakt die op 5 juli, wanneer in de Pieterskerk de Pi-dag wordt gehouden, feestelijk wordt onthuld.

Die reconstructie heeft een aantal onzekere factoren in zich. Skippon heeft bij het overschrijven een aantal fouten gemaakt (`Hiere' i.p.v. `Hier') en ook de zetter kan mis hebben gezeten. Ook moet bedacht worden dat in die tijd er geen standaardspellingregels waren en woorden verschillende spellingen konden aannemen. Het resultaat is een grafschrift in kapitalen dat er als volgt uitziet:

HIER LEIT BEGRAVEN MR. LUDOLPH VAN CEULEN / GEWESEN NEDERDUYTSCH PROFESSOR INDE WISCONSTIGE / WETENSCHAPPEN INDE HOGE SCHOLE DESER STEDE / GEBOREN IN HILDESHEIM INT JAER 1540 DEN XXVIII / JANUARY ENDE GESTORVEN DEN XXXI DECEMBER 1610 / DE WELCKE IN SYN LEVEN DOOR VEEL ARBEYDS / DES RONDS OMLOOPS NAESTE REDEN TEGEN SYN / MIDDELLYN GEVONDEN HEEFT ALS HIER VOLCHT

Waarna als ondergrens voor pi 3,1415

9265358979323846264338327950288 wordt gegeven en als ondergrens hetzelfde getal maar dan met de laatste decimaal een 9. Overigens vond Van Ceulens leerling Snell (van de wet van Snellius) korte tijd later een veel slimmere methode om pi uit te rekenen. Waar Van Ceulen jaren op had zitten zwoegen, kon opeens in een handomdraai.

Nieuw Archief voor Wiskunde. Uitgave van het Wiskundig Genootschap. Verschijnt vier maal per jaar. Abonnement: ƒ125,- per jaar. Inlichtingen: www.math.leidenuniv.nl/ñaw/

    • Dirk van Delft