Nuñez

Twee uur lang onderhield Josep Lluís Nuñez de Spaanse televisiekijkers in een poging zijn ontslag als voorzitter van FC Barcelona een beetje uit te leggen.

Twee uur.

Dan hebben we het niet meer over voetbal, dan gaat het over wereldpolitiek. Josep Lluís heeft zich in het rijtje van verwoede sprekers gebeiteld. Als daar zijn: Castro, Breznjev, Tito, Spaak en alle Chinese leiders van de vorige en deze eeuw. Het was een bewogen uitzending. Met een waterval van klanken spleet de uittredende voorzitter het vijandelijk front en vertrappelde hij de lijken die nog warm waren. Hij genoot: bloeddorst streelde zijn lichte leden. Woede danst, in het Spaans.

Ik mis hem nu al.

Nuñez was een volleerd logezitter. Hij ademde en zweeg. Heel af en toe, na een doelpunt of een gigantische misser, ontsnapte een klein gebaartje aan zijn geordende organen: miniatuurtjes in de ruimte. Je zag Josep Lluís nooit de neus snuiten, nooit het ene been over het andere leggen, nooit een elleboogstootje van onderlinge verstandhouding uitdelen aan de buurman. Zijn aanwezigheid in het stadion was episcopaal. Bijna een mens van gene zijde.

Tweeëntwintig jaar heeft Josep Lluís die bijna-roerloosheid volgehouden. Een record waar iedere mummie U tegen zou zeggen. Ik kan mij niet het flauwste glimlachje in zijn gezicht herinneren. Een grimas van kiespijn? Nooit gezien. Man zonder middelvinger, dat zeker. Altijd presidentieel, nooit jongensachtig. Een verstorven leven midden in de orgie van Camp Nou, het was de onvergelijkbare schoonheid van Nuñez.

Zo'n type voorzitter kennen we in Nederland niet. In de mondhoeken van de Bourgondiër Harry van Raaij zie je 24 uur na het ontbijt nog steeds het vet van de spekranden lopen. Michael van Praag is meer Rolex dan mens. Jorien van den Herik speelt voetballiefde. Riemer van der Velde is de bon vivant van het Noorden, ook bij verlies. En de rest van de presidentiële garde is te grijs om gezien en herkend te worden. De gemiddelde voorzitter van een Nederlandse voetbalclub heeft de aura van een horecabaas: goedmoedig in de omgang, maar mercantiel tot op het bot.

Nuñez is een heiligenleven en deugt dus helemáál niet. Een CDA-er uit het Zuiden, pur sang. Hoe onbeweeglijker zijn verschijning, hoe ritselender de gedachten. Nu pas is gebleken dat hij als entrepreneur in de bouwsector zowat de halve belastingdienst van Catalonië heeft omgekocht. Heer in de malversaties, van hem kan ik het hebben. Hij rommelt en liegt tenminste met de deftigheid van een staatshoofd. Aristocraat in leven en welzijn, in leugen en bedrog, ach, de ABN Amro heeft ook verdachte kluizen in Zwitserland en daar hoor je Gerrit Zalm zelden over.

Weggejaagd door de socios met hun witte zakdoekjes en lakens en hun furieuze spreekkoren is Josep Lluís Nuñez alsnog toegetreden tot de schare gedupeerde stervelingen. In zijn twee uur durende interview fulmineerde hij als een castraat die zo graag het machismo in hart en nieren had willen belijden. De voorzitter voelde zich het slachtoffer van God en de wereld. Slachtoffer van een complot van media, spelers, politiek en concurrerende projectontwikkelaars. Niemand deugde, leve het volk. Uit zijn dode lichaam spatte opeens een orgasme van vuurwerk weg. Nuñez desacraliseerde zichzelf. Uit wanhoop – een emotionele categorie die hij nooit eerder had vertoond.

De oude man die krijger wordt: het heeft iets pathetisch. Maar de flits van martiale gekkigheid, zo opeens op de televisie, kan de herinnering aan tweeëntwintig jaar hogepriesterschap niet breken. Josep Lluís blijft een voorzitter, hors categorie.

Een aantal Spaanse kranten wist te melden dat Johan Cruijff zich opwarmt als opvolger van Nuñez. Ik wil het niet weten. Cruijff zal nooit de a-seksuele status van zijn voorganger bereiken. Johan is te babbelziek om presidentieel te zijn. Te motorisch in de schouders voor wijs gezag. Te jongensachtig van gezicht om de mooiste club van de wereld met de aristocratische tint van het eigen verleden te representeren. Cruijff is van Betondorp, Nuñez van de Ramblas: die kloof is van een genetische onomkeerbaarheid.

Josep Lluís Nuñez is gewoon onvervangbaar. De socios zullen er maar al te gauw achter komen dat ze hun eigen paladijn hebben weggehoond. Wat in de plaats van Nuñez komt, zal altijd een karikatuur zijn.