Mobiele stress

De straling die mobiele telefoons afgeven hebben niet alleen een warmte-effect op levende organismen. Dat blijkt uit onderzoek aan wormen.

Mobiele telefoons hebben waarschijnlijk geen nadelige invloed op de gezondheid van de hele bevolking, maar het valt niet uit te sluiten dat kinderen, of genetisch gevoelige mensen er schade van ondervinden. De gedachte was dat de mogelijke schade van mobiele telefoons alleen het gevolg zou kunnen zijn van de verwarming van hersenweefsel door de elektromagnetische straling die de zenders in de vlak bij het hoofd gehouden telefoons uitzenden. Maar er zijn nu aanwijzingen dat er ook andere biologische effecten zijn. Daarom moet er meer onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen van het nu massale gebruik van mobiele telefoons. Dat schrijft de Britse Independent Expert Group on Mobile Phones in een vorige week gepubliceerd rapport. De regering-Blair heeft de conclusie onmiddellijk overgenomen en meer onderzoek toegezegd.

De redactie van het tijdschrift Nature heeft in aansluiting op het lijvige advies, dat niet alleen gaat over de veiligheid van de telefoons, maar ook over de gevaren van de zenders van de basisstations (ongevaarlijk buiten de aangegeven grenzen binnen meters van de zender, maar toch liever niet richten op een school of crèche), een artikel vrijgegeven dat pas volgende week in het blad verschijnt. Daarin maken onderzoekers van de Molecular Technology Division van de University of Nottingham aannemelijk dat levende organismen toch meer dan alleen warmte-effecten ondervinden van de magnetronachtige straling die mobiele telefoons afgeven als ze met hun basisstation communiceren.

De Britse onderzoekers onderwierpen het veelgebruikte proefdier C. elegans, een rondworm, een half etmaal lang aan straling van 750 MHz en 0,5 W. Dat is een frequentie die aan de onderkant van de voor mobiele telefonie gangbare frequenties zitten. GSM-telefonie gebruikt de banden van 900 en 1800 MHz, in feite een soort magnetronstraling. Het vermogen van 0,5 W is wel realistisch, hoewel sommige telefoons een iets hoger vermogen gebruiken.

Bedoeling van het onderzoek was om een moleculaire reactie op stress te vinden. Daarvoor keken de onderzoekers naar de synthese van heat shock proteins door C. elegans. Heat shock proteins danken hun naam aan het feit dat allerlei organismen deze eiwitten gaan maken om hun weefsel te beschermen tegen oververhitting. Warmtestress bedreigt de stabiliteit van eiwitten. Die verliezen hun biologisch actieve of nuttige vorm als ze te warm worden. De heat shock proteins beschermen andere eiwitten door er omheen te gaan liggen. Eiwitten met die functie heten chaperone-eiwitten.

Het lijkt paradoxaal dat juist met heat shock proteins is aangetoond dat C. elegans ook andere dan warmte-effecten vertoond, maar van heat shock proteins werd, nadat ze hun naam kregen, aangetoond dat ze niet alleen na warmtestress worden gesynthetiseerd, maar na alle vormen van stress. Dan rust op onderzoekers de plicht om aan te tonen dat de heat shock proteins niet door warmtestress maar door een andere opwinding van de wormen zijn veroorzaakt.

Het meten van de productie van heat shock proteins (hsp) is makkelijk gemaakt door genetische manipulatie van de worm. De hsp-promotor, de DNA-volgorde die vooraf gaat aan één van de heat shock proteins, werd gekoppeld aan het gen dat codeert voor een groen fluorescerend eiwit en aan een gen voor ß-galactosidase. Die genconstructen werden met succes in het genoom van de worm geplaatst.

Het gevolg is dat een C. elegans met het fluorescerende eiwit groen oplicht als hij onder stress komt te staan. En een C. elegans die ß-galactosidase maakt is aan te kleuren op de aanwezigheid van dat melksuikersplitsende enzym.

De wormen werden blootgestelde in vochtig milieu bij temperaturen van 20 tot 30 °C. Bij 24 °C worden wormen die voor de telefoon stonden net zo groen of blauw als wormen bij dezelfde temperatuur die niet in de stralingsbundel stonden. Maar bij weinig hogere temperaturen tot 25,5 °C steeg de productie van heat shock proteins in de bestraalde wormen zeer veel sterker dan die in de onbestraalde wormen. De onbestraalden haalden hetzelfde stressniveau pas bij 28 °C. Er is dus een traject, schrijven de onderzoekers, waarbij de bestraalde wormen drie graden warmer zouden moeten zijn als de heat shock proteins alleen door warmtestress zouden zijn gesynthetiseerd. De meetmethode was zo nauwkeurig dat dat uitgesloten is.

De onderzoekers voeren meer argumenten aan tegen de warmtestressargumenten. De belangsrijkste is wel hun berekening van de specifieke absorptiesnelheid (SAR) van de straling in het wormweefsel. Die komt neer op 0,001 W kg-¹. ``Fabrikanten van mobiele telefoons claimen dat SAR's van die grootte onvoldoende groot zijn om meetbare verwarming te veroorzaken in het menselijke hoofd en dat bestrijden wij niet,'' stellen de onderzoekers droog.

Als mogelijke, maar geenszins bewezen verklaringen komen de onderzoekers op de proppen met het breken van zwakke bindingen in de driedimensionale structuren van eiwitten, met verhoogde aanmaak van zuurstofradicalen (die de aanmaak van heat shock proteins bevorderen) en interferentie van de straling met signaalroutes tussen membraan en celkern.

De adviescommissie gebruikt dit soort onderzoek om te pleiten voor meer onderzoek. De Independent Expert Group on Mobile Phones vindt het waarschijnlijk dat er andere effecten zijn dan hitte-effecten, maar wil weten of een meetbaar effect ook gezondheidsschade betekent. Dat moet worden uitgezocht. Tot dat is gebeurd, zou de regering uit moeten gaan van het voorzorgprincipe. Vandaar de aanbeveling om iedereen die aan de mobiele telfoon gaat moet worden gewaarschuwd voor het feit dat de gevaren nog niet zijn vastgesteld. De Britse regering neemt die aanbeveling over en zal ervoor zorgen dat iedereen die een telefoon aanschaft ook een waarschuwing onder ogen krijgt.

    • Wim Köhler