`Ik orden en ik oefen, ik lig in bed te pleiten'

Hij had al twee keer dood moeten zijn. Maar hij voelt zich beter dan ooit. Oscar Hammerstein, advocaat, heeft net een nieuw kantoor geopend met Gerard Spong, zijn eigen verdediger. In `de mooiste zaak van het jaar' hebben ze deze week een strafklacht ingediend tegen Nina Brink en de banken bij het Openbaar Ministerie.

Voor lezers die het niet meer weten: advocaat Oscar Hammerstein werd in 1994 vastgezet omdat hij een Surinaamse rijsthandelaar zou hebben geholpen met het witwassen van drugsgeld. Hij werd twee keer vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, de laatste keer in hoger beroep. Maar Hammerstein was intussen wel uit zijn maatschap (Boekel De Nerée) gegooid. En in de gevangenis werd hij erg ziek. In 1989 had hij al van de dokter te horen gekregen dat hij besmet was met het HIV-virus. Door de spanningen raakte hij bijna al zijn weerstand kwijt. In 1994 had hij sowieso dood moeten zijn, denkt hij zelf. De aanslag op het leven van de kunstenaar Rob Scholte – een bom onder zijn BMW – was, zegt hij, voor hém bedoeld.

Nu is Hammerstein net samen met Gerard Spong, de man die voor hem was opgetreden, een nieuw kantoor begonnen, in Amsterdam. Het was Spongs idee, hij nam het initiatief. En voor Hammerstein was het, zegt hij zelf, een once in a lifetime kans. Ze waren nog geen twee weken bezig of ze hengelden, zoals Hammerstein het noemt, de mooiste zaak van het jaar binnen: de claim tegen Nina Brink van gedupeerde World Online-beleggers. Deze week dienden Hammerstein en Spong bij het Openbaar Ministerie een strafklacht in tegen Brink, ABN Amro en Goldman Sachs. En over die HIV-besmetting: Hammersteins internist zei laatst dat hij nog wel tachtig kan worden.

Oscar Hammerstein voelt zich, kortom, ,,bijna onsterfelijk''. Het klinkt stoer wat hij vertelt: dat zijn moordenaar is vertrokken uit Peking maar de weg is kwijtgeraakt. En misschien is de moordenaar wel gesneuveld. En dat komt door de ,,harde chemicaliën'' die zijn weerstand weer op het peil hebben gebracht dat bij een man van zijn leeftijd (46) mag worden verwacht. Maar dit klinkt minder stoer: na 16 maart 1994, de dag van zijn arrestatie, heeft hij geen dag meer volledig kunnen werken – hondsberoerd van de pillen die hij moet slikken.

Oscar Hammerstein: ,,Ik besloot om advocaat te worden toen ik afzag van gynaecologie. De vader van een vriendje was gynaecoloog en dat vond ik een heel leuke man. Het was in de tijd dat ik mezelf nog zag als de toekomstige vader van een groot gezin, zo tussen mijn twaalfde en mijn achttiende. Ik kon me geen leukere vader voorstellen dan een dokter. Mijn ideale gezin is nog steeds: een sportieve dokter, een leuke moeder en vijf leuke kinderen. Het was voor mij een zekere teleurstelling dat het niet voor mij bleek weggelegd.

,,Ik had me ingeschreven voor medicijnen, maar mijn vader heeft het tegengehouden. Hij vond het een vies vak. Als je nu ziet hoe ik de neiging heb om mijn vrienden en kennissen medicijnen mee naar huis te geven, dan denk ik: ik heb mijn roeping misgelopen.

,,Een man die het traditionele patroon volgt en rond zijn dertigste trouwt en een gezin sticht, die heeft op de leeftijd die ik nu heb veel meer rust dan ik. In de mannengemeenschap waar ik in zit, blijf je van relatie naar relatie leven, alsof je eeuwig vijfentwintig bent. Zolang je nog geen veertig bent, is dat leuk. Maar boven de veertig wordt het hinderlijk. Het lijkt leuk, omdat je jeugd niet ophoudt. En zoals Oscar Wilde zei: jeugd is het enige dat de moeite van het bezitten waard is. Maar als je iets bezit dat voelt als jeugd, maar er van buitenaf niet meer zo uitziet, dan is het een kat in de zak.

,,Ik ben de jongste uit een groot katholiek gezin, ik ben het jongetje dat vroeger priester was geworden. Mijn moeder vindt het prachtig dat ik homo ben, ik ben altijd haar lievelingetje geweest. Maar zij zegt ook: een homo heeft het moeilijker dan een man met een gezin.

,,Natuurlijk kun je ook met een man een stel zijn. Heerlijk juist! Maar een stel wordt pas volmaakt als er nakomelingen zijn. Het aantal mannenstellen dat lang meegaat is niet zo erg groot. Ik heb wel vrienden die dertig jaar samen zijn, of zestien jaar. Maar dat zijn dan wel twee ongetrouwde juffrouwen. Bij echtparen is dat misschien ook wel zo, maar die hebben dan kinderen. Neem de feestdagen. Ik zorg er meestal voor dat ik met vakantie ben. Feestdagen zijn er voor de kinderen. Kerst, Pasen, op zaterdag samen met je vader samen de auto wassen, op zondag wandelen – dat is het beeld van het gezin dat ik van thuis heb meegekregen. Afgelopen Kerst ben ik in Nederland gebleven. Dat doe ik de komende vijftig kaar dus niet weer. Wat is er nou aan om met Kerst 's morgens met zijn tweeën aan het ontbijt te zitten?

,,Mijn langste relatie heeft een jaar of twee geduurd. Het voordeel van steeds een nieuwe relatie is dat je het leukste deel, de begintijd, steeds opnieuw meemaakt. Maar sinds tien jaar heb ik wel de handicap van die besmetting. De stap om een relatie te beginnen is wel vijfentwintig keer hoger. Wil je het zelf wel? Wil degene die je hebt uitgezocht wel? Ik heb wel eens een relatie gehad met iemand die ook seropositief was. Dat wilde ik eerst niet omdat ik niet de zorg om een ander erbij wilde hebben. Ik wilde niet beginnen als je al weet dat je elkaar gaat verliezen. Maar voor mijn partners die niet seropositief zijn, is dat dus precies het probleem. Zo'n groot probleem soms dat je dan maar besluit om als gewone vrienden met elkaar om te gaan. Dit is de vervelendste consequentie van een HIV-besmetting. Ik ben daar heel erg ongelukkig van geweest. Maar relaties zijn niet onmogelijk gebleken. Als dat wel zo zou zijn geweest, had ik mezelf ophangen.

,,Mijn vader wilde dat ik diplomaat werd. Advocaat was een compromis. Ik wist toen al dat ik een extra probleem zou hebben om in de diplomatieke dienst te kunnen functioneren. Daarbij, ik had nooit kunnen wennen aan iedere paar jaar verhuizen, iedere paar jaar een nieuwe vriendenkring. Daarvoor ben ik te veel huisje, boompje, beestje. Mijn vrienden, dat is mijn levenssap. Ik maak graag plannen om op reis te gaan. Maar als ik op Schiphol ben, heb ik al spijt. Het aantal emailtjes, telefoontjes en sms'jes dat ik per dag uitwissel met mijn vrienden, dat is bijna niet bij te houden. Ik heb vrienden die ik minstens drie keer per dag spreek. Waar ben je? Wat drink je? Wat heb je aan? Heerlijk! Al heb ik niet altijd zin om te zeggen waar ík zit. Tegen je vrienden mag je niet liegen, dus dan krijg je: o, zit je daar?

,,Leven in een verband waarin je alles van elkaar weet, daar hecht ik enorm aan. Het is bijna terug in het grote gezin. Ik vind het ook prettig om op vaste plaatsen de mensen te treffen die ik daar verwacht. Heel vervelend als de slager waar ik altijd kom verhuist, of als mijn Albert Heijn opeens de inrichting verandert. Met mijn beste vrienden ga ik naar Maastricht, Antwerpen, Kopenhagen of Keulen. En dan gaan we naar dezelfde hotelletjes, dezelfde restaurants. Je weet precies wat je gaat doen en in welke volgorde.

,,Dat ik daar zo aan hecht, ligt waarschijnlijk aan de manier waarop mijn zindelijkheidstraining is verlopen. Mijn moeder beweert dat ze al haar kinderen met negen maanden uit de luiers had. Ik voel het potje nog aan mijn billen kleven, twee keer per uur moest ik erop. Mijn moeder deed de hele uren, het kindermeisje de halve. Als ik het even niet meer weet, dan pak ik een emmer en een dweil en dan ga ik schoonmaken. Binnen een, twee uur staat alles weer op een rijtje. Ik zal nooit naar bed toe gaan zonder de afwas te doen. Al heb ik veertig mensen te eten gehad, ik ruim alles op voordat ik ga slapen. Ik verlaat mijn kantoor nooit zonder dat de boel zo op orde is dat ik de volgende dag weer verder kan. Als er om mij heen geen orde is, raak ik volkomen van slag. Ik wil controle hebben.

,,Als de dokter tegen je zegt dat je nog maar een paar jaar te leven hebt, ben je de controle kwijt – en ik heb er alles aan gedaan om die terug te krijgen. Ik weet nog dat ik de volgende dag bij de drogist stond en voor driehonderd gulden vitaminepreparaten kocht. Sloeg nergens op, maar je moet wat. Zo heb ik die besmetting altijd behandeld. Dit is het probleem, hoe kan ik het oplossen. Als je weet wat het probleem is, dan ben je al halverwege. Daarom weet ik alles van HIV, alles van alle mogelijke behandelingen. Zo ben ik ook in mijn werk. Ik kan niet achter mijn bureau gaan zitten en een dagvaarding of een pleidooi schrijven. Ik loop daar eerst wekenlang mee rond. Ik orden en ik oefen, ik lig in bed te pleiten.

,,Ik denk wel eens: ik ben geïnteresseerd in moeilijkheden omdat ik zo mijn zucht naar ordening beter kan uitleven. Als iemand tegen mij zegt dat ik absoluut de enige ben voor de rest van zijn leven, dan is voor mij de lol eraf. Een zaak die gemakkelijk is, laat ik op mijn bureau liggen. Mijn vrienden kies ik op hun uiterlijk, mijn kennissen op een goed gesprek. En mijn vijanden op hun intellect, zodat ik wat te doen heb. Mijn hang naar ordening is pathologisch. Daarom hou ik ook van schrijven. Na schoonmaken komt schrijven als methode om in control te blijven. Ieder jaar verkeer ik in dezelfde twijfel: zal ik ophouden met de advocatuur en gaan schrijven? Al die dialogen met mezelf, zal ik daar nu eindelijk eens wat mee gaan doen? Wat me weerhoudt, is dat hele kringetje van mensen met wie ik via telefoon en e-mail verbonden ben. Dat zou ik moeten doorknippen. Ik zou mezelf als een paddenstoel uit de grond moeten trekken. En ik weet niet zeker of ik daar tegen kan.''

November vorig jaar was ik bezig om met een stel goede vrienden een nieuw kantoor op te zetten en toen belde Gerard. Of ik nog een kamer over had, want hij wilde weg bij Wladimiroff. Er was daar ruzie, Wladimiroff wilde zijn vrouw in de maatschap betrekken. Bovendien haalde Gerard onevenredig veel meer geld binnen dan zijn kantoorgenoten. Daar zag hij minder van terug dan rechtvaardig was. Gerard wilde niet binnenstappen in iets dat er al was. Hij wilde iets opbouwen, met mensen die hij zag zitten. Hij wilde een boutique. Geen graseters.

,,Van nature ben ik heel loyaal. Loyaal tot de dood erop volgt. Een ex zal ik ook nooit loslaten, hij blijft mijn vriend. Maar nu moest ik dus wel een paar mensen teleurstellen. Niet iedereen met wie ik had zullen beginnen, paste in een kantoor met Spong. Dat was mijn grootste probleem dit jaar. Ik heb het niet flierefluitend gedaan. Ik heb er een week van wakker gelegen. Ik had niet het gevoel dat ik met de één de kerk in rende en er met iemand anders uit kwam. Hoewel mij dat wel heel goed zou kunnen overkomen. En dan nog denk ik: als zich een betere kans voordoet, kun je het maar beter doen. Ik dacht: de mensen met wie ik zou beginnen, deden het twee maanden geleden ook nog zonder mij. Tegen de mensen die zich verraden voelde, zeg ik: wat zou je zelf hebben gedaan?

,,Ik bewonder Gerard en ik vertrouw hem blindelings. Het is de eerste keer dat een advocaat een kantoor begint met een cliënt. Gerard krijgt dat vaak te horen. Ja god, wat leuk hè, zegt hij dan. De eerste keer dat ik hem zag was op Curaçao, een jaar of twee voordat die zaak tegen mij begon. Ik wist meteen dat ik ooit met hem te maken zou krijgen. In de sfeer van de affectie heeft zich nooit iets tussen hem en mij afgespeeld. Het was meer dat ik mezelf in hem herkende. Zijn onafhankelijke geest, de vrijheid waarmee hij in het leven staat.

,,Ik heb met Gerard een kantoor gevonden, vijftig meter van de plek waar ik ooit met Frits Salomons begonnen ben. En ik heb net zo lang gezocht tot ik hetzelfde bureau had gevonden als ik toen had. Het valt allemaal zo mooi samen. Gerard zoekt een nieuw huis en waar vindt hij een nieuw huis? Recht tegenover het mijne!

,,World Online is de tweede grote zaak die we samen doen. Wat de eerste is, dat kan ik nog niet zeggen. Ik voeg mijn vennootschapsrechtelijke kennis toe aan zijn strafrechtelijke kennis. Dat is onze kracht. Ik zeg weleens: we wonen allebei aan een kant van de gracht, strafrecht en civielrecht komen bij elkaar. Sinds de grote beursfraudezaken is het een trend.

,,De aanklacht en dagvaarding tegen World Online is nu klaar, we hebben er het hele weekend aan zitten werken. Ik verwacht dat de zaak nog in mei zal dienen. Civielrechtelijke eisen we schadevergoeding, strafrechtelijk gevangenisstraf. In beide gevallen is de aanklacht op hetzelfde gebaseerd: het verschaffen van onvolledige en onjuiste informatie. De zaak is eigenlijk heel simpel. Waar je ook kijkt, je komt telkens uit bij deze conclusie: de belegger is misleid. De reclameboodschap van World Online was: dames en heren, koop voor 43 euro onze aandelen want wij zijn geweldig. De boodschap had moeten zijn: dames en heren, koop voor 43 euro, maar ik moet er wel even bij vertellen dat ik mijn aandelen zelf in december aan Baystar heb verkocht voor 6 dollar, want meer vind ik ze niet waard. Als Nina Brink dat had verteld, dan was er helemaal niemand in World Online gestapt. Het was pure misleiding.

,,Dat ze had afgesproken dat ze zou delen in de winst die Baystar zou maken op de verkoop van de aandelen, maakt de zaak alleen maar erger. Je vraagt je af hoe de prijs van de aandelen vervolgens tot stand is gekomen. Baystar kreeg een pakket van ruim tien miljoen aandelen voor zes dollar per stuk en kon ze bij de beursgang verkopen voor 43 euro per stuk. Dat is de droom van een zot! Daar zit iets achter dat wij absoluut niet mogen weten! En dat gaan wij allemaal uitzoeken. Daarom starten wij ook een strafrechtelijke procedure. Dat geeft ons de mogelijkheid om meer feiten te verzamelen.

,,Niets is toeval in het leven. De laatste keer dat ik Nina Brink ontmoette, was 18 juli vorig jaar op het vliegveld van New York. We zaten in de eersteklas wachtkamer van de de KLM, we raakten aan de babbel. Ze vertelde toen dat ze net een fantastische nieuwe zakenpartner had gevonden: Larry Goldfarb van Baystar. Op dat moment had ik niet bijster veel belangstelling voor haar verhaal. Ik dacht: weer zo'n succes-story van Nina Brink. Maar achteraf is dat dus interessante informatie.

,,Ik ken Nina Brink nog uit de tijd dat Newtron haar bedrijf A-line overnam, begin jaren negentig. Ik trad op voor Willem Smit van Newtron en ik herinner me dat we op zijn boot zaten, ergens in een jachthaven. Willem Smit wilde Nina Brink betalen in aandelen Newtron. Hij wilde dat ze zelf meer risico nam. Maar Nina Brink wilde cash geld voor A-line hebben. Daarna heb ik nog vele rumoerige vergaderingen met haar meegemaakt waarbij ze met stoom uit haar oren de kamer uitliep.

,,Als mens heb ik altijd goed met haar kunnen opschieten. Ze is altijd hartelijk tegen mij geweest. Er is voor mij geen enkel persoonlijk motief om nu tegen haar te procederen. Zakelijk is zij iemand bij wie je aanvankelijk denkt: goeie ideeën. En daarna: mijn god, waar ben ik in terecht gekomen? Too much struggle for a high life.''

    • Jannetje Koelewijn