Ik kan... Tanden poetsen

Tandenpoetsen leer je van je moeder als je twee bent. Dan heb je een paar melktandjes zwemmend in een zee van tandvlees. Later wordt dat anders; de tanden en kiezen van het blijvende gebit zitten krap tegen elkaar. Aanvankelijk worden de tanden nog royaal omgeven door tandvlees. Waar dat tandvlees zit, is de tand beschermd. Maar naarmate je ouder wordt, trekt het tandvlees zich terug.

Poetsen doe je tegen de ontwikkeling van tandplaque, een taai laagje dat gevormd wordt door bepaalde mondbacteriën. Deze bacteriën hebben suiker (sucrose) nodig om plaque te vormen. Vanuit de plaque zetten ze hun aanval in op het tandglazuur dat ze oplossen met zuren. De gaatjes die daardoor ontstaan heten cariës. Wie de plaque wegpoetst, voorkomt cariës. Daarnaast poets je met een schurende pasta het gelige eiwitlaagje van de tanden weg dat wordt afgezet uit het speeksel, waardoor het gebit witter oogt. Tenslotte krijg je een frissere adem, niet door de menthol in de pasta, maar door het verwijderen van geurvormende bacteriën uit de mondholte. (Mensen met vieze adem moeten ook hun tong poetsen!)

Hoe moet je poetsen? Dat hangt van je gebit af. Kinderen die weinig tand en veel tandvlees hebben, kunnen poetsen zoals een aap zou doen: de borstel gaat de mond in en uit. Deze methode voldoet zolang de tanden nog niet strak tegen elkaar staan. Als de tandboog voltooid is, komt een andere poetstechniek in aanmerking.

Het belangrijkste gebied dat schoon moet, is de overgang tussen tand en tandvlees. Zet de borstel op het tandvlees en poets met een draaiende beweging van de pols naar de tand toe. Het is zoiets als het reinigen van een vuile kam met behulp van een borstel. Dat gaat ook het best vanaf de `rug' van de kam naar het open einde van de tanden. Ga systematisch te werk – bovenkant, binnenkant, buitenkant – en denk goed na welke tanden een beurt moeten hebben. Die draaiende beweging van de pols is tamelijk vermoeiend, reden waarom veel mensen blijven poetsen als een aap. Een goede poetsbeurt duurt zeker twee minuten. Liever eenmaal per dag goed gepoetst dan twee of drie keer oppervlakkig.

Heel belangrijk is de borstel. Een harde borstel beschadigt het tandvlees en is uit den boze. Hoe soepeler de haren hoe beter. De meeste `zachte' borstels zijn nog lang niet zacht genoeg. Dure borstels zijn vaak zachter dan goedkope, maar de prijs zegt niet alles. Wie eindelijk een goede borstel heeft gekocht, doet er goed aan onmiddelijk terug te gaan naar de winkel om er nog vijf te kopen – een maand later is die goede borstel nergens te krijgen.

Elektrische borstels zijn meestal bijzonder goed. De opzetborsteltjes hebben mooie soepele haren. Het borsteltje maakt door het motortje een draaiende en trillende beweging die goed reinigt. Het is niet nodig om poetsende bewegingen te maken – je hoeft de borstel alleen langs de tanden te leiden. Het enige nadeel van een elektrische tandenborstel is dat het eigenlijke borsteltje tamelijk klein is, waardoor een poetsbeurt niet veel sneller gaat dan handmatig borstelen. Elektrische borstels zijn erg geschikt voor pubers met een beugel en oude mensen met teruggetrokken tandvlees. Handig zijn de borstels die een twee-minutenindicator hebben: die dwingen je voldoende te poetsen.

Omdat een elektrische borstel anders reinigt dan een gewone, kan het geen kwaad om regelmatig af te wisselen. Wat de ene borstel laat zitten, haalt de ander juist goed weg. Wie aarzelt over zijn poetstechniek, moet de tandarts ondervragen. Die kan zien welke kies extra aandacht vraagt. Meestal dringt hij er ook op aan bepaalde kiezen te flossen, dat wil zeggen de ruimte tussen de gebitselementen met tandzijde schoon te maken. Flossen is een vervelend karweitje. Belangrijk is om het touwtje voldoende ruim te kiezen, zodat je het goed kunt vastpakken. Ook goed voor tussen de tanden is een zogeheten `waterpik', een pulserend straaltje water dat alles wegspuit.

Tenslotte de tandpasta. In tegenstelling tot wat de reclame wil doen geloven is tandpasta een tamelijk onbelangrijk artikel. Er moet fluoride in zitten en het mag niet te sterk schuren. Een probleem apart is om een tube helemaal leeg te krijgen. Zet hem altijd op de dop. Laat voldoende lucht toe, zodat de vorm intact blijft. Veel mensen knippen de tube open als hij bijna leeg is. Dat is onnodig. Pak de tube tussen wijsvinger en duim bij zijn staart en slinger hem krachtig heen en weer. Zo komen ook de laatste restjes bij de dop.

    • Rob Biersma