Goedkope euro-kritiek

Wat goedkoop om Wim Duisenberg nu verwijten te maken over de zwakke euro! De handelaren en analisten die schelden op de ECB-President waren goeddeels dezelfde experts die bij de start van de euro in januari 1999 met stelligheid voorspelden dat de nieuwe munt sterk zou worden. In plaats daarvan groeide de euro vanaf vorig jaar oktober als een koeiestaart naar beneden - en is de munt in de eerste vier maanden van dit jaar nog eens 10 procent van de waarde kwijtgeraakt. De profeten van een sterke euro zou enige bescheidenheid dus niet misstaan, maar dat is commercieel weer niet zo makkelijk. Headhunters zoeken in de financiële sector niet naar delicaat formulerende geleerden, maar naar agressieve, assertieve jonge mensen die hun cliënten op weekbasis bedienen met fax en email. De voorspellingen leken nergens op, de klanten hebben geld verloren en dus krijgt Duisenberg nu de schuld.

Onduidelijk beleid in Frankfort zou zogenaamd de oorzaak zijn van de zwakke euro.

De feiten: Duisenberg geeft na elke beslissing direct een persconferentie in Frankfurt – collega Greenspan van de Federal Reserve in Amerika beperkt zich tot een eenregelige verklaring en vermijdt het contact met de pers. De ECB heeft heel duidelijk gemaakt dat het monetaire beleid mikt op een inflatie in Euroland van twee procent of lager – zo expliciet is Greenspan niet. De ECB is onafhankelijker van de politiek dan de Federal Reserve. Ten eerste omdat in de Verenigde Staten elke vier jaar een presidentsverkiezing wordt gehouden en de Fed dus om politieke redenen niet zo makkelijk de rente kan verhogen wanneer na Labour Day in de herfst van het verkiezingsjaar de campagne op volle gang komt. In de elf landen van het eurogebied is altijd wel ergens een verkiezing in aantocht, en dus zal niemand verwachten dat de ECB speciale egards kan hebben voor de campagnevoerders. Duisenberg cum suis zouden er dagwerk aan hebben. Bovendien is de wet die de bevoegdheden reguleert van de Federal Reserve met een gewone meerderheid aangenomen door het Congres, terwijl het Verdrag van Maastricht alleen kan worden veranderd met unanieme instemming van alle lidstaten. De ECB is dus opener, eenduidiger, politiek onafhankelijker en bestuurlijk steviger dan de Fed in Amerika en ten slotte is de inflatie in Euroland sinds de start van de ECB continu lager geweest dan de geldontwaarding in de Verenigde Staten.

En is een zwakke euro dan zo erg? In combinatie met een benzineprijs van 2 gulden 64 is er nu iets meer risico voor inflatie dan vorig jaar, maar nog steeds veel minder dan in Amerika waar de economie al jaren op meer-dan-volle kracht loopt. En zelfs als de KLM en andere bedrijven met kosten in dollars schade lijden, dan blijft nog steeds het voordeel voor alle exporterende ondernemingen en voor het inkomend toerisme veel groter. De zwakke euro is een factor achter het versnellen van de Europese economie: meer banen, hogere inkomens en meer vertrouwen bij consumenten en bedrijven.

Reden tot zorg over de euro is er niet vanwege lawaaipepagaaien in de Londense City die cheap shots afvuren op Duisenberg, maar wel nog verder naar het Westen, in Ierland. De inflatie is daar nu 4,9 procent, een record voor de afgelopen vijftien jaar. De vakbonden vinden een loonstijging van 5,5 procent niet meer voldoende en eisen meer. Bij zoveel inflatie in Ierland is de rente er zeker ook hoger dan bij ons?

Jazeker, 5,69 procent in plaats van 5,62 procent in Nederland en Duitsland.

Vanwege de euro kan de Ierse rente niet meer belangrijk afwijken van de rente in de tien andere eurolanden, maar dat betekent wel dat de rente in Dublin voor de Ierse verhoudingen veel en veel te laag is. De huizenprijzen zijn in een paar jaar verdubbeld – nog erger dan bij ons – en goedkoop krediet leidt tot extra aankopen en tot nog meer inflatie. De Ierse regering zou in theorie de economie kunnen afremmen door de belasting fors te verhogen, maar er is al een miljardenoverschot op de begroting.

In vier andere eurolanden is de rente ook te laag en dreigt een oververhitte economie met te hoge huizenprijzen en te veel kopen op de pof: Finland, Nederland, Spanje en Portugal. Maar Duisenberg en zijn collega's kunnen moeilijk anders doen dan vasthouden aan een beleid voor geld en rente dat past bij het gemiddelde van alle elf staten. Een nogal royale groei van de hoeveelheid geld in Euroland, een lage rente en dus een tamelijk zwakke wisselkoers zijn geschikt voor Duitsland en Italië (samen al bijna de helft van het eurogebied). Onvermijdelijk dreigt nu in vier kleine landen en in Spanje een extreme boom in de huizenmarkt en een te snelle groei van de bestedingen. Straks komt een reactie en dan zijn in Dublin, Amsterdam en Barcelona te veel makelaars, binnenhuisarchitecten, jachthavens en Ferrari-dealers. Dat zullen we overleven. Een keer, echter, zal de omgekeerde situatie zich voordoen: nog steeds mikt de ECB op het gemiddelde van elf landen, maar de economie gaat in een paar kleine landen heel veel slechter dan in Duitsland, Italië en Frankrijk.

Dan gaat het niet om huizenprijzen die sneller stijgen dan wenselijk is, maar om honderdduizenden mensen die hun baan kwijtraken.

Dat wordt de echte test voor de ECB. Blijft er dan politiek begrip voor het feit dat in Frankfort een en dezelfde rente en geldgroei wordt afgesproken voor elf landen, en dat dus de Europese Bank niet kan helpen met een regionaal monetair beleid? Zijn er dan uitkeringen voor oudere werklozen en kansen in andere regio's of andere landen voor mensen die hun inkomen moeten verdienen? Of wijzen politici dan met een beschuldigende vinger naar de ECB en krijgt die de opdracht om met een lage rente en meer geld de werkloosheid in landen X, Y en Z op te lossen? De elf samenwerkende landen hebben nu nog tijd om zich voor te bereiden op zo'n situatie en de ECB kan een traditie opbouwen van standvastig en stabiel monetair beleid. Nout Wellink van De Nederlandsche Bank en zijn tien collega's kunnen nog een paar jaar hun afspraak verstevigen om in Frankfurt alleen te besluiten over wat goed is voor elf landen, en het preken voor eigen parochie geheel achterwege te laten. Dat is tot nog toe uitstekend gelukt Wellink is consequent bestuurder van de ECB, niet afgevaardigde van het Nederlands belang.

De euro heeft bestuurlijk een prima start gemaakt en de zwakke wisselkoers is meer een voordeel dan een nadeel. Als Amerika volgend jaar een zwakkere economie krijgt, kan de euro in anticipatie daarop sterker worden. Maar misschien ook eerder of later. Wisselkoersen zijn niet erg voorspelbaar; de boze reacties van handelaren wel. De euro voor elf landen blijft een avontuur, maar de makkelijke kritiek op Duisenberg ook van oud-president Giscard d'Estaing – is nog geen eurocent waard.

    • Eduard J. Bomhoff