GEEN ANGST VOOR DE OLYMPISCHE WASMACHINE

Een hersenschudding heeft de olympische voorbereiding van zeilster Margriet Matthijsse (23) in de war gestuurd. Toch twijfelt de tweevoudig wereldkampioe- ne in de Europe-klasse niet aan het welslagen van haar missie. ,,Goud in Sydney is mijn laatste uitdaging.''

Het spookt langs de boorden van het IJsselmeer. Een loodgrijze lucht hangt als een dreigende donderwolk boven de haven van Medemblik. Onophoudelijk klatert de regen naar beneden. Margriet Matthijsse (23) heeft haar zonnebril wijselijk in het haar gestoken en tuurt vanuit het Regatta Center met een verveelde blik naar buiten. ,,Wat een ellende'', mompelt ze.

Een stevige bries komt zelden ongelegen voor een zeiler, maar de bijbehorende regen kan Matthijsse vandaag gestolen worden. ,,Met een nat pak de boot in is geen pretje'', verzekert ze. Vraag is überhaupt hoe lang ze het vandaag op het water uithoudt in de eenmansboot. Een uur, anderhalf uur, twee uur? Matthijsse weet het niet. ,,Het hangt ervan af hoe ik mij voel.''

Woensdag gaat in Medemblik de Spa Regatta van start. In tegenstelling tot voorgaande jaren begint Matthijsse niet als de uitgesproken favoriet voor de eindzege. Noodgedwongen beschouwt de titelverdedigster in de Europe-klasse de jaarlijkse zeilrace op het IJsselmeer ditmaal als een soort veredelde training, nadat ze vijf maanden geleden in Sydney ernstig ten val kwam en nog altijd worstelt met de naweeën.

Het ongeval staat Matthijsse nog helder voor de geest. Na een hoogoplopende ruzie met trainer-coach Rex Sly sprong ze op de mountainbike. Halverwege de rit op weg naar haar appartement smakte Matthijsse, niet voorzien van een valhelm, op het asfalt. ,,Het was mijn eigen schuld, ik keek niet goed uit. Ik was er niet bij met mijn gedachten. Voor ik het goed en wel besefte, lag ik met fiets en al op de grond. Met mijn hoofd op de stoeprand. Eigenlijk mag ik nog van geluk spreken, want het had veel erger kunnen zijn.''

Een hersenschudding was het gevolg, maar Matthijsse weigerde de noodzakelijke rust in acht te nemen met het oog op haar olympische missie. ,,Ik heb die hersenschudding verwaarloosd. Vanuit de gedachte: niet zeuren, het gaat wel, het komt wel goed. Dat bleek een foute inschatting. Het was verstandiger geweest om mezelf een week lang in een donkere kamer op te sluiten, zo hebben artsen mij verteld. Maar ik deed het tegenovergestelde en ging door alsof er niets aan de hand was.''

Vermoeidheid is sinds haar buiteling de grootste tegenstander van de zeilster die vier jaar geleden de zilveren medaille veroverde bij de Olympische Spelen van Atlanta. Matthijsse lag een kleine drie maanden bijna onafgebroken in bed, sliep vijftien uur per dag maar is desondanks allerminst genezen. ,,Ik ben nog altijd snel moe. Daarbij komt regelmatig zo'n vervelende hoofdpijn opzetten. Het probleem is: zodra ik een paar dagen voluit train, denk ik de hele wereld weer aan te kunnen. Het tegendeel is het geval, want na een dag volgt meestal een terugslag. Ik heb de neiging te forceren en mag blij zijn dat Jaap (coach Zielhuis, red.) een oogje in het zeil houdt, want voor ik het weet vaar ik mezelf over de kop.''

Over vier weken, drie maanden voor het begin van de olympische regatta, hoopt Matthijsse volledig hersteld te zijn. ,,De artsen hebben me verzekerd dat het nog slechts een kwestie van tijd is. Daar klamp ik me aan vast. Bang dat mijn voorbereiding definitief in het water valt, ben ik niet. Van nature ben ik een optimist, iemand die zichzelf niet zo snel in de put praat.''

Haar ambities lijden niet onder de fysieke malheur. Vrijwel alles won Matthijsse sinds ze negen jaar geleden debuteerde in de ranke eenmansboot, met twee wereld- en twee Europese titels (1997 en '99) als de meest in het oog springende wapenfeiten. Eén medaille ontbreekt in de prijzenkast van de profzeilster die in september door de internationale zeilfederatie werd uitgeroepen tot zeilster van het jaar: olympisch goud. ,,Mijn laatste uitdaging'', zegt Matthijsse. ,,Ik ga alleen voor goud naar Sydney, al sluit ik niet uit dat ik genoegen zal moeten nemen met minder. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Ik hoef maar een mast te breken en het is einde verhaal.''

Steun bij haar revalidatie krijgt Matthijsse ironisch genoeg van één van haar grootste concurrentes: Sari Multala. De Finse, eveneens medaillekandidate in Sydney, fungeert in Medemblik als vaste trainingspartner van de Nederlandse. ,,Dat klinkt vreemder dan het is'', vertelt Matthijsse. ,,Zeilen is weliswaar een individuele sport, maar dat wil niet zeggen dat je ook buiten een wedstrijd alles alleen moet doen. Tijdens trainingen kan ik veel van Sari leren en zij van mij. Sari houdt mij bij de les. Zeker nu ik op zoek ben naar ritme en vertrouwen komt haar hulp als geroepen.''

Collegialiteit is een spaarzaam goed in een wereld waar afgunst en intriges aan de orde van de dag zijn. Matthijsse kan het niet ontkennen: ,,Vrouwen in de sport zijn niet bepaald de vriendelijkste wezens. Zeker in het zeilen loopt een aantal bitches rond van wie ik me wel eens afvraag: waar zijn jullie nou mee bezig? Tijdens wedstrijden weet je soms niet wat je hoort. Sommigen zijn drukker met schreeuwen dan met zeilen. Het zijn vaak dezelfden. Ik doe daar niet aan mee. Zolang ze niet met zeilen bezig zijn maar met schreeuwen, heb ik geen last van ze. Ik laat het daarom maar begaan en probeer mijn energie op een andere manier aan te wenden.''

Ook op de wal willen de emoties wel eens hoog oplopen, weet Matthijsse. ,,Sommige meiden doen geheimzinnig of gewichtig over hun materiaal, wat bij een aantal concurrenten tot paniek en verontwaardiging leidt. Heel sneaky gaan sommigen te werk, heel kinderachtig. Wat dat betreft gaan mannen een stuk volwassener om met hun sport dan vrouwen. Ik begrijp al die ophef niet, maar ik heb dan ook niets te verbergen.''

Hartelijk is ook haar verstandhouding met Carolijn Brouwer, haar landgenote die vorig jaar de tweestrijd om het enige olympische ticket verloor van Matthijsse. Brouwer, eveneens tweevoudig wereldkampioene in de Europe-klasse, doet nu verwoede pogingen om in de 470-klasse (een tweemansboot) plaatsing af te dwingen. Matthijsse zegt bewondering te hebben voor het doorzettingsvermogen van haar voormalige concurrente. ,,Het is sneu voor haar zoals het gelopen is. Als de rollen waren omgedraaid, weet ik niet wat ik gedaan had. Eerlijk gezegd heb ik daar ook geen moment serieus over nagedacht. Zoals ik nu ook nog niet weet wat ik na de Spelen ga doen. Dat is van later zorg. Misschien blijf ik actief in het zeilen, misschien pak ik een studie op.''

In tegenstelling tot Brouwer (1 meter 82, 63 kilo) staat Matthijsse (1 meter 78, 70 kilo) te boek als het prototype van een `zwaar weer-zeilster', iemand die op basis van fysieke kracht vooral bij onstuimig weer goed uit de voeten kan. Hoe harder de wind en dus hoe hoger de golven, hoe meer kracht en snelheid Matthijsse kan ontwikkelen. Maar die eendimensionale aanpak behoort inmiddels tot het verleden, constateert ze zichtbaar tevreden. ,,Ook bij licht weer weet ik me intussen aardig te redden. Zeilen is en blijft een kwestie van heel veel trainen en oefenen. Niet zo lang geleden legde ik me op voorhand neer bij de gedachte dat anderen bij licht weer sneller zouden zijn dan ik. Daarmee gaf ik me feitelijk op voorhand gewonnen. Twee jaar geleden kwam de omslag. Toen besefte ik ineens dat ook ik licht weer-potten kon varen.''

Zeilen is een `ervaringssport' bij uitstek: kennis en kunde komen met de jaren. Matthijsse verblijft al sinds haar achtste – eerst in de Optimist, vanaf haar veertiende in de `grotere' eenmansboot (Europe) – op het water. Toch heeft de pupil van de Rotterdamse zeilvereniging nog lang niet alle geheimen van het water en de wind ontsluierd, al haar successen van de laatste jaren ten spijt. ,,Tijdens een race zijn fouten onvermijdelijk. De perfecte race bestaat niet. Waar het op dit niveau om gaat is eigenlijk heel simpel: zo min mogelijk fouten maken, want dan is de kans groot dat je wint.''

Het uitbannen van toevalligheden is het wezen van de topsport, maar een zeiler is gedoemd om voortdurend te anticiperen en te reageren op omstandigheden die hij niet in de hand heeft. Elk zuchtje wind, elk onverwacht golfje kan fataal zijn. Om nog maar te zwijgen over de afhankelijkheid van het materiaal of het risico van een te vroege start die tot diskwalificatie leidt. Het is om gek van te worden. Matthijsse: ,,Welnee, dat is juist de charme van het zeilen. Er zijn inderdaad heel veel factoren die van invloed zijn op je prestatie. Daar kun je je bij neerleggen of juist tegen verzetten. Ik heb voor het laatste gekozen, voor wat het gevecht met de elementen wordt genoemd. Als je die strijd uiteindelijk wint, geeft dat een enorme voldoening.''

Geluk zal ze over vier maanden zonder twijfel nodig hebben in Sydney Harbour, waar de omstandigheden uiterst grillig en verraderlijk zijn. Matthijsse heeft de olympische baai leren kennen als ,,een wasmachine die zo nu en dan op volle toeren draait''. Vooral op de golfslag is geen pijl te trekken. ,,Die klotsen alle kanten op. Het is te vergelijken met een zwembad met een hoog opstaande rand. Daar blijft het water ook voortdurend in beweging. Verder is de wind in Sydney vrij onvoorspelbaar. Die waait uit alle hoeken en kan van het ene op het andere moment zomaar omslaan.''

Van rukwinden en schuimkoppen raken zeilers niet zo snel onder de indruk. Maar wat te denken van haaien? Omdat de Australische autoriteiten de baai vorig jaar hebben schoongemaakt, wemelt het volgens biologen van de vis in Sydney Harbour. In hun voetspoor duiken sindsdien regelmatig de grootste aaseters onder de roofvissen op, witte en blauwe haaien. Matthijsse heeft die berichten ook vernomen, maar heeft tijdens de trainingen nog geen haai gesignaleerd. ,,Toch hoop ik niet om te slaan, want je weet maar nooit.''

Om niets aan het toeval over te laten, streek Matthijsse in september neer in Sydney, nadat ze een jaar eerder ook al vijf maanden aan de zuidkust van Australië verbleef. Ditmaal betrok ze op kosten van het Watersportverbond en NOC*NSF een gezinswoning in ,,het Capelle aan den IJssel van Sydney'', samen met vijf collega-zeilers uit Nederland. ,,Het is belangrijk die haven goed te leren kennen. Wie op goed geluk daar naartoe gaat, komt straks voor verrassingen te staan. Bovendien kan je in Nederland weinig doen in de wintermaanden, in Australië des te meer.''

Matthijsse erkent een bevoorrecht sporter te zijn. Voorbeelden te over immers van collega's die met een aanzienlijk kleiner budget moeten zien rond te komen in de aanloop naar de Spelen. Maar één misverstand wil ze beslist uit de weg ruimen. ,,Het is niet zo dat wij daar vakantie vieren, zoals sommigen wel eens denken. Het stoort me als mensen ons zien lopen met al die bruine koppen en roepen: `Goh, zie je wel, die zijn er op kosten van de bond even lekker tussenuit geweest.' Dat beeld strookt niet met de werkelijkheid.''

Over vooroordelen gesproken. Hoe avontuurlijk het bestaan van een topzeiler ook lijkt, Matthijsse signaleert ook nadelen. ,,Per jaar ben ik maar een paar weken thuis en dan nog staat alles in het teken van zeilen. Tijd voor andere bezigheden heb ik nauwelijks. Ik heb daar zelf voor gekozen en alle inspanningen zijn noodzakelijk om mezelf op dit niveau te handhaven. Maar het komt regelmatig voor dat ik vrienden en familie mis.''

Dat geldt niet langer voor haar coach, Rex Sly. In december kwam een einde aan de samenwerking met de Nieuw-Zeelander die haar de fijne kneepjes van het zeilvak bijbracht, vooral op technisch/tactisch vlak. Over de achtergronden van de breuk wenst Matthijsse niet uit te weiden. ,,Maar als ik iemand niet meer kan vertrouwen, houdt het op. We hebben ruim vijf jaar prima samengewerkt, maar op een gegeven moment houdt het op. Het werkte al een tijdje niet meer. In december barstte de bom. Doormodderen tot aan Sydney was niet verstandig geweest.''

    • Mark Hoogstad