Faas

Net als Kees Rijvers en Piet Kraak debuteerde Faas Wilkes op 10 maart 1946 in het Nederlands elftal. Het was de eerste interland na de oorlog, uit tegen Luxemburg. We wonnen met 6-2. Wilkes maakte toen zijn eerste doelpunten voor Oranje en ik heb altijd gedacht dat hij uit Arnhem kwam.

Ikzelf ben pas in '46 geboren, een paar dagen voor dat partijtje tegen Luxemburg. Laat het zes, zeven jaar geduurd hebben voordat de faam van Wilkes tot me doordrong. Dan praten we over de vroege jaren '50. Toen ongeveer ben ik begonnen hem als een plaatsgenoot te beschouwen.

Het is best mogelijk dat ik ooit gehoord of gelezen heb dat hij niet uit Arnhem kwam. Dat heb ik dan terstond verdrongen. Voor mij kwam Wilkes wel uit Arnhem en het scheelt weinig of deze misvatting had het eind van de 20ste eeuw gehaald.

In 1998 sprak ik Herman Kuiphof, de oude sportverslaggever. We kregen het over Wilkes. Ik zei dat ik dacht dat die uit Arnhem kwam. `Volgens mij', reageerde Kuiphof beleefd, `speelde hij voor Xerxes.'

Daarna ging er nog ruim een jaar overheen voordat ik duidelijkheid kreeg. In september 1999 stapte ik op het Stationsplein in Arnhem met een verkeerd gevoel in lijn 9 naar de Geitenkamp. Iedere oprechte Arnhemmer weet dat je voor de Geitenkamp lijn 2 moest hebben. Maar het schijnt dat ze de nummering van de buslijnen al in 1984 gewijzigd hebben. Het zal wel te laat zijn om daar nog wat aan te doen.

Willemsplein, Jansbinnensingel, Velperplein, dat was allemaal wel in orde. Toen we de Steenstraat inreden viel mijn oog op een breed winkelpand: Jan Willikes, verf en behang.

Vroeger zat deze zaak in de Spijkerlaan. In die tijd moeten kwesties van verf en behang welhaast even sprookjesachtig zijn geweest als de verrichtingen van het Nederlands elftal.

Ik zag dat, ik begreep dat, ik schudde getroffen en misschien ook wel een beetje bedroefd mijn hoofd. Op hetzelfde moment wist ik natuurlijk dat je hier een verhaal had waarmee je kon scoren.

    • Koos van Zomeren