Een gezellige kakofonie bij de Flaming Lips

Avant-garde en amusement sluiten elkaar meestal uit. Bij piep-knormuziek wordt het nooit eens echt gezellig, en bij een gezellig concert hoor je nooit eens wat nieuws. Zo niet bij de Flaming Lips, een grensverleggende popgroep uit Oklahoma die er alles aan doet om het publiek warm te maken voor haar hemelbestormende kakofonie. Zanger Wayne Coyne heeft een aanstekelijke glimlach, die iets demonisch krijgt als hij zichzelf met namaakbloed besmeurt. Hij speelt met handpoppen terwijl hij zijn onvaste maar gepassioneerde zangkunsten vertoont, stort zakken vol ballonnen en confetti de zaal in en mept met alle macht op de enorme gong die het middelpunt van het volgebouwde podium vormt. Op het videoscherm achter hem zien we een jonge Leonard Bernstein dirigeren, afgewisseld met bloederige opnamen van een open-hartoperatie en live-beelden van Coyne zelf. De muziek is bombastisch en de twee overige muzikanten maken er geen geheim van dat het meeste op tape staat, met name de drumpartijen die van tevoren door Steven Drozd op videotape zijn ingespeeld. Daarbij speelt hij piano en steelgitaar, en zingt hij zijn hemelse Beach Boys-koortjes. Alles wat hij en bassist Michael Ivins doen is functioneel op het minimale af, terwijl er toch een lawine van geluid uit de speakers raast.

De recente cd The Soft Bulletin is met twaalf betrekkelijk gewone popsongs redelijk publieksvriendelijk, maar bevat nog steeds geen gemakkelijke consumptiemuziek. Dat Paradiso gisteren aardig gevuld was, dankten de Flaming Lips dan ook vooral aan hun grillige live-reputatie en aan de harde kern van fans die ze in het zeventienjarig bestaan hebben opgebouwd.

Geen popgroep heeft menselijke wanhoop en wanorde zo meeslepend in muziek gevangen als de Flaming Lips, zoals het drietal overtuigend liet horen in het van pathos druipende 35.000 Feet of despair, over een piloot die halverwege een Atlantische vlucht besluit om zelfmoord te plegen. Coyne gierde op zijn theremin, de elektronische zingende zaag, en nam een theatrale Jezus-pose aan voor What is the light? waarin hij alle filosofische vraagstukken van de mensheid samenbalde in één zweverige space-rocksong. De hit She don't use jelly werd vooraf gegaan door de smeekbede om er een feestje van te maken, niet moeilijk met zoveel ballonnen om kapot te trappen of terug naar het podium te gooien. Het publiek werd uitgenodigd om Somewhere over the rainbow desnoods woordloos mee te brullen. Daarmee ging Coyne voorbij aan het feit dat er genoeg mensen waren die zíjn teksten woord voor woord mee konden zingen; geen geringe prestatie voor muziek die zo vreemd en oorspronkelijk is. Er werd flink wat gepiept en geknord, maar vooral ook veel gelachen en gedanst.

Concert: Flaming Lips. Gehoord: 18/5 Paradiso, Amsterdam.