Dicht bij het dagelijks leven

NCRV's documentairereeks `Dokument' viert vrijdag aanstaande zijn tienjarig jubileum. Eindredacteur Ger van Dongen: ,,Het gaat om de kijk op de dingen. Niet even een quootje en dan weer weg.''

Vanzelfsprekend was het niet, toen de NCRV in 1990 begon met Dokument, een wekelijkse plaats voor documentaires. Documentaires, dat was een hogere kunstvorm waaraan hoogstens de VPRO aandacht wijdde. Nu, tien jaar Dokument en een slordige vierhonderd documentaires verder, kan eindredacteur Ger van Dongen zeggen dat hij voor Nederland een nieuw genre op de kaart heeft gezet: de specifiek voor televisie bedoelde documentaire met een sterk sociale inslag, waarvoor enkele honderdduizenden kijkers op maandag tot na elven opblijven.

Alle reden dus voor een feestje: in de nacht van vrijdag 26 mei op zaterdag 27 mei is op Nederland 1 De Nacht van Dokument te zien, bijna zeven uur hoogtepunten uit de afgelopen jaren.

,,Het was erg zoeken in het begin'', zegt Van Dongen in het NCRV-hoofdkwartier in Hilversum, daags voor de verhuizing naar het nieuwe AKN-gebouw. ,,Dokument is bedacht door Hans Sleeuwenhoek, destijds hoofd informatieve programma's bij de NCRV. Het zogenaamde McKinsey-rapport had de publieke omroepen opgeroepen meer aan informatie, cultuur en documentaires te doen. Sleeuwenhoek herinnerde zich dat de NCRV in de begintijd van de televisie documentaires maakte, maar daarmee in de jaren zestig was opgehouden.''

Aanvankelijk, zo vertelt Van Dongen die vanaf het begin eindredacteur was van Dokument, zocht hij zijn heil bij wat langere actuele reportages, een soort Netwerk-items van veertig minuten. Of bij onderzoeksjournalistiek. Ook met wat inmiddels `docusoap' genoemd wordt, cinéma vérité waarbij de camera zonder veel commentaar langere tijd ergens aanwezig was, werd ervaring opgedaan. En tenslotte waren er de goedbedoelde, door charitatieve instellingen gefinancierde films met een gironummer aan het einde: ,,Na drie jaar had ik elke lepra-film die er bestond, gezien.''

Door het IDFA in Amsterdam, en andere festivals en beurzen voor documentaires in het buitenland, wist Van Dongen, aanvankelijk vreemdeling in filmland, dat een hogere inzet mogelijk was. De actuele reportages en onderzoeksjournalistiek werden aan anderen overgedaan. Voor docusoap werd binnen de NCRV een aparte afdeling opgericht. En de liefdadigheidsfilms zullen – verwacht Van Dongen – straks massaal opduiken bij De Nieuwe Omroep van Aad van den Heuvel – als die tot het publieke bestel wordt toegelaten.

Na die eerste jaren kreeg Dokument zijn huidige karakter: inventief gemaakte, veelal uit meerdere afleveringen bestaande documentaires die zich buiten de onmiddellijke actualiteit ophouden, en het maatschappelijk leven in zijn onderstromen proberen te betrappen.

Geen krachtiger evocatie van de crisis in het moderne gezin dan het thans lopende Drie van Groep 8 van Hans en Petra Simons, waarvoor drie pubers jarenlang in hun ontwikkeling gevolgd zijn. Trots is Van Dongen ook op de eerder dit jaar uitgezonden serie De Ontdekking van Kloosterburen van Ineke Hilhorst, waarin het maatschappelijk leven in een Gronings dorp blootgelegd werd, en waarvoor de boeken van Geert Mak als inspiratiebron hebben gediend. Wel gemaakt volgens `de filmische wetten', zegt Van Dongen, maar nooit l'art pour l'art.

,,Ze staan dichtbij de reportage en het dagelijks leven, en vormen geen metaforische abstractie daarvan'', omschrijft Van Dongen zijn vorm van televisie-documentaire. ,,Het gaat om de kijk op de dingen. Er moet lang en intens research worden gepleegd, en langdurig gedraaid. Niet even een quootje en dan weer weg. Nee, een vertrouwensrelatie proberen op te bouwen en proberen duiding te geven aan wat er gebeurt en wat de motivatie van de mensen is. De vertelling moet authentiek zijn, en vlees aan de botten hebben.''

Het is een genre dat, meent Van Dongen, bij uitstek past bij de NCRV. ,,Niet dat ik films langs de christelijke meetlat leg, maar het is natuurlijk een traditie in het protestantisme om de dingen van dag tot dag in een wijdere context te plaatsen.''

Makers waren aanvankelijk niet altijd makkelijk te vinden. ,,Het viel me op dat in het filmmilieu toch vaak heel nauwomschreven ideeën bestonden over wat een documentaire was, en wat niet. Het finest hour van de documentairemaker was toch vaak de negentig minuten bij VPRO of NPS, en een bioscoopvertoning. Ons finest hour is dat er 200.000 mensen hebben gekeken.''

Er waren echter vanaf het begin documentairemakers te vinden – zoals Frans Bromet, Ireen van Ditshuyzen of Roel van Dalen – die aan de conventies niet zo heel veel boodschap hadden. En Van Dongen stroopte filmacademies af op zoek naar jong talent, met vaak heel verrassende ontdekkingen.

Een aantal jonge makers (Clauda Tellegen, Nousjka Thomas, Thom Verheul) is trouwens in de redactie van Dokument opgenomen, zodat er zo'n 12 à 15 afleveringen in huis gemaakt kunnen worden. Daarnaast zijn er per jaar ongeveer twintig coproducties, soms met buitenlandse partners. De rest is aankoop en, in de zomer, herhalingen.

Met de jaren is lof uit het filmmilieu niet uitgebleven. Wat daarbij helpt, is dat Van Dongen geenszins het slachtoffer wordt van een formule: ,,De documentaire is een levend organisme, het is elke keer weer anders.'' Zonodig gaat hij op oorlogspad om voor langere films, zoals Ofrenda de primavera van Jacqueline van Vugt en Gregor Meerman of Beyond reason van Marijke Jongbloed een uitbreiding van het slot van veertig minuten te bedingen. ,,Je wilt niet weten, hoeveel moeite je daarvoor binnen de omroep moet doen.''

Al met al is de kloof tussen de `creatieve documentaire' van VPRO en NPS en die van Dokument met de jaren duidelijk geringer geworden. Van Dongen vindt dat ook een logische ontwikkeling: ,,Wat wij verwachten is een visie, een persoonlijke handtekening van de maker van de documentaire. Waar zijn Joris Ivens of Bert Haanstra vroeger eigenlijk anders groot mee geworden?''

De Nacht van de Documentaire, vrijdag, Ned.1, 23.51-07.00u. Dokument: maandag, 22.56-23.40u.