De sterveling verrast door magere Hein

Kort geleden kocht de stad Antwerpen een boekje met 44 bijzondere pentekeningen. De bladen zijn in de achttiende eeuw in leer gebonden, en uit dezelfde tijd dateert het Franse opschrift op het titelblad dat verklaart dat het gaat om `dessins originaux de Holbein'.

De tekeningen tonen inderdaad voorstellingen die verder alleen bekend zijn van de Dodendans, een reeks houtsneden naar ontwerp van de befaamde zestiende-eeuwse schilder en prentmaker Hans Holbein de jonge. Toch is al heel snel duidelijk dat het hier niet gaat om de originele ontwerpen van Holbein. Niet alleen is in een van de tekeningen het monogram van de graveur opgenomen, maar ook zijn ze in dezelfde richting getekend als de prenten. Normaal gesproken vertonen prenten, eenmaal overgebracht in het hout of koper van de drukplaat en afgedrukt, het spiegelbeeld van het getekende ontwerp. De achttiende-eeuwse toeschrijving aan Holbein berust dan ook op een grove vergissing of – en dat is waarschijnlijker – is moedwillig de wereld in geholpen door een malafide criticus of kunsthandelaar die er zo meer geld voor kon vragen.

Nadat duidelijk was geworden dat het om kopieën naar de prentenserie ging, is de verzameling tekeningen geleidelijk aan uit de belangstelling verdwenen. Maar een tweede kans kreeg de collectie toen in 1972 de naam van een heel andere, en niet minder beroemde, kunstenaar aan de tekeningen kon worden verbonden: Pieter Paul Rubens. In een gesprek met collega-schilders dat is opgetekend door Joachim von Sandrart, vertelt Rubens op latere leeftijd hoe hij in zijn jeugd kopieën had gemaakt naar prenten van Duitse meesters. En hoewel de toeschrijving aan de Antwerpse meester, juist omdat het jeugdwerk betreft, niet eenvoudig is, zijn de geleerden het erover eens dat de tekeningen in het boekje van zijn hand moeten zijn. Hoogstwaarschijnlijk heeft hij ze in het prille begin van zijn opleiding tot kunstenaar omstreeks 1590, op twaalf- of dertienjarige leeftijd, gemaakt. Dat maakt de tekeningen tot zijn oudst bekende werken.

Naar aanleiding van de aankoop heeft het Rubenshuis een kleine tentoonstelling ingericht, waar je paradoxaal genoeg weinig wijzer wordt van die vroege tekeningen zelf. De lederen band zit er nog stevig omheen, zodat er maar één tekening tegelijk getoond kan worden. Het boekje ligt open op een voorstelling van een ridder die door een skelet met een lans wordt doorstoken. Dat akelige thema is emblematisch voor Holbeins reeks, die in de mooie drukken van Hans Lüzelburger uit 1524-28 wèl compleet te zien is. De fantasierijke tafereeltjes tonen telkens hoe stervelingen worden verrast door magere Hein, die zijn rol steevast aan de betreffende persoon aanpast: zo bestrijdt hij de ridder met diens eigen wapen, begeleidt hij spelend op een trom de edelvrouw en beëindigt hij het leven van de non door een kaars op het altaar te doven. De jonge Rubens moet, getuige zijn levendig getekende kopieën, gefascineerd zijn geweest door deze inventieve staalkaart van handelingen en emoties.

Het gemis aan de tekeningen die in Rubens' schetsboekje voor het publiek verborgen blijven, wordt in de expositie goedgemaakt door een aantal andere bladen die laten zien hoe de schilder zich in de loop der tijd het kunstenaarsvak eigen maakte en een vormenrepertoire voor later aanlegde. Zo zijn er kopieën naar composities en motieven van prenten van Tobias Stimmer en Jost Amman. Maar ook blijkt hoe het werk van anderen uitnodigde tot oefening en zelfs verbetering, misschien het duidelijkst in een kopie die een anonieme kunstenaar tekende naar een figuur in een houtsnede van de vijftiende-eeuwse Italiaan Andrea Mantegna. Deze nogal middelmatige tekening bevond zich in de collectie van Rubens die hem met het penseel heeft geretoucheerd. Rondom de serie van Holbein en de kopieën die Rubens ernaar maakte, is daarnaast een sectie in de tentoonstelling gewijd aan zestiende- en zeventiende-eeuwse voorstellingen van de Dodendans. Telkens weer tart de dood, in de gedaante van een grijnzend skelet, de aardse ijdelheid. Het doet je eens te meer realiseren hoe wrang het eigenlijk is dat het dergelijke uitbeeldingen van de triomferende dood zijn die het begin markeren van Rubens' vitale kunstenaarschap.

Tentoonstelling: Rubens, Holbein en de Dodendans. Rubenshuis, Wapper 9-11, Antwerpen. T/m 12/6. Geopend di-zo 10-17 uur. Publicatie: Kristin Lohse Belkin, Carl Delpauw (red.), Beelden van de dood; Rubens kopieert Holbein (Uitg. Snoeck-Ducaju, Gent) 140 blz., BF 890. Inl.: 00-32-32011555.

    • Bram de Klerck