De oorlog (2)

In `Het bruikbare verleden' van Bas Blokker (Z 6 mei) wordt de huidige claimcultuur beschreven van nabestaanden van slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog, die naast excuses van de Duitsers ook herstelbetaling eisen. Excuses zonder geld is hypocriet, zegt deze groep mensen. Hun credo is: stort de tegenwaarde van het doorstane leed op mijn bankrekening. Met name de georganiseerde erfgenamen van omgekomen joden eisen schadevergoeding, lees ik tot mijn intense ergernis.

Zijn mijn vader en grootvader vermoord door de bezetter voor zo'n vrijheid, zo'n wereld? Zij hebben hun leven in het verzet gegeven om joden in veiligheid te brengen. Wellicht dezelfde mensen die nu uit zijn op geldelijke afrekening. Na de arrestatie van mijn vader werd ons huis gevorderd en lieten wij alles achter. Ook wij realiseerden ons dat de Duitsers reden in onze auto, onze waardevolle en dierbare inventaris meenamen en ons speelgoed aan hun kinderen gaven. En, veel schrijnender, dat onze familieleden niet meer thuis zouden komen.

Om dat – namens nabestaanden, door organisaties – financieel te willen regelen bij een huidige regering, een half leven na die rampzalige tijd, duidt op een zieke geest. Want hoeveel goede Nederlanders, maar ook Engelsen, Amerikanen en Canadezen hebben niet hun leven en levensgeluk gegeven voor de beëindiging van de oorlog met zijn misdaden. Ik heb niet de pretentie namens hún nabestaanden te spreken, maar ik weet zeker dat mijn vader — en grootvader — bij het bevechten van de vrijheid niet dachten in termen van geld. En ten aanzien van de teneur van het gehele artikel over schuldgevoelens van volken: de mensheid heeft in haar evolutie veel leed berokkend aan medemensen, laten we toch blijven zoeken naar de positieve krachten bij elkaar. En meer (trachten te) vergeten.