Campagne slaat terug op haar aanstichters

In Egypte gaat de ruzie over Haidar Haidars roman `Feestmaal voor Zeewier' nog steeds door. Alleen zijn de fundamentalistische aanstichters nu in de problemen geraakt na een tegenoffensief van de staat.

De rel in Egypte over de vermeend godslasterlijke roman `Feestmaal voor Zeewier' is op de aanstichters teruggeslagen. Op dit moment wankelt niet de Syrische auteur Haidar Haidar, noch de Egyptische minister van Cultuur, Farouq Hosni, die voor de herdruk van het werk uit 1983 verantwoordelijk is en wiens hoofd is geëist. Al-Shaab zelf, de fundamentalistische krant die de zaak aan het rollen bracht, staat onder zware druk en de Arbeiderspartij waarvan Al-Shaab het mondstuk is, is in drieën uiteengevallen.

De kwestie begon twee weken geleden met een pagina-grote aanval in Al-Shaab (het volk): ,,Oh, volk van Egypte, verdedigt uw geloof!'' Op de streng-orthodoxe universiteit Al-Azhar braken vervolgens de ernstigste studentenonlusten uit in tien jaar, en parlementslid en decaan van Al-Azhar Ahmed Hashim riep op tot verbranding van het boek. Anderen bedreigden nauwelijks verholen Hosni, Haidar en ambtenaren van het ministerie van Cultuur met de dood.

In het begin leek de campagne succesvol. Hoewel een commissie van het ministerie van Cultuur het boek geheel onschuldig verklaarde, bezwoer Hosni dat het boek ,,van de markt was gehaald''. Twee van zijn ambtenaren werden vervolgd door de staatsveiligheidsdienst; een van hen werd `verhoord' van vier uur 's middags tot zes uur 's ochtends. In het Egyptische parlement werd opgeroepen tot censuur, vervolging en verbranding.

In het verleden is het regime in Egypte vaak door de knieën gegaan voor fundamentalistische druk, bijvoorbeeld bij het doodvonnis van de nu in Nederland ondergedoken Koran-geleerde Nasr Abu Zeid. Sinds 1980 is de shari'a of islamitische wet de basis van alle wetgeving in Egypte en de afgelopen jaren zijn tal van boeken, fictie en non-fictie, verboden: van Nobelprijswinnaar Naguib Mahfouz tot De Verhalen van 1001 Nacht. Ditmaal echter werd niet een boek of een geleerde aangevallen, maar een minister en de indruk in Kairo is dat dit de alarmbellen bij het regime heeft doen rinkelen.

Dindag werd een werkelijk grootscheeps tegenoffensief ingezet. Zowel de gehele staatspers als ook de onafhankelijke dag- en weekbladen schreven Al-Shaab unaniem en ongemeen hard de grond in. Akhbar al-Adab, een belangrijk literair weekblad, presenteerde de opsteller van de aanval in Al-Shaab, romancier Mohammed Abbas, een koekje van eigen deeg. Uit romans van Abbas werd net zo selectief geciteerd als hijzelf had gedaan uit `Feestmaal voor Zeewier', waardoor ook hij van blasfemie kon worden beschuldigd. Bij het openbaar ministerie werd een aanklacht ingediend tegen Al-Shaab wegens smaad, mishandeling en aanzetten tot moord.

Regeringsconfidant Samir Ragab riep in de grote krant Al-Gumhuriyya onder de titel `De hoogste tijd om een einde te maken aan de diabolische activiteiten van de Arbeiderspartij' op tot sluiting van Al-Shaab en de Arbeiderspartij – een niet mis te verstane hint dat de staat overwoog de vergunning van de partij in te trekken.

Intussen trokken velen in het fundamentalistische kamp de handen van de Arbeiderspartij af. Nummer twee van de Egyptische Moslimbroeders Ma'mun Hodaibi distantieerde zich in de prominente pan-Arabische kwaliteitskrant Al-Hayat nadrukkelijk van de Al-Shaab-campagne. De Moslimbroederschap is de belangrijkste fundamentalistische organisatie in Egypte, officieel verboden maar getoleerd. In de aanloop tot de verkiezingen voor het parlement en de vakbonden vermijden de broeders op het ogenblik juist openlijke conflicten. Hun hoop is dat het regime in ruil daarvoor de komende verkiezingen enigszins eerlijk zal laten verlopen, en Moslimbroeders zal toestaan als `onafhankelijken' deel te nemen. De Al-Shaab-campagne dreigt deze strategie in de war te sturen.

Het groeiende isolement in eigen kring en de dreigementen van staatswege waren woensdagavond het signaal voor een groep dissidenten binnen de Arbeiderspartij in opstand te komen. De partij had oorspronkelijk een linkse signatuur. In de afgelopen 15 jaar waren echter honderden fundamentalisten toegetreden, en was de ideologie dienovereenkomstig veranderd. Nu greep de oude garde weer de macht. Het was evenwel een indicatie van de verdeeldheid in de gelederen dat op twee verschillende plaatsen twee nieuwe besturen werden benoemd. Nu zijn er drie, want het oude bestuur piekert er niet over op te stappen. Secretaris-generaal van het `oude' partijbestuur Adel Hussein brandmerkte woensdag al zijn tegenstanders als ongelovigen, waarop in de fundamentalistische interpretatie van islam de doodstraf staat.

Het moet de ironie van de geschiedenis zijn dat Adel Hussein voor zijn bekering tot fundamentalist zo'n 15 jaar geleden, zelf net zo'n verstokte marxist was als de godslasterlijke hoofdpersonen van `Feestmaal voor Zeewier'.

    • Joris Luyendijk