Belgisch Frietkotmuseum

`Dit is de eerste keer in onze geschiedenis dat een hoger gezagsdrager zich verwaardigt om in volle openbaarheid een frietkot te betreden, en meer zelfs: aldaar een officiële daad te verrichten. En daar is moed voor nodig.' Zo sprak kunsthistoricus Paul Ilegems maandag bij de opening van het Frietkotmuseum en Fritkot Max in Antwerpen. `Het museum zal uitgroeien tot een der belangrijkste trekpleisters van toeristisch België, in één adem genoemd met Manneke Pis en Atomium. Fritkot Max zal een standaard zetten voor de culinaire kwaliteiten van de frietcultuur, en voor de unieke eigenheid van het frietkot als Belgisch straatverschijnsel.'

De opening werd verricht door de burgemeester van Antwerpen, Leona Deliège, die memoreerde hoe diepgeworteld frites in de Belgische samenleving zijn: `Op school leerden we bij handelswetenschappen: Ga in de politiek en als ge dat niet volhoudt, ga dan café of frietkot houden.' Nadat Lucien Decraeye, voorzitter van de Nationale Bond van Frituristen, het stripboek De avonturen van Urbanus; het Fritkotmysterie overhandigde, knipte de burgemeester een lint door in de kleuren van de Belgische vlag.

Het oorspronkelijke Fritkot Max dateerde uit 1862. De – welhaast kitscherige – replica is nagebouwd in een pand aan de Groenplaats (recht tegenover McDonalds); een groene kiosk, aan de binnenkant wit betegeld. Uitbater Lefèvre over het geheim van zijn patat: `Ze worden vijf keer uitgeklopt, waardoor ze minder vet zijn.' Hij gebruikt rundvet en minder van `een ander dierlijk vet, meer geef ik niet prijs' en serveert niet in die moderne plastic bakjes: `Afgezien van het esthetische ligt de traditionele puntzak goed in de hand, het vet gaat naar beneden en de frites blijven goed warm.'

Ilegems heeft zich opgeworpen als hoeder van dit marginale volksvoedsel: `Frites bestaat al anderhalve eeuw in België, terwijl er nooit aandacht aan is besteed.' Zijn museum, een collectie curiosa en kunstwerken, leidt al ruim twintig jaar een rondzwervend bestaan. Nu is uiteindelijk in een vertrek boven Fritkot Max `het kleinste museum van België' gevestigd, met een maandelijks wisselende keuze van vijftien uit ruim honderd werken, waaronder een striptekening van Mark Sleen uit 1949, frietpostzegels, frietrebussen, een prent van Joost Swarte, een frietmedaille, frietsnijders en een frietkotaquarel van Jan De Zutter. Ilegems schreef ook een bundel `light verse' over patat en twee boeken, waarin hij naast een lofzang op de aardappel (`vitaminerijke afslankknol'), schrijft over uiteenlopende frietvormen, verpakking, frietvorkjes en `stuntwerk in de frietenbranche'. Naast het recept van Escoffier geeft hij tips voor de zelfbakker en een reeks zegswijzen met friet. Hij rubriceert sauzen (Zigeuner, Andalouse, Tomagrec, Samurai, Mammoet) en frietkoten: de busfrituur, het caravantype en de frietbarak. De laatste jaren verdwenen veel frietkoten omdat, net als bij de bouw van villa's, geen vergunning was verleend.

In het boek De Frietkot Cultuur staat ,,Waarom de fritten Belgisch zijn. De bewoners in de Maasvallei hadden de gewoonte kleine visjes te vangen en die gefrituurd te eten. Als 's winters geen visjes voorhanden waren, verving men ze door reepjes aardappel.''

    • Lex Veldhoen