Beleggen op het schoolplein

Je bent jong en je wilt wat. Steeds meer jongeren ruilen hun spaarrekening in voor een aandelen- of beleggingsfonds.

Yves Janssen(15) weet het zeker: beleggen onder jongeren is in. De 4-Havo leerling was dertien toen hij voor het eerst meedeed aan de Nationale Beurscompetitie voor scholieren – een soort vingeroefening voor echte beleggers.

,,Toen keken ze daar nog van op in mijn klas, nu vraagt iedereen me om beleggingsadvies.'' En dat is niet verwonderlijk, want het vermogen van de Limburger is binnen een mum van tijd vervijfvoudigd: van 1.000 gulden in 1998 tot 5.000 gulden nu. Grijnzend: ,,Waarom zouden jongeren nog langer bij de bloemenboer gaan werken, als het ook zó kan?''

Yves is niet de enige die er zo over denkt. Aan de Nationale Beurscompetitie 1999 namen 1200 scholierenteams deel een stijging van 60 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Volgens het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) heeft de gemiddelde Nederlandse 12 tot 18-jarige zo'n 1.500 gulden op zijn spaarrekening staan. Hoeveel jongeren beleggen is volgens woordvoerder Brenda van Dam nooit onderzocht. Wel wordt die onderzoeksvraag dit jaar voor het eerst meegenomen in het Nationaal Scholierenonderzoek, aldus van Dam.

Beleggingsexperts schatten het aantal Nederlandse jongeren die hun spaarrekening hebben ingeruild voor een aandelen- of beleggingsfonds op zo'n 80.000. Sommigen spreken al van een rage. De interesse van Nederlandse jongeren voor het beurswezen valt echter in het niet vergeleken bij die van hun Amerikaanse leeftijdgenoten. In de Verenigde Staten steekt één op de tien 12-jarigen zijn geld in aandelen of obligaties. Het Aandelenmarktspel – enigszins vergelijkbaar met de Nationale Beurscompetitie – is op highschools een populair fenomeen. En het aantal websites, cursussen en clubs voor jeugdige beleggers schiet er als paddestoelen uit de grond.

In Nederland werden er de afgelopen jaren verschillende beleggingsvehikels voor jongeren gelanceerd. Verzekeringsmaatschappij Levob was in juli 1998 de eerste met het aandelenleaseproduct Fun(d)raiser. Robeco kwam op 1 december van datzelfde jaar met Young Dynamic Fund. De Postbank volgde weer twee maanden later met het zogenoemde Easy Blue Beleggingsfonds. En verzekeringsmaatschappij Aegon introduceerde medio 1999 Junior Vliegwiel.

Van alle kindvriendelijke beleggingsproducten is Young Dynamic Fund (YDF) van Robeco zonder meer het meest compleet. Doel van het product is volgens woordvoerder Edwin van Wijk om ,,jongeren op een leuke en verantwoorde manier te leren beleggen''. De jonge deelnemers ontvangen vier maal jaar een informatief magazine in de bus, ze kunnen de samenstelling van de fondsportefeuille bekijken op een speciaal voor hen bestemde website, maken uitstapjes naar bedrijven of de AEX en kunnen zich verkiesbaar stellen voor de Board. Dit alles om ,,de wereld achter het beleggen te leren kennen'', zoals Yves Janssen, sinds enkele weken YDF-boardmember stelt. ,,Bij een doorsnee beleggingsfonds krijg je die kans niet.''

`Zonder betrokkenheid geen interesse' is het motto van Robeco en daarom belegt YDF in bedrijven die niet alleen goede vooruitzichten hebben maar ook herkenbaar zijn voor jongeren: Nokia, Sony, Nintendo, EMTV, Free Record Shop en Nike. Boardmembers hebben geen doorslaggevende stem in het aankoopbeleid, maar stellen hun fondsmanager wel op de hoogte van hun voorkeuren. En dat mag ook wel, want de 35.000 rekeninghouders genereren anno 2000 een fondsvermogen van 140 miljoen gulden. En: ze doen het niet slecht. Sinds de eerste notering steeg de koers van Young Dynamic Fund van 11,35 euro naar 21.60 euro, een rendement van 91.2 procent in zo'n anderhalf jaar tijd.

Het twee na grootste Nederlandse beleggingsfonds voor jongeren is Easy Blue van de Postbank. De doelstelling van Easy Blue verschilt niet veel van die van het Young Dynamic Fund, maar de opzet is minder breed. Ook Easy Blue steekt haar geld in bedrijven die jongeren aanspreken zoals Coca-Cola, Walt Disney, Nokia, McDonald's en Sony. Maar het educatieve element is vrijwel nihil. De 30.000 deelnemers ontvangen elke maand het blad Beleggersmail, met achtergrondinformatie over bedrijven (`Big Brother jaagt koers Endemol omhoog') en een beheerdersoverzicht. Maar daar blijft het dan ook bij. Meer dan Robeco lijkt de Postbank doordrongen van het feit dat aan elke beleggingstransactie van hun jeugdige cliënt een handtekening van één van de ouders vooraf gaat. Dáár komt de kleine 20 miljoen fondsvermogen vandaan, zo lijkt de gedachte.

Wie geen geld voor aandelen achter de hand heeft, kan het ook lenen. Tegen een rentetarief van 8,57 procent en voor een periode van minimaal vijf jaar kunnen ouders bij Levob een aandelenkapitaal opbouwen voor hun kinderen. De verzekeringsmaatschappij belegt dat geld in negen fondsen, waaronder Walt Disney en Coca-Cola, maar ook Unilever, Aegon en Koninklijke Olie. De opbrengst van de aandelen – dividend en koerswinst – is voor de aandeelhouder. Maar wie vóór de 5-jaarlijkse termijn stopt, krijgt te maken met een kostenvergoeding, die kan oplopen tot liefst veertig procent van de jaarlijkse rentelast. Om kinderen toch het idee te geven dat zij het geld beheren, stuurt Levob hen om de zoveel tijd een nieuwsbrief, waarin beleggingsexpert `Rocky Mountain' de lezer wegwijst maakt op de geldmarkt.

Aegon vindt zelfs dát niet de moeite. Sterker nog, de verzekeringsmaatschappij stelt in haar Junior Vliegwielfolder dat de ouder het contract, zolang het kind minderjarig is, op eigen naam kan laten zetten. ,,Dit heeft het voordeel dat u baas over het geld blijft, ook als uw kind meerderjarig is.'' De vraag is wat er zo overblijft van de oorspronkelijke doelstelling, `een aandelenkapitaal opbouwen voor kinderen'.

Young Dynamic Fund van Robeco, (0800) 8010 of www.youngdynamic.nl; Easy Blue van de Postbank, (020) 400 30 03; Fun(d)raiser van Levob, (033) 434 44 44; Junior Vliegwiel van Aegon, (070) 344 32 10.